Titel
Brieven rond Hulpverlening
Geplaatst door
Herinneringen aan Wim
Samenvatting
Brieven van en over Wim D. aan de hulpverlening.
Tekst




IV. Brieven rond Hulpverlening

N., 5-8-1995

Beste Wim,

In de lijn van gesprekken die we hebben gevoerd over je mislukte poging tot zelfdoding, heb ik contact opgenomen met de NVGN, een organisatie van paranormale genezers en paragnosten.
De dame die ik daarbij aan de lijn heb gekregen, reageerde spontaan op jouw verhaal met de uitroep: "Dat is ingrijpen van hogerhand". Ze verwees me vervolgens naar een paragnost in N.
Ik wil het verder aan jouzelf overlaten of je er iets mee doet. Dit zijn zijn gegevens:

R.P.
adres
N.

In ieder geval sterkte en zoveel mogelijk levenslust gewenst!
Oh, ja, het telefoonnummer van die man in Xanten nog maar eens voor alle zekerheid:

M. L.
Xanten
tel.nr.

En tenslotte slecht nieuws jammer genoeg over Gert-Jan: Hij is niet meer langs geweest met je brief. Maar ja, je zult hem denk ik heus wel weer eens zien en dan die brief terugkrijgen.

Hartelijke groeten,

Titus Rivas


T.a.v. Mw. Nel B.

W.J.D.
N.

N. 21-oktober-1995

Geachte mevrouw,

Middels dit schrijven wil ik gaarne reageren op het uitgezonden televisieprogramma van 20 oktober j.l. Ik vind het knap van U, dat U met Uw mening over het door U ervaren leed op televisie durfde te komen.
Hoewel U met Uw voornemen heel wat discussie op gang bracht, en U heel wat te verduren kreeg, bleef U bij Uw standpunt.
En naar mijn mening volkomen terecht.
Zelf ben ik 27 jaar en sinds augustus 1995 met artsen bezig om op een legale manier een einde aan mijn leven te maken.
D.w.z. dat ik bij mijn huisarts een verzoek tot hulp bij zelfdoding heb ingediend.
Inmiddels heb ik een psychiater van het RIAGG crisisdienst, geconsulteerd, en een psychiater eveneens van het RIAGG, die door mijn huisarts is ingeschakeld om het e.e.a. beter te kunnen beoordelen.
Ik zou het fijn vinden wanneer U, de naam van Uw raadsman/vrouw, bekend zou willen maken.
Want ik vrees dat het mij zonder juridische steun niet lukt, om de gewenste hulp bij zelfdoding te krijgen.

Wanneer U daar bezwaar tegen heeft, moet U dat zeer zeker niet doen. Maar ik zou het erg op prijs stellen.
Misschien lukt het Uw raadsman/vrouw het om het voor elkaar te krijgen.
Er zijn meer mensen dan U en ik, en de wetgever biedt tot op dit moment weinig tot geen mogelijkheden. Iets wat ik betreur.

Ik wens U sterkte met het gevecht, en hoop van harte dat U voor elkaar krijgt, datgene waar U voor staat.

Hoogachtend,

W.J.D.


RIAGG
Afd. Volwassenenzorg
T.a.v. Dr. van Oosteren
N.

W.J.D.
N.

Betreft: toelichting toezending afscheidsbrief

N. 05-11-1995

Geachte heer,

A.s. vrijdag zal ik U opnieuw bezoeken, naar aanleiding van Uw brief aan mijn huisarts Dr. H.
Het lijkt mij handig wanneer U van te voren de bijgevoegde afscheidsbrief zou willen lezen, welke ik afgelopen zomer geschreven heb, waarna er een zelfmoordpoging volgde.
Daarin staan de dingen wat duidelijker op een rij, waardoor het voor U misschien wat overzichtelijker wordt.
Over het tot stand komen van die brief heb ik zo'n drie maanden gedaan.
Soms is het nou eenmaal makkelijker om dingen op papier te zetten, dan alles in een uur tegen een voor mij vreemd iemand te vertellen.

Hoogachtend,

W.J.D.

Bijlages: 3


N., 31-1-1996

Beste Harry,

Ik wou naast dat we elkaar vandaag ontmoeten en een en ander mondeling bespreken met betrekking tot Wim, ook schriftelijk wat dingen voor je op papier zetten.
Wim en ik zijn de laatste paar maanden intensief met elkaar opgetrokken. Dit hing onder andere samen met bedreigingen van meerdere kanten, waardoor Wim meermalen enkele dagen bij mij is ondergedoken. We hebben ook samen contact gezocht met Michael L. in Duitsland, zijn grote liefde. Deze heeft echter telefonisch gereageerd met de boodschap dat hij echt geen contact meer met Wim wou. Michael zit in een therapeutische gemeenschap. Ook hebben we zijn vader meermalen telefonisch gesproken en die heeft in ieder geval en brief van Wim doorgegeven aan Michael.
De laatste weken waren we samen begonnen aan een project. Wim wou namelijk zijn autobiografie schrijven voordat hij uit het leven zou stappen, met name om duidelijk te maken waarom hij hulp bij zelfdoding wilde krijgen. Ik zelf ben hierbij betrokken geraakt omdat ik (praktisch afgestudeerd) psycholoog ben en omdat ik behoorlijk wat redactionele ervaring heb. Ik zou dus met name de tekst van het boek en achtergrondinformatie verzorgen. We zijn nog maar net met het boek begonnen, Wim had alleen nog verteld over zijn vroegste jeugd.
Vanaf het begin van ons contact heb ik Wim altijd gestimuleerd toch weer een doel in zijn leven te vinden zodat hij toch nog zou afzien van zelfdoding. Zo zijn we dus samen intensief op zoek gegaan naar Michael, zoals ik al zei. Maar ook het samen schrijven van dat boek fungeerde als een voorlopig levensdoel.
Daarnaast wilde Wim nog drie dingen overwegen. Ten eerste het voortzetten van zijn studie voor maatschappelijk werker. Ten tweede het vinden van een nieuwe partner via een homo-relatiebureau. En ten derde psychotherapeutische hulp via een psychiater op het RIAGG.
Toen ik hem echter onlangs weer aansprak over deze drie uitwegen, zei hij respectievelijk:
1) Zijn studie kon hij in ieder geval vanwege geldgebrek niet voortzetten.
2) De (tamelijk hoge)inschrijvingskosten voor een relatiebureau kon hij, vanwege grote schulden niet opbrengen.
3) Psychotherapeutische hulp werd hem alleen via het RIAGG zelf geboden, en omdat hij daar slechte ervaringen mee had, zei hij tegen mij dat er "dus" geen psychotherapie meer voor hem was weggelegd. Opnieuw door geldgebrek.
In alle drie de gevallen zag Wim dus zijn financiële problemen als een onoverkomelijk obstakel voor het verwezenlijken van nieuwe doelen in zijn leven. Deze financiële problemen maakten zelfs nu al dat hij serieus overwoog om zijn telefoon te laten afsluiten, ook al betekende dat verdergaande sociale isolatie.

Tijdens de avond voordat Wim een poging tot zelfdoding deed, belde hij me op met de boodschap dat hij erge buikpijn had en last had van diarree. Hij voelde zich lusteloos en wist niet goed wat hij moest doen. De hele middag had hij bij mij doorgebracht en ik had hem net verteld dat ik de avond aan mijn studie wou besteden. Bovendien was die middag erg zwaar voor mij zelf geweest qua gespreksonderwerpen en ik moest gewoon even alleen zijn. Ik heb dat heel duidelijk uitgelegd aan Wim, maar zijn telefoontje had iets heel zieligs, net alsof hij me zo toch ertoe wou brengen alsnog de avond met hem door te brengen. Ik stelde hem voor om tv te kijken, te gaan lezen, muziek luisteren of iemand te bellen. Maar niets van dat al interesseerde hem, zei hij. Hij verveelde zich vreselijk, voelde zich beroerd, had de drang om te gaan blowen en vond zelfs favoriete muziek niet meer leuk.
Ik stelde toen voor dat hij alsnog naar me toe zou komen, hoewel ik dan wel door zou gaan met studeren terwijl hij er was. Maar dat aanbod wees hij af.
Hij zou wel Roze Panterboekjes gaan lezen of zo.
's Nachts werd ik dus opgebeld met de mededeling dat hij de poging zou gaan doen. Ik sliep en kon dus niet direct reageren.

In het ziekenhuis heb ik Wim gevraagd of ik contact mocht hebben met de hem toegewezen psychiater. Hij vond dit prima en vroeg me zelfs contact op te nemen met Dr. H. voor een afspraak. Hij zei letterlijk iets als: "Er moet nu toch echt iets gebeuren, want dit schiet niet op!". Met andere woorden, hij stond erop gedegen psychiatrische begeleiding te krijgen.

De problemen van Wim, Harry, liggen heel diep, als ik denk aan de gesprekken die hij met mij heeft gevoerd. Hij heeft het over ernstige emotionele verwaarlozing in zijn jeugd. Zijn ouders zouden hem in de steek hebben gelaten door hem naar internaten te sturen. Hij had thuis willen opgroeien, net als zijn broer en zus. Hij neemt dit zijn ouders enorm kwalijk en haat hen regelrecht. Wim was ook niet bereid om de ontwikkelingen in zijn jeugd vanaf een afstand te bekijken en zich bijvoorbeeld af te vragen of zijn ouders wel een keuze hadden toen ze hem naar een internaat stuurden. Doordat hij opgroeide in internaten, vervreemdde hij ook sterk van zijn ouders en hij had het gevoel dat ze hem nooit aanvoelden. Zij namen hem ook nooit echt serieus naar zijn gevoel. Tijdens zijn jeugd had hij overigens goed contact met een oma van vaders kant, die helaas al is overleden.
Er zijn maar weinig mensen bij wie hij echt het gevoel had begrepen te worden. Michael L. is daar de voornaamste van. Dit hangt ook nog eens samen met een verkrachting rond zijn 18e jaar. Wims verhouding tot sexualiteit was al problematisch genoeg voor die gebeurtenis, maar daarna was die nog negatiever. Het feit dat hij zich prostitueert, hangt daar direct mee samen. Het heeft niets te maken met een exhibitionistische neiging of zo, Wim is geen happy hooker. Het gaat enkel en alleen om de macht die Wim zo heeft tijdens het vrijen. Bij de verkrachting had hij die macht dus niet.
Alleen met Michael had Wim het gevoel dat het seksueel goed zat, dat er bovendien echt sprake was van wederzijdse liefde.
Die liefdevolle seksualiteit speelt daarin een hoofdrol. Ook al zou dit slechts illusie zijn, omdat Michael hem gebruikt zou hebben als bron van onderdak en inkomen, dan nog heeft Wim dit zo beleefd. Hij geeft toe dat hij Michael idealiseert en dat het er niet toe doet of Michael nu echt zo is als hij zich voorstelt of niet.
Wim gaat gebukt onder eenzaamheid, seksuele problemen (hij heeft bijvoorbeeld zelfs schuldgevoelens als hij masturbeert), financiële problemen (schulden, hoge rekeningen -> telefoon!), het gevoel onbegrepen te zijn door zijn omgeving, het feit dat mensen zich van hem af hebben gekeerd sinds zijn vorige poging tot zelfdoding, het feit dat mensen hem hebben misbruikt als zondebok voor hun eigen problemen, bedreigingen die daarmee samenhingen en die maakten dat hij zich niet meer veilig voelde in zijn eigen huis, en sterke jeugdtrauma's zoals gezegd. Hij is ook een keer met mij naar maatschappelijk werk gegaan om te vragen hoe hij kon bereiken dat hij de hoogste urgentie zou krijgen voor een andere woning. Hij voelde zich namelijk ook helemaal niet meer thuis in zijn flat. Maatschappelijk werk kon hem niet rechtstreeks helpen, hij moest contact opnemen met zijn woningbouwvereniging. Daar kreeg hij te horen dat hij zeker de komende jaren niet in aanmerking kwam voor een andere woning, vanwege de overlast die gasten van hem hadden veroorzaakt. Bovendien werd deze indicatie overgenomen door de andere woningbouwverenigingen in N.
Zoals je ziet, en waarschijnlijk ook al grotendeels wist, Harry, is Wims leven heel erg zwaar en moeilijk. Financieel kan ik hem zelf zeker niet helpen, want ik heb zelf maar een minimum-uitkering. Maar ik zou er wel graag toe bijdragen dat hij in ieder geval eindelijk eens psychiatrische begeleiding krijgt waar hij iets aan heeft. Misschien kunnen we ons daar samen voor inzetten. Dan gaat er tenminste daadwerkelijk iets veranderen als het meezit.

Harry, veel sterkte zelf met alles, en tot ziens/horens!
Titus Rivas


N., 3-2-1996

Geachte Heer,

Hierbij wil ik mijn bezorgdheid uitspreken over het lot van mijn goede vriend Wim J. D., die momenteel opgenomen is op afdeling E-30.
Wim D. heeft afgelopen maandag naar alle waarschijnlijkheid twee pogingen tot zelfdoding gedaan. Deze kwamen niet uit de lucht vallen. In feite koestert meneer D. reeds sinds zijn dertiende een sterk verlangen naar de dood. Dit verlangen hangt samen met enerzijds een traumatische jeugd en een verkrachtingservaring (hij is verkracht door een man), en anderzijds met een uitzichtloos leven, waarin er relationeel, financieel en professioneel nauwelijks perspectieven voor hem lijken te zijn. Meneer D. is al enige tijd bezig met het voorbereiden van een gerechtelijke procedure om toestemming te krijgen legaal hulp bij zelfdoding te vragen. Hij wil daarmee een precedent scheppen. In dat verband ben ik zelf betrokken bij het schrijven van zijn autobiografie. (Mijn eigen bedoeling ligt alleen daarin dat Wim een uitlaatklep vindt en in ieder geval tijdens het schrijven een reden heeft om in leven te blijven.)
In verband met zijn eerste poging maandag heb ik Wim maandagmiddag gevraagd of ik zowel met u als met zijn huisarts Dr. H. een gesprek mocht aanvragen. Het gesprek met de huisarts heb ik gisterenmiddag gevoerd. In het kort kwam zijn boodschap er op neer dat Wim volgens verschillende artsen niet geschikt zou zijn voor een grondige inzichtgevende psychotherapie. Hij zou daarom ook niet geschikt zijn voor een opname (plus behandeling) in het PCN na ontslag uit het Radboud. Met andere woorden, Wim zou direct na het ontslag weer naar huis terug moeten.

Hierbij zou ik graag enkele opmerkingen plaatsen:
1) Als Wim teruggestuurd wordt na huis, zonder grondige psychotherapeutische begeleiding, zal hij ongetwijfeld binnen afzienbare tijd een nieuwe poging doen. Hij heeft zich in die trant uitgelaten op maandagmiddag j.l. (dus voor zijn tweede poging, in het ziekenhuis zelf). Er is met deze twee pogingen een grens overschreden voor Wim. Tot maandag j.l. was hij immers altijd op zoek naar hulp bij zelfdoding. Maar op die dag heeft hij zijn angsten overwonnen en geheel zelfstandig pogingen gedaan zich van het leven te beroven. Met andere woorden: de emotionele drempel zal bij een volgende poging wel eens lager kunnen zijn dan hij voor maandag j.l. was.
2) Volgens Dr. H., die daarbij andere artsen waaronder psychiaters citeert, zou Wim niet geschikt zijn voor een inzichtgevende psychiatrische behandeling. H. verwees daarbij slechts zeer summier en vaag naar organische stoornissen. Toen ik zelf de epilepsie noemde waar Wim onder leed, leek dit voor H. al voldoende toelichting te bieden op het advies van "al die artsen". Ik zie echter geen direct causaal verband tussen epilepsie en ongeschiktheid voor intensieve psychotherapie.
Misschien kunt u dit verband duidelijker maken voor mij.
Eerlijk gezegd kwam het op mij over als niets meer dan een vage associatie tussen de biopsychiatrische doctrines en het feit dat er een neurologische stoornis bij meneer D. is geconstateerd.
3) De vorm van begeleiding waar Dr. H. aan dacht, is RIAGG-begeleiding. Helaas heeft Wim hier een aanzienlijke aversie tegen opgebouwd. In gesprekken met mij heeft hij geconcludeerd dat er "dus" geen hulp meer voor hem weggelegd is.

Voor alle duidelijkheid: Deze brief is helemaal niet bedoeld als aanklacht tegen Dr. H. Hij heeft me zeer vriendelijk te woord gestaan over Wim en voelt zich duidelijk echt betrokken bij zijn lot.
Titus Rivas


N.,9-5-1996

Beste Wim,

Je hebt ervaren dat veel mensen in de hulpverlening je niet serieus nemen. Het is echter niet zo dat letterlijk iedereen je niet serieus neemt. In ieder geval degene van de crisisdienst die we hebben gesproken, was het echt met ons eens dat een opname nodig is. Blijkbaar heeft hij ook behoorlijk wat invloed zodat ook Jacques B. overstag is gegaan. Dat zijn dingen die we niet mogen vergeten.

Als je straks werkelijk behandeld zou worden, dan is het inderdaad de vraag of die behandeling slaagt. Natuurlijk enerzijds omdat je problematiek geen peulenschil is, maar anderzijds ook omdat je de juiste behandeling moet zien te vinden. Ik denk dat je net zo lang als nodig is moet blijven proberen om de juiste behandeling te vinden. Natuurlijk moet dat dan ook gebeuren door de juiste personen die je wel serieus nemen.

Dus, dat niet iedereen je serieus neemt, dat zelfs de meesten je niet serieus nemen, wil niet zeggen dat je door helemaal niemand serieus genomen wordt. Het wil wel zeggen dat voorzichtigheid geboden is, en dat je ons (je achterban) en ook Peter Paul T. ook de achter de hand moet houden om zoveel mogelijk uit een behandeling te kunnen halen.
Geef dus alsjeblieft de hoop nog niet op!

Veel sterkte,
Titus



Motivatie van Wim D. om opgenomen te worden in de psychiatrie

(1) Ik wil allereerst opgenomen worden omdat ik geen vertrouwen meer heb in het nut van de ambulante hulpverlening die ik aangeboden krijg. Met tussenpozen heb ik al zeven jaar te maken gehad met het RIAGG, doch zonder enig voor mij bevredigend resultaat. Ik heb er bijna niks aan gehad. Je kunt niet in een half uur een bevredigend gesprek voeren over de gevoelens die je echt pijn doen. Bovendien heb ik weinig medeleven ervaren van de kant van hulpverleners en van mijn ouders. Ze maken gevoelens los en dan laten ze je nog vallen als een baksteen. Sommige dingen raken me zo hard, daar zou ik zelfs met twee gesprekken per week niet overheen kunnen komen. Na die gesprekken sta ik weer buiten de deur met dezelfde gevoelens als waarmee ik net naar binnen ging.
Ik denk niet dat mijn houding op dit punt nog zal veranderen, ik ben echt mijn vertrouwen kwijt in de ambulante hulpverlening.

(2) Er zijn hele concrete problemen waar ik tijdens een opname intensief aan wil werken onder begeleiding van hulpverleners.
Met name zou ik diepgaande gesprekken willen voeren in het kader van psychotherapie over:
- verwerking van een verkrachting toen ik 18 was en daarmee samenhangende seksuele problematiek. Ik ben homo, maar heb door die verkrachting geen vertrouwen meer in mannen op seksueel gebied. Ik heb dat vertrouwen op seksueel gebied maar bij één persoon ervaren, en die ben ik nog kwijt ook, waar ik ernstig onder gebukt ga.
Ambulante hulp is hierbij onvoldoende gebleken. Deze problematiek blijft me enorm dwarszitten en komt steeds terug. Het drukt een gigantisch stempel op mijn gevoelsleven.
- problematiek rond het gemis van ouderliefde tijdens mijn jeugd en ook rond de huidige band die ik met mijn ouders heb.
Ik heb als kind het gevoel gehad dat ik emotioneel verwaarloosd ben door mijn ouders. Dat werkt nog door in mijn huidige contact met mijn ouders. Al op mijn twaalfde kreeg ik een sterke doodswens door die emotionele verwaarlozing, en dit staat dus aan de basis van mijn doodswens tijdens de rest van mijn leven, en dus ook van mijn zelfmoordpogingen.
- minderwaardigheidscomplex, doordat ik steeds weer voor onvolwaardig werd aangezien; door mijn ouders, op school, etc.

(3) Ik verwacht van een opname dat ze samen met mij proberen om eens te kijken of er misschien toch nog andere mogelijkheden zijn om met die dingen die pijn doen, om te gaan.
Ik wil er echt uit alle macht aan werken om anders naar mijn leven te kijken. Ik koester daarbij overigens niet de illusie dat ik 15 jaar doodswens binnen een mum van tijd overwonnen kan hebben. Als ik er ooit vanaf kom, dan zal het zeker een lange weg worden. Maar die weg wil ik zeker gaan, want dit is in feite mijn laatste kans.

Wim D., d.d. 9 mei 1996


Aan de Inspecteur van Geestelijke Volksgezondheid

N., 14-5-1996

Geachte Heer/Mevrouw,

Hierbij willen wij wijzen op enkele ernstige misstanden die wij hebben ervaren toen we psychiatrische hulp zochten voor één van ons, Dhr. W.J. (Wim) D. Op maandag, 6 mei j.l. deed deze een poging tot zelfdoding ten gevolge van chronische psychische problematiek. Dit was de derde poging die Meneer D. deed binnen een jaar tijd. Zijn poging werd dit keer op tijd ontdekt door een vriend van hem die hem naar het Radboud Ziekenhuis bracht.
De volgende dag, dinsdag 7 mei dus, verzocht Wim D. om een opname op de afdeling psychiatrie van het Radboud Ziekenhuis.
Die werd hem echter geweigerd en dus moest hij weer terug naar huis, in het bijzijn van V. en X.
Dinsdagmiddag besloot Wim D. zijn arts, Dr. H. (Gezondheidscentrum Hazekamp te N.), te verzoeken om de crisisdienst van het RIAGG in te schakelen om zo snel mogelijk een opname in een psychiatrische instelling voor hem te regelen. Met deze doelstelling voor ogen had Wim twee vrienden meegenomen, V. en Drs. Titus Rivas, om hem bij te staan terwijl hij probeerde Dr. H. te laten instemmen met zijn verzoek. Dr. H. was namelijk tot dan toe tegen een opname geweest in de psychiatrie, omdat verscheidene rapporten over Wim unaniem hadden verklaard dat hij niet geschikt zou zijn voor een diepgaande psychotherapie. Dit had H. met zoveel woorden duidelijk gemaakt aan Titus Rivas, toen deze bij een vorige poging van Wim, in februari 1996, er bij Dr. H. op had aangedrongen om Wim desnoods gedwongen te laten opnemen. Alleen ambulante steun van het RIAGG zou voor Wim weggelegd zijn. Ook noemde hij toen een partner als een aanzienlijke verlichting voor Wims problematiek. Maar hij benadrukte daarbij dat Wims problemen onoplosbaar waren en dat hij voor de rest van zijn leven ernstig psychisch beschadigd zou blijven. Voor een psychotherapie tegen die problematiek zou Wim niet geschikt zijn, met name door de aanwezigheid van een flinke neurologische component, aldus H. Toen Rivas zich afvroeg wat nu waar aan lag, stelde H. dat die vraag niet relevant was en dat opname hoe dan ook zinloos was.
Na een moeizaam gesprek waarin Wim zelf, V. en Titus Rivas alle drie argumenten aandroegen voor een opname, ging Dr. H. toch nog overstag. Hij stelde onder andere dat hij het toch als zijn morele plicht beschouwde om Wim nog een laatste kans te geven. In die termen is er bij deze gelegenheid over Wims situatie gesproken door de aanwezigen.
Overigens deed H. daarvoor nog uitspraken tegenover Wim als: "Het blijft je eigen verantwoordelijkheid als je eruit wil stappen" en "Het was geen toeval dat je die vriend tegenkwam die je wou redden." Hieruit bleek op zijn minst dat hij Wim niet echt serieus nam, noch in zijn zelfmoordpogingen, noch in zijn kansen om geholpen te worden door psychotherapie. Dr. H. maakte de indruk voornamelijk om morele redenen overstag te gaan, en Wim D. feitelijk allang te hebben afgeschreven als patient. Vreemd genoeg maakte hij dat alles duidelijk met een vaderlijke, bijna hypnotische stem.
Na het gesprek werd er afgesproken dat Dr. H. zo snel mogelijk de crisisdienst van het RIAGG zou bellen.
Na het middageten werden wij echter nog niet door iemand van die crisisdienst gebeld. Daarom belden we een vervangend huisarts, die nog niet op de hoogte bleek van het gesprek tussen Dr. H. en Wim D. In ieder geval werd er wel iemand van de crisisdienst gemobiliseerd.
De rest van de avond hebben we allemaal in spanning gezeten, omdat we absoluut niet wisten wanneer die persoon van de crisisdienst zou komen. Er bleek een andere client te zijn die extra problemen opleverde, zodat er flinke vertraging was opgetreden. Pas 's avonds laat, vond er een gesprek plaats met de man van de crisisdienst in kwestie. Het bleek een meevoelende persoon die Wims situatie terecht als onhoudbaar inschatte, en met ons van mening was dat hij zo snel mogelijk moest worden opgenomen in de psychiatrie. Hij vertelde ons dat het desondanks het beste was als Wim niet zo maar hals over kop opgenomen zou worden. Het was beter volgens hem als hij voorlopig door vrienden opgevangen zou worden totdat er een plaats vrij kwam in een ziekenhuis. Dit kwam omdat Wim nog geen opnameverleden had in een inrichting en daardoor beter eerst in een ziekenhuis ter observatie opgenomen kon worden, alwaar dan vervolgens een behandelplan opgesteld zou worden.
Hij mocht geen moment alleen gelaten worden in verband met het grote risico dat hij dan weer een nieuwe zelfmoordpoging zou doen.
We moesten in ieder geval wachten tot donderdag 9 mei, omdat Wim dan een gesprek zou hebben met RIAGG-medewerker, Jacques B., de contactpersoon van Wim D. De tussenperiode was gespannen en onzeker voor ons allemaal, we wisten absoluut niet waar we aan toe waren. Om die reden belde Titus Rivas op woensdagavond, 8 mei, Dr. H. op met het verzoek om de crisisdienst zoveel mogelijk onder druk te zetten met het oog op opname. H. reageerde prikkelbaar alsof hij dit verzoek overbodig vond.
Bovendien had hij er inmiddels een hard hoofd in gekregen dat Wim door de intake zou komen bij het Radboud Ziekenhuis. Dit waarschijnlijk in verband met de genoemde rapporten waar Dr. H. tot voor kort, en mogelijk nog steeds, zoveel waarde aan hechtte. Het gesprek liep duidelijk niet, er was sprake van onuitgesproken wederzijdse irritatie. Dr. H. was al met al nog minder optimistisch en behulpzaam dan op dinsdag 7 mei.
Maar goed, op donderdag 9 mei vond dus bij RIAGG-volwassenenzorg N. het gesprek met Jacques B. plaats. Net als Dr. H. was ook B. in het verleden tegen een opname in de psychiatrie geweest. Opnieuw waren V. en Titus Rivas aanwezig bij dit gesprek. Ook bij dit gesprek slaagden we erin om deze man zover te krijgen dat hij instemde met een opname. Daarbij noemde B. wel een termijn van 6 weken voordat er een opname plaats kon vinden. Bovendien zei hij dat hij pas op dinsdag 14 mei een gesprek zou hebben met zijn team. Pas op die datum zou hij in teamverband kunnen beslissen over opname. B. ging er vanuit dat Wim tot die tijd opgevangen zou worden door zijn vrienden. Als die het niet langer aan zouden kunnen, zouden ze contact op moeten nemen met de N.se crisisopvang op de Uranusstraat, waar Wim in dat geval hoe dan ook opgevangen zou worden er overbrugging.
Wim D. was net als V. en Titus Rivas allereerst verbaasd over de reactie van B. Overigens vond hij dat B. hem niet serieus genoeg nam en niet goed genoeg naar hem luisterde. Wim had een onaangenaam gevoel aan het gesprek overgehouden.
Eenmaal thuis bij X., drong het pas goed tot ons allemaal door hoezeer alles op de lange baan geschoven werd.
X. raakte hierdoor erg overstuur, maar ook de overige vrienden realiseerden zich terdege dat ze Wim zo'n voor henzelf uiterst belastende opvang nooit voor zo'n lange periode konden blijven bieden. We besloten daarom direct met zijn allen naar de Uranusstraat te rijden. Daar aangekomen, werden we uiterst onbeschoft behandeld. Er was niet eens een intercom aanwezig bij de ingang, en het duurde heel lang voordat iemand van de leiding reageerde. We werden door een ruit bekeken als een stel oproerkraaiers. Pas na veel onbeschofte, "verschrikte" blikken van de leiding, deed men eindelijk de deur op een kier open, en zelfs toen probeerde men ons aanvankelijk nog af te wimpelen.
Uiteindelijk vond er dan toch een gesprek plaats, maar dit verliep al evenmin naar wens. Er bleef een sfeer hangen van "Wat moeten jullie toch van ons, stelletje rare vogels?". Wim kon er in ieder geval niet geholpen worden, "want" hij had epilepsie en daar hadden ze daar de medische voorzieningen niet voor. Toen we de leiding vroegen om ons dan tenminste een alternatief te noemen en met ons een vuist te maken voor Wim opdat hij elders bevredigend zou worden opgevangen, reageerde de persoon in kwestie opnieuw respectloos. Het enige wat we "mochten" doen van hem, was gebruikmaken van de telefoon.
Na deze uiterst frustrerende, vernederende ervaring, hebben we vervolgens geprobeerd direct in contact te treden met de crisisdienst van het RIAGG door naar het gebouw daarvan te rijden. Helaas reageerde er niemand op ons aanhoudende aanbellen.
Vervolgens hebben we via behoorlijk onvriendelijke vervangende huisartsen geprobeerd om de crisisdienst verder onder druk te zetten. We kregen onder meer te horen dat we ongeduldig waren, en dat men Wim in het verleden al te kennen had gegeven zijn vrienden 's avonds niet meer te laten bellen naar zijn (vervangend) huisarts (sic). Hier wist Wim D. overigens helemaal niets van. Ze hadden dit nooit tegen hem gezegd.
Overigens kregen we wel contact met iemand van de crisisdienst, maar die beweerde dat er 's avonds niets meer te regelen viel voor Wim. Zij nam het ons kwalijk dat we niet al eerder 's middags hadden gereageerd.
Vervolgens namen we contact op met politieagent Hofmann van Rayon Oost die zelf opnieuw de crisisdienst contacteerde. Hij verlangde van de crisisdienst dat ze in ieder geval binnen 24 uur iets voor Wim D. zouden regelen. Hij legde een belofte van die strekking van de crisisdienst vast in een mutatie.
De volgende dag, vrijdag 10 mei, was er telefonisch contact met Jacques B. die de belastende aard van de hele situatie erkende en beloofde dat er desnoods buiten de regio een opvang voor Wim geregeld zou worden, omdat de achterban van Wim het niet langer aankon.
's Avonds vond er echter weer vertraging plaats door de crisisdienst. Wat ons hier het meest van ergerde, was dat ene Hanneke van die crisisdienst het blijkbaar niet erg vond dat we zo lang moesten wachten. Ze bood ons haar excuses in ieder geval niet aan. De ervangend huisarts die we gebeld hadden om de crisisdienst te activeren vond ons weer ongeduldig en daarom moesten we uiteindelijk de GGD inschakelen op aanraden van de politie, om de crisisdienst achter haar vodden te zitten.
Pas die zelfde avond heel laat, rond half 12, kwamen er dan eindelijk twee mensen van de crisisdienst. Ook deze twee, en met name genoemde "Hanneke" (haar achternaam werd niet genoemd; ze had veel weg van een "lieve" kleuterjuf die haar kinderen alleen haar voornaam oemt), gaven X. het gevoel haar niet voor vol aan te zien en op haar neer te kijken.
Pas tussen half 12 en half 1 's nachts werd Wim D. dan eindelijk opgenomen in Opname 2 van het Psychiatrisch Centrum N.(PCN). Dit ter overbrugging totdat hij dan uiteindelijk zou worden opgenomen ter observatie op een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis.

Ook in het PCN had Wim echter weer genoeg reden tot klagen. Hij vond de sfeer allesbehalve optimaal en toen hij door de stress een flink epileptisch insult kreeg, en vroeg een verpleegkundige of hij daardoor een hersenschudding had opgelopen, zei deze zoiets als: "Dat moet je niet aan mij vragen, ik ben maar A-verpleegkundige".
Op maandag 13 mei was er bovendien opeens sprake van dat Wim zijn "crisisbed" na vijf dagen moest vrijmaken voor een andere patient. De crisisdienst zette hem onder druk met de bedoeling dat hij weer zo snel mogelijk zou terugkeren naar huis (sic)
of weer opgevangen zou worden door zijn vrienden!
Op dinsdag 14 mei werd dit weer herhaald door iemand van de crisisdienst. Wim voelde zich daardoor helemaal niet meer welkom op het PCN en besloot dan maar al uit eigen beweging te vertrekken van de afdeling.
Op woensdag 15 mei kwamen we er achter dat de crisisdienst van het RIAGG, het RIAGG zelf en de huisarts inmiddels geen heil meer zagen in een behandeling, en bovendien dat zowel het Radboud als het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis Wim D. hadden afgewezen voor een opname ter observatie. Contact met de huisarts haalde in dezen niets uit. Hij beweerde dat hij niets voor Wim kon doen om alsnog een opname te regelen. Ook vond hij het Wims eigen verantwoording als hij zelfmoord zou ple
gen. H. vond dat Wim de schuld van alles niet bij de hulpverleners moest leggen.

We vinden dat Wim D. absoluut niet serieus genoeg is genomen in zijn hulpvraag, terwijl er bij hem sprake is van ernstige problematiek, volledige bereidheid tot een behandeling, en acuut suïcide-gevaar. Bovendien vinden we dat we keer op keer onheus worden behandeld door hulpverleners zonder daar zelf aanleiding toe te geven.

Gaarne uw reactie op bovenstaand verhaal!

Met vriendelijke groeten,

Hoogachtend,

W.J.D.; Drs. Titus Rivas; X.; Harry D.


N., 22-05-1996

Beste Nel van Veldhoven,

Ik schrijf U deze brief niet als voorzitter van Athanasia (een stichting voor onderzoek naar leven na de dood en de persoonlijke ontwikkeling van de ziel), maar op persoonlijke titel en mede namens Dhr. Wim D. Ik heb begrepen van Wim dat het goed klikte tijdens jullie gesprek en dat hij graag wou dat ik U daarom op de hoogte stelde van recente ontwikkelingen in zijn leven. Twee weken geleden heeft Wim opnieuw een zelfmoordpoging gedaan. Hij heeft een overdosis medicijnen ingenomen en is vervolgens naar de N.se binnenstad getrokken. Daar is hij in een koffieshop een jointje gaan roken in een zogeheten koffieshop. In die koffieshop is hij een vriend tegengekomen en heeft hem verteld dat hij die overdosis had ingenomen. Die vriend heeft hem toen min of meer gedwongen om mee te gaan naar het N.se Radboud Ziekenhuis. Wim vroeg daar zelf een opname op de afdeling psychiatrie aan, maar die is hem geweigerd.
Hier volgt een rapport aan de Inspecteur van Geestelijke Volkgezondheid dat duidelijk maakt hoe het toen verder is gegaan met Wim.

(Rapport)

Uiteindelijk is Wim weer naar huis gestuurd en heeft daar kort daarna behoorlijke ruzie gekregen met zijn vrienden, waaronder ikzelf.
Het vervolg is te lezen in een brief die ik namens Wim aan zijn buurvrouw X. moest schrijven:

N., 21-05-1996

Beste X.,
Wim heeft me gebeld en de volgende boodschap doorgegeven. Ik weet alleen dat hij opgenomen is, maar ik mag niet weten waar omdat hij bang is voor bonje. Hij zal jullie zelf voortaan allemaal mijden. Hij wil geen problemen met jullie.
Ook met mij zal hij geen contact onderhouden normaal gesproken.
Zijn eigen versie van wat er zondag gebeurde, is ongeveer als volgt:
"Wim kreeg P. op bezoek en wilde hem op zijn gemak stellen. Daarom bood hij hem een jointje aan met doodgewone weed, dus geen speed of cocaïne. Vervolgens zei hij tegen P. dat hij ook nog een tube stesolyt kon gebruiken als hij dat wou. Hij bood hem er geen tube van aan, laat staan meer dan één tube. Ook legde Wim P. eerst nog het effect van stesolyt duidelijk uit. P. ging er opeens toe over om wel 7 tubes of zo bij zichzelf naar binnen te spuiten, en daardoor werd hij onwel. Wim vatte dit op als een zelfmoordpoging van P. en raakte daardoor zelf weer erg overstuur. Toen de ambulance kwam, ging Wim er niet zo maar vandoor, maar hij reed met Robbie naar een telefooncel waar hij het ziekenhuis belde en de artsen precies inlichtte over wat er gebeurd was. De artsen stelden Wim gerust en vonden dat het niet zijn verantwoording was, wat er gebeurd was. Maar Wim vond toen geen rust meer en werd daarom de volgende dag opgenomen door de crisisdienst van het RIAGG.

Verder ontkent Wim pertinent dat er hard drugs waren in zijn woning. U. of iemand anders moet hierover hebben gelogen, zegt Wim, of zich anders helemaal hebben vergist. Er waren helemaal geen groene zakjes poeder, aldus Wim.

Wel geeft Wim toe dat hij weg was gefietst op de fiets die gestolen was, zoals Margreet had gezien. Maar hij is die fiets pas later kwijtgeraakt. Die fiets werd volgens Wim helemaal niet bij zijn huis gestolen maar ergens anders, waar hij hem buitenshuis gestald had. Hij heeft W. en T. ook helemaal niet beschuldigd volgens hem, en hij vraagt zich af wie dat verhaal de wereld in heeft geholpen.

Hij heeft verder ook niets tegen jou, W, Z., T. en Y., en zal jullie missen, vooral jouw gezin dus. Maar hij wil geen ruzie zoals eind vorig jaar en trekt zich echt terug. Vandaar dat we ook geen bericht krijgen over waar hij zit.
Ik verwacht zelf ook voorlopig niets meer van hem te vernemen.

Verder wenst Wim X. een plezierige verjaardag en nog vele jaren en ik moest nog eens nadrukkelijk zeggen dat hij X. heel erg dankbaar is voor alles wat ze voor hem heeft gedaan."

Dus dit is wat Wim me heeft verteld.

Hartelijke groeten,
Titus

Tot zover Wims verhaal de laatste weken. Hij ligt inmiddels op de afdeling Beukenhoek 2 van het Psychiatrisch Centrum N. Hij is daar voor zover ik weet ook telefonisch bereikbaar.

Hopelijk krijgt u alsnog gelijk over Wim. Ik ben trouwens in tegenstelling tot die brief hierboven aan X. wèl van plan om contact met hem te houden, wat er in de brief staat is pure tactiek wat dat betreft.

Met hartelijke groeten,
Titus Rivas

N., 21-09-1996

Beste Nel van Veldhoven,

Na maanden ontvangt u weer eens een brief van mij.
Uw voorspellingen over mijzelf en over Wim D. zijn uitgekomen.
Ik heb zelf inderdaad nog enkele bittere levenslessen moeten doorstaan. En na maanden zonder levensteken heeft Wim afgelopen zondag toch weer contact met mij gezocht. Hij heeft me gelijk gegeven met betrekking tot zijn "gasten" die inderdaad een stelletje profiteurs zijn gebleken.
Helaas is het inmiddels wel weer zo dat Wim donderdagavond opnieuw met mij heeft gebroken.
Mijn complimenten voor uw juiste paragnostische waarnemingen van een en ander.
Ik zou het op prijs stellen als u mij eventueel nog zou wijzen op andere dingen die u paranormaal waarneemt en die van belang kunnen zijn voor mijzelf en/of Wim D.

Verder nog iets heel belangrijks: Wim heeft het contact met u als heel prettig ervaren, maar vond wel dat u voor zijn gevoel te hard van stapel liep. Als u stap voor stap met hem zou werken, zou hij wel degelijk bereid zijn om met uw hulp te werken aan zijn diepgewortelde problematiek.
Slechts zeer kortgeleden heeft Wim opnieuw een zelfmoordpoging gedaan (terwijl ons contact nog niet was hersteld). Hij nam daarbij pillen in en tevens probeerde hij een fles thinner leeg te drinken. Vreemd genoeg bleek deze fles tegen zijn verwachting leeg te zijn! Een mooi teken, niet?
Zou u van uw kant nogmaals een poging willen wagen met Wim, a.u.b.? Ik heb er zelf alle vertrouwen in dat dat echt iets kan worden. In de reguliere hulpverlening is Wim volledig uitgerangeerd. Letterlijk en figuurlijk, om een favoriete uitdrukking van hemzelf te gebruiken.

Als u hem wilt helpen, neemt u dan direct schriftelijk contact op met Wim. Zijn postadres is: postbus etc.

Bij voorbaat dank voor uw moeite!

Met hartelijke groeten,
Drs. Titus Rivas



- V. Brieven rond de vriendschap tussen Wim en Titus Rivas

- Terug naar het begin

Inhoudsopgave van Geen Goed Leven, Geen Goede Dood

Contact: titusrivas@hotmail.com

Artikelen van Titus Rivas over sociale kwesties (inclusief columns)

Gebruikte steekwoorden
diagnose, psychiatrie, zelfdoding, ggz, riagg, euthanasie, therapie, huisarts
printversie
auteur mailen
sluiten