Titel
Fysiek getekend door vorige levens: moedervlekken en geboorteafwijkingen
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Titus Rivas staat stil bij de fysieke, psychokinetische gevolgen van psychologische trauma's uit een vorig leven voor de vorm van het huidige lichaam.
Tekst

Fysiek getekend door vorige levens


door Titus Rivas, namens Stichting Athanasia

Helaas eindigen niet alle aardse levens op een rustige, vredige manier. Mensen sterven soms niet van ouderdom terwijl ze omringd zijn door geliefden, maar raken bijvoorbeeld dodelijk gewond bij een ongeluk, sneuvelen op het slagveld, of worden zelfs vermoord.
Het is bekend dat ingrijpende nare ervaringen bijzonder traumatisch kunnen zijn. Iemand die bijvoorbeeld getuige was van een gewelddaad kan daar jaren later nog steeds last van hebben. Hij kan er nachtmerries over krijgen of er telkens weer aan terug moeten denken. Ook kan hij een fobie ontwikkelen voor situaties die lijken op de omstandigheden waaronder de misdaad plaatsvond.
Iets minder bekend is het gegeven dat traumatische ervaringen ook fysieke gevolgen kunnen hebben. Door de stress die optreedt als er herinneringen aan het trauma naar boven komen, kan men bijvoorbeeld allerlei lichamelijke klachten gaan vertonen die op den duur zelfs de lichamelijke gezondheid ernstig kunnen aantasten.
Maar de fysieke consequenties van een trauma kunnen zelfs nog specifieker samenhangen met wat iemand tijdens de traumatische ervaring aan den lijve ondervond. We spreken dan van een vorm van intrasomatische psychokinese, dat wil zeggen een beïnvloeding door de geest (psychokinese) van het eigen lichaam. In het algemeen gaat het bij intrasomatische psychokinese om een voorstelling van hoe het precies met een deel van je lijf gesteld is. Iemand kan zich bijvoorbeeld geconcentreerd voorstellen dat er een blaar ontstaat op zijn hand en in sommige gevallen leidt dit dan echt tot blaarvorming. Het verschijnsel is goed aangetoond aan de hand van spontane ervaringen, maar ook door middel van experimenten. Een goed hypnotiseerbare vrouw, Elisabeth K., kreeg bijvoorbeeld de suggestie dat er zomaar (zonder fysieke oorzaak) wondjes op haar handen en voeten zouden verschijnen, wat inderdaad bleek te gebeuren.
Bij posttraumatische intrasomatische psychokinese komen de voorstellingen voort uit de traumatische herinnering. Zo is er een geval bekend van iemand die was vastgebonden toen hij een tijdlang last had van slaapwandelen, omdat men bang was dat hij zichzelf of anderen zou kunnen verwonden. Toen hij jaren later opnieuw begon te slaapwandelen, verschenen er op een keer goed zichtbare striemen op zijn armen die sterk leken op de afdrukken van touwen, net alsof hij weer vastgebonden was.

Psychokinetische effecten van een traumatische dood
De Amerikaanse parapsycholoog Ian Stevenson publiceerde in 1997 een tweetal boeken over psychokinetische effecten van herinneringen aan een traumatische dood, Reincarnation and Biology en de samenvatting daarvan voor een groter publiek Where Reincarnation and Biology Intersect. Dr. Ruud van Wees vertaalde laatstgenoemde werk in het Nederlands, als Bewijzen van reïncarnatie. De titel van de Nederlandse vertaling is niet zo slecht gekozen, want het is praktisch onmogelijk om het soort verschijnselen dat Stevenson in het boek beschrijft op een andere manier te verklaren dan door echte herinneringen in verband met reïncarnatie.
Ian Stevenson maakt onderscheid tussen twee grote categorieën: moedervlekken die samenhangen met het vorige leven en aangeboren lichamelijke afwijkingen. Hij wijst op het belang van nauwkeurige medische documentatie van eventuele fysieke verbanden. Overigens stelt hij vast dat de effecten ontstaan moeten zijn tijdens de prenatale ontwikkeling van het ongeboren lichaam. Dit geeft aan dat een geest na zijn of haar overlijden enige invloed moet hebben op de vorming van het stoffelijk voertuig tijdens het nieuwe leven op aarde.

Moedervlekken
Chanai Choomalaiwong werd in 1967 geboren in het Thaise dorp Nong La Korn met twee opvallende moedervlekken op zijn hoofd die er aanvankelijk uitzagen als echte lidtekens. Toen Chanai ongeveer drie jaar oud was, zei hij tegen andere kinderen dat hij in zijn vorige leven leraar was geweest. Hij noemde de naam Bua Kai en vertelde dat hij was doodgeschoten. Chanai vermeldde nog meer details en wilde steeds weer naar het dorp Ban Khao Sai. Uiteindelijk gaf men hem zijn zin, en eenmaal in het dorp wees Chanai de weg naar het huis van de ouders van ene Bua Kai Lawnak, een leraar die doodgeschoten was in 1962. Chanai herkende familieleden uit het vorige leven en kon specifieke vragen beantwoorden over zijn incarnatie als Bua Kai.
Stevenson schrijft dat de moord op de leraar onopgelost was gebleven, maar dat hij in elk geval wel in zijn hoofd was geschoten en dat de locatie overeenkwam met Chanai’s moedervlekken. De twee families hadden nog nooit van elkaar gehoord voordat Chanai over zijn vorige leven begon.
Het Alevitische meisje Dellâl Beyaz uit Turkije werd geboren in juli 1970. Ze had een grote moedervlek op haar achterhoofd. Dellâl begon over een vorig leven zodra ze kon praten. Ze noemde haar eigen voornaam, Zehide, de naam van familieleden en haar woonplaats Kavaslı. Ze beschreef ook hoe ze om het leven was gekomen. Ze had wasgoed opgehangen op een balkon toen ze naar beneden viel en met haar hoofd op een betonnen vloer terechtkwam.
Men slaagde erin om ene Zehide Köse uit Kavaslı te traceren die sterk overeenkwam met het verhaal van Dellâl. Uit een medisch verslag blijkt dat Zehide van haar balkon gevallen was en vervolgens overleed aan het letsel aan haar hoofd. Net als in het geval Chanai Choomalaiwong, was er van tevoren geen contact geweest tussen de families van Dellâl en Zehide.
Stevenson merkt op dat moedervlekken die verwijzen naar dodelijke verwondingen in de loop van een leven kunnen veranderen in precieze locatie en vorm. Het gaat er dus steeds om te achterhalen waar zich moedervlek bij de geboorte precies bevond.
Dit soort gevallen zijn niet alleen door Stevenson ontdekt, maar ook door andere onderzoekers, zoals de Indiërs dr. Kirti Swaroop Rawat en dr. Satwant Pasricha en de IJslandse psycholoog Erlendur Haraldsson.
Rawat bestudeerde bijvoorbeeld het geval van het Indiase meisje Radha, dat zich een leven herinnerde als ene Sohani uit het dorp Jhadali. Ze beweerde dat ze gestorven was toen ze gevallen was terwijl ze wat takken van bomen was gaan snijden als voer voor haar vee. Ze belandde op een onbewaakt moment met haar hoofd op een scherpe steen. De uitspraken van Radha maakten het mogelijk een historisch vorig leven te traceren. Bovendien had Radha ter hoogte van de dodelijke verwonding een aangeboren moedervlek die gefotografeerd werd door dr. Rawat.
Ook in de gevallen die Satwant Pasricha onderzocht in Noord-India is er steeds een verband tussen vorm en locatie van een moedervlek en een dodelijke verwonding, evenals in gevallen die dr. Haraldsson onderzocht op Sri Lanka, waaronder het bekende geval Purnima Ekanayake.
Gevallen met moedervlekken gaan meestal niet gepaard met lichamelijke handicaps. Dit ligt anders bij gevallen met aangeboren fysieke afwijkingen. Daarbij kan er bijvoorbeeld sprake zijn van misvormingen aan ledematen e.d. die het functioneren bemoeilijken.

Geboorteafwijkingen
De Turkse jongen Mehmet Samioglu werd op 20 januari 1963 geboren in Büyükdere. Bij zijn geboorte had hij een bloedende afwijking aan de achterkant van zijn schedel die operatief moest worden verwijderd. De schedel groeide na de operatie dicht.
Toen hij zo’n twee jaar oud was zei hij dat vroeger Ali heette en de zoon van Süleyman Köybaslı uit Hatun Köy. Mehmet beweerde ook dat hij was vermoord. Hij had gemengde gevoelens over zijn vroegere woonplaats. Aan de ene kant verlangde hij ernaar terug, maar aan de andere kant was hij bang om opnieuw vermoord te worden. Men slaagde erin om vast te stellen wie Mehmet waarschijnlijk was geweest. Zijn aangeboren afwijking kwam overeen met de vermoedelijke plaats waarin Ali dodelijk was verwond.

Dr. Kirti Swaroop Rawat onderzocht onder meer een geval van een jongen, Neera Kathat uit Chang (Rajasthan). Neera had maar één hand; zijn linkerarm eindigde in een stompje. Na enkele jaren beweerde hij al eens eerder te hebben geleefd en toen Kajja te hebben geheten. De jongen wist nog dat hij gedood was tijdens een ruzie over de eigendomsrechten over een stuk land. Hij was daarbij aangevallen met bijlen en stokken.
Rawat verifieerde de herinneringen van Neera en stelde bovendien vast dat Kajja’s armen en benen nog voor zijn dood waren gebroken door zijn moordenaars. De aangeboren misvorming kwam overeen met een diepe verwonding op Kajja’s linkerarm, zoals vermeld in een medisch rapport dat Rawat terug kon vinden.

Het belang van fysieke effecten voor het reïncarnatieonderzoek
Psychokinetische gevolgen van traumatische herinneringen aan de manier waarop iemand aan zijn of haar einde kwam in een vorig leven zijn hoe dan ook erg indrukwekkend. Ze laten zien hoe reëel de herinneringen voor de persoon in kwestie zelf moeten zijn.
Maar ook wetenschappelijk gezien is dit verschijnsel heel belangrijk. Aangezien het om fysieke kenmerken gaat, is het natuurlijk onmogelijk om ze toe te schrijven aan kinderlijke fantasie. Bovendien kan men niet volstaan met de theorie dat een kind aan zijn mogelijke herinneringen is gekomen door middel van telepathie of helderziendheid. Zoiets zou namelijk nog steeds niet verklaren waar de lichamelijke verschijnselen, die al voor de geboorte ontstaan moeten zijn, vandaan zijn gekomen. Om deze reden besteedt Ian Stevenson er al jaren veel aandacht aan.
Overigens betekent dit zeker niet dat gevallen zonder moedervlekken en geboorteafwijkingen minder belangrijk zijn. De reïncarnatiehypothese staat ook zonder fysieke effecten al heel sterk, omdat je niet mag verwachten dat kinderen zich zo maar identificeren met een totaal onbekende overledene.
Hoe dan ook vormen de fysieke gevolgen van herinneringen aan een traumatisch overlijden tastbare en zichtbare getuigen dat het zelfs na een gewelddadige dood niet gedaan is met ons. Mensen kunnen zo getraumatiseerd worden door hun dood dat zich dat zelfs fysiek uit, maar ze kunnen geestelijk niet vernietigd worden.

Literatuur
  • Haraldsson, E. (2000). Birthmarks and claims of previous life memories I. The case of Purnima Ekanayake. Journal of the Society for Psychical Research, 64, 858, 16-25.
  • Haraldsson, E. (2000). Birthmarks and claims of previous life memories II. The case of Chatura Karunaratne. Journal of the Society for Psychical Research, 64, 859, 82-92.
  • Pasricha, S.K. (1998). Cases of the Reincarnation Type in Northern India with Birthmarks and Birth Defects. Journal of Scientific Exploration, 12, 2, 259-261.
  • Rawat, K.S. (1996). Drie gevallen van vermoedelijke wedergeboorte met geboortetekens. Prana, 97, 59-62.
  • Rivas, T. (1990). Intrasomatische parergie: de directe invloed van geestelijke voorstellingen op de fysiologie van het eigen lichaam (twee delen). Tijdschrift voor Parapsychologie, 58, 1, 9-27, en 58, 2, 10-25.
  • Rivas, T. (1999). Intrasomatische parergie: theoretische beschouwingen. Spiegel der Parapsychologie, 37, 1, 25-35.
  • Rivas, T. (2000). Parapsychologisch onderzoek naar reïncarnatie en overleven na de dood. Deventer: Ankh-Hermes.
  • Stevenson, I. (1997). Reincarnation and Biology: A contribution to the etiology of birthmarks and birth defects (2 volumes). Westport/Londen: Praeger.
  • Stevenson, I. (1997). Where Reincarnation and Biology Intersect. Westport/Londen: Praeger.
  • Stevenson, I. (2000). Bewijzen van reïncarnatie. Deventer: Ankh-Hermes.
Dit artikel werd gepubliceerd in Paraview, Jaargang 10, nummer 2, april 2006.

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
reïncarnatie, psychokinese, intrasomatisch, hypnose, moedervlekken, geboorteafwijkingen, trauma, vorig leven
printversie
auteur mailen
sluiten