Titel
Myriam: Een bijzonder Nederlands geval van meervoudige paranormale ervaringen
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Myriam is een Nederlandse vrouw die als jong kind herinneringen aan een vorig leven en een hiervoormaals had. Later zag zij ook nog een soort Mariaverschijning, beleefde een bijnadoodervaring en werd mogelijk gefotografeerd met een geest.
Tekst

Myriam: Een bijzonder Nederlands geval van een vrouw met diverse paranormale ervaringen

door Drs. Titus Rivas

"Voor ons in het 'vergeetland' allemaal onbegrijpelijke verhalen" Joanne Klink. Vroeger toen ik groot was.

Samenvatting
In dit artikel beschrijft de auteur een Nederlandse CORT (Case of the Reincarnation Type) waarin een vrouw haar ouders vertelde over haar vorige leven toen ze ongeveer 3 of 4 jaar oud was, en zich dat vorige leven sindsdien altijd herinnerd heeft. Ook al zijn haar herinneringen onverifieerbaar, het is toch erg waarschijnlijk dat ze authentiek zijn. Hetzelfde geldt voor een BDE die Myriam beleefde tijdens een bevalling. Het geval is bijzonder omdat het subject ook herinneringen had aan een tussenperiode die ze kan vergelijken met haar eigen bijna-doodervaring tijdens haar huidige leven. Voorts omvat dit geval een soort Mariaverschijning voorkomt en bovendien waarschijnlijk authentieke spiritistische ervaringen, inclusief een foto van een geest. Tenslotte lijkt Myriam ook meer dan gemiddeld paranormaal begaafd te zijn.

I. Inleiding
Op zondag 27 oktober 1996 stond de Stichting Athanasia voor onderzoek naar leven na de dood en de evolutie van de persoonlijke ziel op een zogeheten Paravisie– manifestatie in cultureel centrum Orpheus te Apeldoorn. Onze "delegatie" bestond daarbij uit Titus Rivas, Ignacio Minaya en Pierre Rezus. Tijdens deze manifestatie probeerden we zoals gewoonlijk in contact te treden met mensen die ervaringen hebben op het onderzoeksgebied van Athanasia. Daarbij maakten we onder meer kennis met een nuchtere 31– jarige vrouw, Myriam. Zij had dusdanig interessante ervaringen dat we besloten haar verhaal ter plekke op te nemen op video. Dit artikel is zowel op deze opnames gebaseerd, als op een brief van november 1996 van Myriam, een brief van haar moeder en nog een brief van december 1996 van Myriam zelf. Ook een telefoongesprek heeft additionele gegevens opgeleverd. In mei 1997 ontving ik nog een derde brief van Myriam. Bovendien heb ik Myriam samen met een vriend van mij op 28 juni 1997 bij haar thuis opgezocht.
Opvallend aan de casus van Myriam is dat haar ervaringen zowel duidelijke herinneringen aan een vorig leven omvatten, als een bijna-doodervaring en zelfs een "paranormale" foto.

II. Het "geval" Myriam
Hieronder zal ik de verschillende ervaringen beschrijven zoals Myriam en haar moeder die aan mij hebben verteld.

II. 1. Een opmerkelijke jeugd
In het algemeen week Myriam in haar jeugd af van andere kinderen van haar leeftijd.
Zij werd op 22 juli 1965, om 12 11 uur geboren in Leiden. Het was een vrij moeilijke bevalling, de uitgerekende datum was 21 juli. Als baby was zij een kind dat al met een paar weken iedereen "volgde" die in de kamer was, hetgeen erg opvallend was volgens haar ouders.
Haar moeder had in haar wiegje een kruisje hangen wat erg zwaar was, een kruisje dat ze ooit van haar opa van moederskant had gekregen. Toen Myriam wat ouder werd, tussen de 2 en 3 jaar, wist zij haar moeder haarfijn te vertellen, dat het toch wel een zwaar kruisje was. Het had best op haar kunnen vallen, waarop haar ouders elkaar aankeken en zich afvroegen hoe ze daaraan kwam.
Voor haar vierde jaar is ze veel ziek geweest. Kinkhoest, longontsteking, vele malen middenoorontsteking en op anderhalfjarige leeftijd zijn haar amandelen verwijderd. Ze heeft deze operatie gezien. Ik citeer uit haar brief van december 1996: "Ik heb naast m'n lichaam staan kijken. Wekenlang heb ik daarna apathisch in de box gezeten en werd hysterisch als ik een schaar zag." Haar moeder was bovendien hartpatiënte, wat veel druk in het gezin gaf. Op haar twaalfde begonnen de migraineaanvallen waar ze tot op de dag van vandaag nog last van heeft.
Haar opa van vaderszijde stierf toen Myriam ongeveer vier jaar oud was en 3 à 4 maanden later stierf een tante van haar, een moeder van drie kleine kinderen. Haar moeder schrijft over dit voorval: "Ik stond in de keuken te huilen. Toen Myriam binnenkwam, was het enige wat ze zei: "Mam, je moet niet zo huilen, want opa zei: 'Tante Corry, ik ben zo alleen hier, kom je ook?' En ze is gegaan.", waarop ze gewoon doorging met spelen. Verder vertelt haar moeder over haar vroegste jeugd: "Als Myriam uit school kwam, ging ze altijd direct door naar buiten, en zat op de schommel zeker 'n kwartier te huilen waar je dan op vroeg: "Wat is er?" Je kreeg dan geen antwoord, na een poosje was 't over en ze zei dan "Klaar over". We zijn er nooit achtergekomen waarom." Myriam zegt hier zelf over dat ze huilde om iets kwijt te raken van anderen, als een soort uitlaatklep.
Ook een "imaginary playmate" ontbrak niet in deze tijd. Myriam schrijft daar zelf het volgende over : "Zo had ik vroeger ook altijd een vriendje Ponon heette hij. [...] Hij werd afgedaan als een fantasievriendje, maar ik zag hem echt, wist waar hij gewoond had. Plotseling was hij weg, ik vertelde m'n ouders dat hij "verhuisd" was." Haar moeder schrijft over deze Ponon: "Ze liet hem [...] altijd gewoon binnen en stelde hem aan ons voor en ze speelde de hele middag of avond met hem en zijn moeder wist het dat hij bij haar was. Als wij vroegen waar hij woonde, wees ze ook altijd hetzelfde huis aan. Op een gegeven moment was hij verdwenen. 'Ach', denk je dan, 'het is kinderpraat' en we gingen er niet op in." Ponon was een jongetje dat in Leiden gewoond zou hebben.
Myriam was overigens een kind dat altijd met zieke kinderen optrok. Zo was er een meisje in haar klas, ene Ellen van ongeveer 8 jaar die iets aan haar hart had en geopereerd moest worden. Op school wisten ze wat er met Ellen aan de hand was, en het werd ook aan de kinderen verteld op een kinderlijke manier. Ellen was Myriam haar beste vriendin. Haar moeder schrijft: "Toen Ellen stierf, was het haar moeder die het mij vertelde en of ik het voorzichtig aan haar wilde vertellen, maar Myriam was mij voor. Ze zei zonder enige aanleiding: "Mam, Ellen is nu 'n engeltje en is nooit meer ziek. Goed, hè?" Je bent op zo'n moment heel verbaasd. Zelfs haar vader vond het toen vreemd. Het was in die tijd ook niet bespreekbaar."
Na de lagere school heeft ze de LEAO gedaan. Haar middelbare schooltijd was leuk, ze had geen problemen met de lesstof. Ik citeer uit haar decemberbrief: "Ik was HAVO getest, maar mocht van mijn vader niet naar de HAVO. Ik had veel vrienden, rookte uit verveling een joint en had 't best naar mijn zin. Na de LEAO wilde ik naar de MBO– V. Ik wilde verpleegkundige worden. Ik was daar op vrijdag aangenomen toen mijn vader op zondag stierf.
In één klap was ik volwassen. Ik had al heel volwassen moeten worden want mijn moeder was herstellende van een zware hartoperatie. Ik regelde alles en merkte dat ik weinig vrienden had. Ik had al verkering en Robert heeft me altijd bijgestaan. Na 6 maanden besluit mijn moeder te gaan samenwonen met de buurman en zijn 2 zonen. Door avances van de buurman ben ik weggegaan uit huis. Ik moest van school af, want er moest geld komen. Toen heb ik de opleiding ziekenverzorgster gedaan. Helaas kon ik na 't eindexamen dit beroep niet meer doen. Ik knalde door m'n rug. Als ik 20 ben trouw ik met Robert, we kopen een huis en ik ga halve dagen werken als gespecialiseerd gezinsverzorgende. In die tijd kreeg ik ook veel last van eczeem. In 1988 komt onze 1e dochter. Onze buurman begint me lastig te vallen en ziet kans mij 3 maal te verkrachten. In 1992 komt onze tweede 'angel'. Doordat ik erg bang ben in dat huis verhuizen we. In 1993 doe ik aangifte maar de dader wordt niet veroordeeld. In 1994 word ik geopereerd aan een hernia, deze lukt, maar als ik 5 maanden later door een auto word aangereden zijn mijn klachten terug. Nu, met hulp en rustig aandoen is de pijn redelijk te dragen. I 1995 besluiten Robert en ik te scheiden. We zijn allebei uitgeput en hebben ruimte nodig. Dan kom ik nu tot 't heden. Ik probeer alleen verder te gaan. Soms voel ik me hopeloos alleen. De meeste vrienden raak je kwijt na zo'n scheiding. Toch blijf ik positief en bidden dat alles goed komt."

II.2. Herinneringen aan een vorig leven
Nu dan Myriams herinneringen aan een vorig incarnatie. Myriam is niet het enige kind in Nederland dat zich een vorig leven herinnert, ik heb wat dat betreft ook andere gevallen aangetroffen sinds 1986. Een bekend voorbeeld van een geval dat men eventueel zo zou kunnen opvatten is dat van Annet v.d. K. (Rivas & Rivas, 1988), ook al lijkt een andere verklaring voor dat geval misschien nog denkbaar. Opvallend is echter wel dat de herinneringen van Myriam zeer gedetailleerd zijn en meer dan alleen haar dood omvatten en, nog belangrijker, dat er geen reden lijkt te zijn om in haar geval uit te gaan van een alternatieve hypothese in plaats van veridieke herinneringen aan haar vorige incarnatie.
Myriam was zo'n drie, vier jaar oud, toen ze tegen haar ouders vertelde dat ze al eerder had geleefd. Haar moeder schrijft:
"[...] Op 'n zeker moment, ik had 'n jurk aan met bloemetjes, waarop ze direct zei: Doe maar uit, want mijn moeder vroeger had ook altijd zo'n jurk aan en ik moest altijd op mijn broertjes en zusjes passen en eten zoeken in de woestijn. Daar ben ik ook doodgegaan. Als ik er verder op doorging en vroeg of dat niet eng was, zei ze altijd volmondig: 'Nee hoor!' en ze keek je dan aan van 'Mens, hoe kom je erbij!'."

Hieronder volgen de afzonderlijke herinneringen die zij aan haar vorige leven had :
– Haar moeder was een dikke vrouw.
– Ze droeg altijd een bloemetjesjurk.
– Haar vader was vaak van huis, om geld te verdienen of eten te kopen.
– Hij had als hij thuiskwam, steeds eten en fruit bij zich. Ze had daarbij een gevoel van "Ha, eten!".
– Haar vader was vrij klein, hij droeg een hoed en had een grove kaak en ogen die een beetje schuin stonden.
– Het gezin was heel arm. Ze bezaten geen eigen grond.
– Ze woonden in een kaal, woestijnachtig gebied met cactussen, waar het heel warm en droog was. Er was overal geel zand.
– Haar huidskleur was donker. Niet negroïde, maar toch wel behoorlijk getint. Ze denkt zelf aan Mexico of iets dergelijks. Het konden misschien ook wel Arabieren zijn geweest, maar ze kan zich geen Arabieren herinneren.
– Er waren waarschijnlijk geen spiegels in huis, en daardoor zag ze zichzelf niet vaak. Ze weet niet meer hoe haar gezicht eruit zag.
– Oudere mensen waren rimpelig.
– Ze voelde veel angst voor de ouderen. Een soort gevoel van "Ik moet respect hebben".
– Ze hadden een houten huis met een veranda.
– Zij had heel veel broertjes en zusjes en voelde zich heel verantwoordelijk voor hen.
– Omdat het er zo droog was, moest ze vaak naar de put om water te halen.
– Tijdens een van die tochten naar de put, werd ze overvallen door een zandstorm en is daarbij doodgegaan.
Het was niet echt een prettig leven, er was een gevoel van onderdrukking, en ze is vrij jong gestorven. Waarschijnlijk was ze een jaar of 7 à 8 toen ze overleed. Het vorige leven kenmerkte zich vooral door veel honger en armoede. Ze kan zich geen oorlog of geweld herinneren.
Nu nog steeds kan Myriam zich deze beelden overigens helder voor de geest halen.
In mei 1997 onderging Myriam een regressietherapie. Ze kwam inderdaad in Mexico terecht: "Heel helder heb ik toen weer alles gezien. Ook kwam ik achter een paar dingen. Ik was als kind niet gezond in dat leven, ik had een soort spasme in armen en benen. Ook kon ik niet praten, maar begreep wel alles, dit zou je een soort autisme kunnen noemen." Ze had het gevoel altijd "weggesmeten" te zijn geweest, een gevoel dat ze ook nog in dit leven sterk heeft gehouden. Ze is naar aanleiding van een ziekte in behandeling gegaan bij de bekende healer "Jomanda", die de (somatische) ziekte in verband brengt met een minderwaardigheidscomplex dat volgens haar al een paar levens achtereen aanwezig is geweest bij Myriam.
De ziekte omvat allerlei klachten. Myriam is diabeet, en heeft last van haar nieren, lever, longen, spieren en huid. Al die klachten staan nogmaals in verband met haar minderwaardigheidsgevoelens volgens Myriam, en Jomanda zou reeds een groot deel van de klachten hebben weggenomen. Naast levenslessen wat betreft haar minderwaardigheidscomplex zou de ziekte haar ook laten zien wie haar echte vrienden zijn.
"Ook was er een paard aanwezig. Eigenlijk meer een pony. Als ik die pony aaide, kon ik mijn spieren iets ontspannen. Ik had een goed contact met dat beest. Plotseling was dat paard dood, ik was boos. Waarom dat paard dood moest, kreeg ik niet duidelijk. Het voelde aan als een soort offer of misschien was er voedsel tekort. Ik werd niet zo serieus genomen en werd voor veel klusjes gebruikt. Zo ook voor mijn broertjes en zusjes zorgen. Mijn broertjes en zusjes hadden niet zo'n grove kaak [als haar vader, T.R.], hadden sluik haar (zwart) en ook iets scheve ogen. Tijdens 't water halen ben in omgekomen omdat er een plotselinge storm kwam.
We waren boeren (landbouwers) en waren zo arm als wat. Er was wel wat land, maar dit was niet bewerkt, het was droog, warm. Ik was niet gelukkig. Mijn moeder was vrij dik en mopperde veel. Haar gezicht kan ik me niet voor de geest halen. Wel haar kleding, die ik verafschuwde. Een soort jurk met geborduurde bloemen, heel druk."
Overigens heeft Myriam niet de indruk dat ze in haar vorig leven Spaans sprak. Ze vindt dit een mooie taal, maar heeft hier geen gevoel van herkenning bij.

II.3. Herinneringen aan een periode tussen dood en wedergeboorte
Herinneringen tussen dood en geboorte had Myriam gedeeltelijk, net als andere subjects van Cases of the Reincarnation Type (Rivas, 1996). Ze schrijft: "De tunnel na het sterven, de mooie wereld en daarna rust. Dan plotseling het gevoel dat je ergens naartoe getrokken wordt als een sterke magneet, blijdschap, en de pijn en druk die je voelt als je geboren wordt. Deze herinnering was heel belangrijk bij de geboorte en zwangerschap van mijn kinderen. Ik wist als geen ander hoe zoiets voelde. Ik wist ook bij allebei mijn dochters dat het meiden werden en hoe ze eruit zagen. (De dochters die ze herkende, had ze voor hun geboorte al gezien als baby's, T.R.)
Ik herkende ze ook meteen toen ze geboren waren. Bij de oudste dochter was ik erg bang bij de geboorte, ik wilde haar die ervaring besparen. Het resulteerde dan ook in een keizersnee. Ondanks alle weeën die nog eens versterkt werden door een weeënopwekker, kon ik haar niet gewoon geboren laten worden. M'n lichaam wilde wel maar m'n geest (onderbewustzijn?) niet. Dit gevecht heeft 12 uur geduurd. Mijn dochter gaf 't op, want haar hartslag werd met de minuut minder. De arts heeft toen een keizersnee gedaan. [...] Ik had deze herinneringen (tussen dood en leven) als kind ook al maar omdat veel werd afgedaan als fantasie heb ik veel mijn mond gehouden. Wel heb ik altijd 't gevoel gehad "anders" te zijn, hierdoor was ik best een eenzaam kind." Joanne Klink zegt terecht: "Kinderen zijn voor ons de 'trait d'union' tussen hemel en aarde" (Klink, 1994, blz. 36).

II.4. Een bijna-doodervaring tijdens dit leven
Tijdens bovenstaande keizersnee heeft Myriam ook nog eens een bijna-doodervaring gehad. "Ook dit is zo echt dat ik zeker weet dat het geen droom was. Het gevoel weer terug te moeten was ongeveer het zelfde gevoel als geboren worden."
Zij lag tijdens een keizersnee op tafel en raakte buiten bewustzijn. Ze zag geen licht of tunnel, maar werd getrokken door een soort muziek en warmte. Het was er onmenselijk mooi, mooie bomen, planten en bloemen. Ze voelde er een onmetelijke rust en ontspanning. Ze had een heerlijk, zalig gevoel en dacht: "Wat is het hier mooi!" Ze wilde daar dan ook blijven.
Ze zag een soort schimmen alsof je door ze heen kon kijken, maar ze zocht er geen contact mee, zo onder de indruk van alles om haar heen was ze. Het was gewoon heerlijk. Ze ervoer die wezens ook helemaal niet als vreemd, ze hoorden helemaal bij de omgeving.
Maar de ontspanning ging weer weg, er was weer pijn. Ze hoorde dat ze werd geroepen, en iemand zei: "Ze heeft zuurstof nodig!", en "Ze wordt blauw!". Ook kreeg ze klappen in haar gezicht. Ze wilde terug naar die ander wereld en dacht terug "Man, hou op!", maar ze kon niet meer terug.
Na de BDE traden er veranderingen op in haar persoonlijkheid. Ze was veel bewuster geworden van alles wat hier na komt. Het werd een duidelijk zaak voor haar dat er een leven na de dood is. Ze weet nu ook dat er een God is. "Je gaat er meer over nadenken en je meer interesseren voor spirituele dingen". Ze voelt nog wel een soort heimwee (een neerslachtig gevoel, maar geen echte depressie) en ze is in dit leven op zoek gegaan naar dezelfde rust en ontspanning. Maar die is hier gewoon niet. Bovendien heb je hier op aarde een taak te vervullen. Zelfmoord lost dus niets op. Maar ze zou wel weer terug willen. "Had ik geweten dat ik door zelfmoord daar weer kwam, dan had ik dat misschien gedaan." Ook had ze later nog dromen dat ze opsteeg, maar weer terugviel, en die dromen ziet ze als een poging om terug te vluchten naar die andere wereld. Volgens Myriam is ze teruggekomen naar deze wereld omdat ze hier levenslessen zou krijgen die ze in die andere wereld niet kon krijgen. Dit heeft volgens haar te maken met het hebben van een lichaam; zonder lichaam kun je bepaalde levenslessen vermijden, maar met een lichaam niet. Om die reden zou er volgens haar ook reïncarnatie bestaan. In dit leven draait het bij Myriam heel sterk om het gevoel "weggesmeten" te worden. Ze moet dat gevoel verwerken, zichzelf helemaal leren aanvaarden en haar minderwaardigheidsgevoelens overwinnen. Ze moet leren zichzelf lief te hebben. Het gaat om een hele harde leerschool, zeker nu Myriam ook nog eens ziek is geworden. Toch gelooft ze dat alles zin heeft, zelfs de meest negatieve ervaringen. Op het moment zelf ziet een mens dat vaak niet, maar achteraf blijkt altijd dat je er wat van geleerd hebt en dat je er geestelijk rijker van geworden bent. Dan wordt de zin van dingen duidelijk.
Na de ervaringen had ze de behoefte om aan iedereen te vertellen dat "God geen man is, maar liefde". Ook heeft ze met stervenden over de BDE gepraat. Met name met een achternicht die op sterven lag vanwege maagdarmkanker. Ze kreeg een sterk gevoel dat ze er naartoe moest. Daarvóór had ze nooit zoveel contact met die achternicht gehad. De patiënt was van tevoren bang geweest voor de naderende dood, maar ze kwam echt tot rust onder invloed van wat Myriam haar vertelde over haar bijna-doodervaring. Overigens zoekt Myriam dit soort situaties niet actief op, maar helpt ze alleen die mensen die op haar pad komen.

II.5. Herinneringen aan haar geboorte
We citeren uit haar brief van november 1996: "Dit geldt ook voor mijn geboorte. Ik kan me vanaf mijn geboorte bijna alles herinneren. Ik weet hoe 't voelt om geboren te worden en om te sterven. Ik weet hoe mijn wieg eruit zag, dat ik in de box zat, de fles kreeg e.d. Zelfs de kamer kan ik beschrijven. Toen ik 5 jaar geleden, ik was toen 25 jaar op de bus stond te wachten, kwam er een vrouw aan. Ik herkende haar meteen als de gezinshulp die in huis was toen ik geboren werd. Ik heb 't haar gevraagd. Het klopte, al moest ze wel diep nadenken eer ze zich mijn naam wist te herinneren. Het klopte dat ze in die tijd gezinshulp was, al was ze nu al jaren gepensioneerd."
Myriam is overigens niet de eerste die ik zelf gesproken heb over een ononderbroken herinnering vanaf de tijd voor haar geboorte. In 1992 voerde ik reeds een gesprek met een 9– jarig vroegrijp vriendinnetje van mij, E., de dochter van een Oost– Europees echtpaar waarin zij me vertelde dat ze zich op haar tweede jaar herinnerde van een andere wereld afkomstig te zijn. Bovendien kon ze zich toen nog levendig dingen voor de geest halen uit de periode dat ze ongeveer één jaar oud was. Ik heb zelf kunnen constateren dat haar trefzekere, bewuste herinnering aan die tijd haar dialectisch– materialistisch georiënteerde vader hogelijk verbaasde! Iemand anders die ik zelf gesproken heb over vroege herinneringen was een hoogbegaafde jonge filosofie– student, K., geheten. Hij kon zich nog heel goed herinneren dat hij 1 jaar oud was en wat hij in die periode meemaakte. Deze jongeman was over het algemeen heel eenzaam en gesloten en is nadien in de psychiatrie beland. Het zou mij niets verbazen dat dit mede te wijten is aan onbegrip met betrekking tot zijn ervaringen. Ervaringen die mogelijk zelfs nog verder teruggingen dan zijn eerste levensjaar, want deze jongen hield ook tegenover mij duidelijk het een en ander achter.

II.6. Samenhang tussen de twee levens
Myriam zegt hier zelf het volgende over:
"Ik denk niet dat er een samenhang is tussen die twee levens. Er zijn wel dingen die ik in dit leven weer meemaak. Zoals de armoede. Ook in dit leven in een welvarend land heb ik echt armoede gekend. In dit leven heb ik van kinds af aan al een bloedhekel aan zand. Het strand is een kwelling voor me. In mijn vorig leven ben ik aan uitdroging overleden. In dit leven is 't frappante dat ik heel snel uitdroog. Zo gauw ik ziek word, ben ik na 1 week al bijna uitgedroogd, ik heb dan ook niet al te beste nieren. Of dit een samenhang is, weet ik niet, maar in toeval geloof ik ook niet."

II.7. Waarom had Myriam die herinneringen?
Ik citeer: "Waarom ik al die herinneringen heb, denk ik omdat ik gewoon een goed geheugen heb. Nu voel ik me bevoorrecht, ben er dankbaar voor, het heeft me veel geestelijk voedsel gegeven." Overigens vindt ze de ervaringen die ze heeft gehad ook "heel gewoon".

II.8. Reactie van haar ouders
Haar ouders zeiden dat ze het verhaal over haar vorige leven waarschijnlijk bij elkaar fantaseerde of ergens gezien zou hebben. Er werd om gelachen om haar verhalen en Myriam werd gezien als een kind met teveel fantasie. Daardoor ging ze er minder over praten. Als kind voelde ze zich eenzaam en niet begrepen.
Door de negatieve reacties op haar verhalen, vertelde ze slechts met tussenpozen over herinneringen. Ik citeer haar brief opnieuw: "In mijn gevoel begrepen mijn ouders me niet. Ze dachten dat 't fantasie was, maar begrepen niet dat ik alles gedetailleerd kon vertellen." en "Ik denk dat ik over mijn herinneringen aan 't vorige leven niet veel praatte, omdat mijn ouders 't afdeden met fantasie. Mijn vader was al helemaal te nuchter voor dat soort dingen. Ondanks dat zijn de herinneringen altijd sterk gebleven, net zo sterk als alle herinneringen in dit leven."

II.9. Een Mariaverschijning?
Later, rond haar zesde of zevende, had ze wat lijkt op een tweetal Mariaverschijningen aan haar bed, van een 'hele mooie en lieve vrouw'. De vrouw droeg een kroon en was helemaal in het wit gekleed, maar met donkere haren. De verschijning gaf haar een goed en vredig gevoel. De eerste keer glimlachte Maria heel lief tegen haar, en de tweede keer keek ze bedroefd en gleed er uit één oog een traan over haar wang. Er was geen echte communicatie, maar wel voelde Myriam liefde, een gelukzalig gevoel.
Hier reageerden haar ouders weer net zo op als op haar herinneringen. Ze zeiden "Je zal het wel gedroomd hebben". En toen zei ze weer: "Ja, maar ik heb ook eerder geleefd."
Haar moeder beschrijft dit als volgt: "Op een gegeven moment kwam ze uit bed en vertelde ons dat Maria bij haar was geweest, de eerste keer geef je er geen aandacht aan, maar toen het een tweede keer gebeurde, denk je wel "Wat raar!". Ik dacht eerst 'Er komt wel een verhaal aan vast, 'n soort fantasie' maar dat kwam niet, maar haar vader was 'n heel nuchtere man, maar wel erg gelovig die er verder niet op inging."
Myriam voegt er nog aan toe: "Wat een liefde heb ik in die vrouw haar ogen gezien, wat een schoonheid. Ze had donkere haren en was gekleed zoals Maria. Toen ik jaren later bij een paragnost was, zei deze me dat ze Maria steeds bij me zag. Ik vertelde over de verschijning (ik was toen 7 jaar) en zij bevestigde mijn verhaal."
Overigens had dit verhaal nog een vervolg in de Rooms– Katholieke bedevaartplaats Banneux. Maximaal een jaar na de verschijningen, bezocht ze Banneux met haar ouders. Op mijn verzoek vroeg Myriam aan haar moeder hoe ze in die bedevaartplaats reageerde. "Zij vertelde het volgende: Vanaf dat ik daar kwam, zei ik, ik ben hier al eens geweest [sic]. Dit hield ik zo halsstarrig vol dat mijn ouders boos werden, want zij wisten zeker dat ik hier nog nooit geweest was. Om mij te sussen mocht ik van mijn vader een Mariabeeldje uitzoeken, iets wat ik al een tijdje wilde. Maar geen enkel beeldje was goed. Mijn vader, inmiddels behoorlijk geïrriteerd, vroeg wat er mis was met die Maria. Waarop ik antwoordde, dat is niet de Maria van hier, maar de Maria uit Lourdes. Mijn vader liep toen weg, erg boos. Plotseling wilde ik een bepaald souvenirwinkeltje in, mijn ouders mee. Bij de kassa [achter de kassa] stond een oudere vrouw. Ik liep op haar af en zei: U weet 't toch ook, u was er toch bij. Deze vrouw hevig geëmotioneerd die winkel uit naar een kamertje erachter." Overigens zal deze vrouw Myriam naar alle waarschijnlijkheid niet woordelijk verstaan hebben, omdat Banneux een Waals bedevaartsoord is.
"Ik wilde er achteraan maar mijn vader inmiddels razend trok mij de winkel uit. Later op een terras vertelde een medelander dat in dat bewuste souvenirwinkeltje nog één van de zusjes [van degene, Mariëtte Bécaud] aan wie Maria verschenen is. Mijn vader wilde er echter niets meer van weten. Het is jammer dat ik niet terug mocht. [...] Wel weet ik nog dat ik later op de dag een bevroren hart voelde. Ik had pijn en voelde me ziek en verdrietig. Dit is gebleven tot 's avonds. Of het iets te maken had met de ervaringen in de bedevaartplaats weet ik niet. Ook voelde ik me daar heel vreemd, niet te omschrijven, bijna vroom en emotioneel." Ze wist in feite dat de Maria die aan haar verschenen was, dezelfde was als in Banneux.
Alsof dit alles nog niet genoeg is, heeft er zich ook nog een uiterst merkwaardige "toevalligheid" voorgedaan. Mijn vriend Gerard is een zeer gelovig Katholiek en in 1995 wilde hij mij graag in contact brengen met zijn favoriete verschijningsvorm van Maria, de Maria "van de armoede" van Banneux. Dit was nota bene de enige keer dat ik op reis ging met Gerard tot het bezoek aan Myriam in 1997. Bovendien had Gerard in 1995 en 1996 een tijdlang doorgebracht in Mexico en New Mexico. Hij had daarbij geconstateerd dat bepaalde Maria's daar leken op de Maria van de armoede van Banneux! Net als Myriam had hij zich trouwens geërgerd aan de Maria– beeldjes die er in de Belgische bedevaartplaats werden verkocht, omdat hij net als Myriam wist dat die van de Maria van Lourdes waren in plaats van de Maria van Banneux. Op 28 juni 1995 tenslotte had Gerard mij meegenomen naar de bezienswaardigheden te Banneux om mij te laten ervaren wat voor een sfeer daar hangt. Op 28 juni 1997 gingen wij samen naar Myriam en praatten over Banneux! Deze coïncidentie wat betreft de datum bleef onopgemerkt tot 11 augustus toen een ansichtkaart van Banneux van de muur van mijn studeerkamer was gevallen en ik de achterkant bekeek, waarop ik de datum had geschreven.

In juni 1997 bracht Myriam een paar weken door in Kroatië Ze werkte daarbij mee aan een project voor weeskinderen. Ze kocht in Kroatië ook een beeldje van Maria. In de nacht nadat ze een bespreking had gehad over het project voor de Kroatische weeskinderen, gebeurde er iets vreemds met dit beeldje. Er was een lichtkrans omheen te zien, die zowel voor Myriam als ook voor haar moeder, die haar vergezelde, zichtbaar was. Ze had het gevoel dat dit een bevestiging vormde dat ze goed bezig is. Myriam hééft wat met kinderen, ze denkt dat ze juist hen moet helpen, waaronder met name ook haar eigen kinderen trouwens.

II. 10. Ervaringen met geesten
Naast de ervaringen met Ponon, die gezien kan worden als een typische "imaginary playmate", en de Maria.– verschijningen, had Myriam in haar jeugd ook nog andere ervaringen met geesten. Een recente ervaring met een geest kan ik hier helaas nog niet vermelden, aangezien het zeer belangrijke persoonlijke informatie betreft. Het is hier voldoende om te vermelden dat de ervaring zeer authentiek op mij overkomt.
Allereerst is er een tweetal foto's (zie illustratie) van toen ze rond de drie en een half jaar oud was, op een camping in de gemeente Zweeloo, 't Kuierpadtien te Wezuperbrug. Deze informatie heb ik verkregen door drie campings in de gemeente Zweeloo te bellen. Alleen 't Kuierpadtien komt qua kenmerken in aanmerking. Deze naam betekent "kuierpaadje", van kuieren, wandelen, en verwijst naar een "vrijerspaadje" dat bekend stond om de verliefde stelletjes die er vroeger gingen minnekozen. Overigens deed zich op dit punt een heel merkwaardige coïncidentie voor. Terwijl ik op 15 juli 1997 rond 11 uur 's ochtends een wekkerradio voor het eerst instelde, hoorde ik hoe een stel jongeren werden genterviewd terwijl ze vakantie vierden op een camping. Dit was uitgerekend 't Kuierpadtien! De kans dat dit op toeval berust is klein, als men bedenkt hoeveel campings er in Nederland bestaan.
't Kuierpadtien was een erg bosrijke camping met huisjes erop. Haar moeder schrijft hierover:
"Zo is er van Myriam een vacantiefoto gemaakt op een veld. Toen de foto's ontwikkeld waren, stond er op één foto een meisje bij, ouder dan Myriam waar wij stomverbaasd over waren. Dit kenden wij nog niet, want er was absoluut op de hele camping niet zo'n meisje. Onze reactie was alleen verbazing."
Myriam zelf zegt: "Zoals u gemerkt zult hebben, heb ik 2 foto's bijgesloten. Eigenlijk zouden het 2 foto's zijn waar ik alleen op zou moeten staan. Mijn vader heeft ze gemaakt. Wie die vrouw is? Mijn ouders waren zeer verbaasd na 't afdrukken. [...] Zoals je ziet, zie ik die vrouw ook want ik kijk naar haar. Ik was op deze foto 5 à 6 jaar. Het was trouwens een vakantiefoto."


De mysterieuze foto
De vrouw op de foto herkende zij niet, maar ze zag haar dus wel. Die jonge vrouw zat er alleen maar, ze zei niks. Wel had ze goede bedoelingen met Myriam. Ze had een soort lap om, en zag er magertjes uit. Ze had een bleek gezicht en glimlachte.
Volgens haar ouders had Myriam een tweede ervaring met een foto met een onbekende, fysiek onzichtbare figuur daarop toen ze een jaar of 8 was. De foto in kwestie laat een man zien. Helaas is deze foto tot nu toe niet teruggevonden.
Een derde ervaring betreft haar vader, die stierf toen Myriam 16 jaar oud was. Voor diens dood had Myriam haar moeder al verteld dat ze altijd een stoel leeg zag staan, maar niet wist wiens stoel het betrof. Na zijn dood maakte Myriam echter ook dingen mee die te maken met haar vader: "Het was nog geen jaar na zijn dood, dat ze naar haar kamer ging en halverwege de trap aan haar enkels werd getrokken. Zo gebeurden er nog een paar dingen. Haar vader had een apart fluitje wat ze op meerdere plaatsen hoorde. Toen zij ging samenwonen, was ze in de keuken en werd opzij geduwd en op hetzelfde moment kwam er achter haar een steekvlam uit de geiser."

II.11. Houding van Myriam tegenover de dood en het geloof
Myriam had als kind een ongewone houding ten opzichte van de dood, voortkomend uit haar herinneringen aan een vorig leven en een andere wereld. Ze schrijft hier zelf over: "Ik heb altijd geweten dat "dood" niet bestaat. Ik weet gewoon dat er een andere wereld bestaat, ik heb 't zelf gezien en dat is voor mij hetzelfde als de herinnering dat ik b.v. gister brood heb gekocht bij de bakker. Een voorbeeld hiervan is dat ik 5 jaar was, overleed mijn tante op 32– jarige leeftijd. Mijn opa, haar vader dus, was 3 maanden eerder overleden. U begrijpt dat het verdriet in de familie erg groot was. Mijn moeder was erg verdrietig en huilde. Ik als kind vond dat ze niet hoefde te huilen, want tante Corrie was "dood"gegaan omdat opa zo alleen was. Mijn opa had ook een hele nauwe band met zijn dochter. Ik denk niet dat 't moeder troostte. [...]
Toen ik ouder werd, was de interesse in 't spirituele erg groot, maar ik wilde er niet al teveel over lezen omdat ik niet wist welke boeken goed of slecht waren. [...]
Ik ben R.K. opgevoed maar ben tegen de paus. Dit had ik ook als kind al, die macht die die man heeft, al dat geld, pracht en praal. Dat kan niet goed zijn, dat heeft niets met God te maken. God is liefde, iets wat de paus niet bezit.
Ik geloof in God, in zijn wereld omdat ik 't weet. Geen enkel geloof komt daar dichtbij."

II.12. Het paranormale nu in het leven van Myriam
In het algemeen heeft Myriam ook recent nog veel ervaringen meegemaakt met vrienden, kennissen en familie die ze als paranormaal kan kenschetsen. Ze denkt ook het vermogen te bezitten om hoofdpijn weg te nemen door magnetiseren.
"Ik magnetiseer soms mensen die mij dat vragen, en voorspel wel eens iets. Ik maak er niet m'n beroep van, als ik help is 't uit en met liefde en wil ik er geen geld voor." (december 1996). Ook voelt ze (mei 1997) "de dood soms aankomen. Het is een nerveusachtig gevoel." Bijvoorbeeld op Hemelvaartsdag twee jaar geleden (d.w.z. 1995). In de verte hoorde ze een ambulance en ze kreeg het daarbij helemaal benauwd. Ze zei dat het vast een bekende was die daar in die ambulance lag. Later bleek dit correct te zijn: een nichtje overleed in die ambulance terwijl ze het erg benauwd had.
Dit alles is overigens niet in strijd met de volgende hobbies van Myriam: "Verder hou ik van lezen, dieren (...) Ik ben dol op muziek van Marco Borsato en Joop Hoogendoorn. Maar mijn allergrootste hobby's zijn kikkers verzamelen, gedichten schrijven en Formule 1 kijken. Ik verzamel alles van Ayrton Senna. De beste, knapste en aardigste Formule 1 coureur aller tijden. Helaas op 1 mei 1994 overleden op 't circuit van San Marino, Italië."

III. Overwegingen rond het geval Myriam
Hieronder zal ik het geval Myriam plaatsen in een ruimere context van andere gevallen op dit gebied, en mij bovendien afvragen welke specifieke conclusies we uit dit geval mogen plaatsen.

III.1. De authenticiteit van het geval Myriam
Vanaf het eerste moment dat ik Myriam ontmoette op de Paravisie– manifestatie heb ik vertrouwen gehad in de betrouwbaarheid van haar verhaal. Dit vertrouwen is natuurlijk verder versterkt door de brief die ik van haar moeder heb ontvangen. Er is volgens mij geen gegronde reden om de authenticiteit van het geval Myriam te betwijfelen.
Dit oordeel kan men nader onderbouwen:
1) door het feit dat het Rooms– katholieke ouders betrof uit de jaren '60, ouders die niet eens openstonden voor de Maria– verschijningen, laat staan voor Myriams herinneringen aan een vorig leven.
2) de leeftijd waarop Myriam begon te vertellen over haar vorig leven, een leeftijd die overeenkomt met die van kinderen van paranormale Cases of the Reincarnation Type zoals onderzocht door Ian Stevenson en diens Aziatische en overige collega's zoals Jamuna Prasad en K.S. Rawat.
3) de stabiliteit en betrekkelijke eenvoud van de verhalen. Als het zou gaan om louter fantasie, zou men een ingewikkelder en veranderlijker verhaal verwachten.
Het geval Myriam kent op al zijn verschillende punten parallellen bij andere gevallen: haar herinneringen aan vorige levens lijken op herinneringen aan vorige levens in talrijke andere gevallen (zie bijvoorbeeld: Stevenson, 1987; Harrison & Harrison, 1983; Young, 1977) de herinneringen aan een tussenstadium tussen dood en wedergeboorte komen ook voor in bepaalde gevallen van Stevenson en van de Harrisons en worden ook uitvoerig besproken door Joanne Klink (1994); de Mariaverschijningen komt men vooral veel tegen bij jonge kinderen (Rivas, 1991), maar ook bij volwassen subjecten, zoals ik zelf heb ondervraagd; en de spiritistische literatuur staat vol met al of niet vermeende contacten met geesten (zie b.v. Young, 1977). Een voorbeeld van een ander geval van herinneringen aan een vorig leven uit een Nederlands boek, wordt gegeven door Klink (1994, blz. 59) die een brief van een ouder citeert: "J. was bijna drie jaar en vertelde tijdens het eten – we aten vlees – dat hij vroeger nooit vlees kocht maar het zelf moest halen. Hij had zwarte haren, droeg schoenen zonder zolen, had geen broek aan, maar een lap. Hij woonde in een huis van stokken en lappen. Hij een paard zonder zadel en kon goed rijden. Hij moest met een stok met een pijl eraan op grote koeien schieten die een baard hadden. Tijdens de jacht was hij gestorven, want ineens was hij er niet meer. Nu is hij bang voor paarden en heeft moeite met het doden van dieren om vlees te krijgen. Toen hij jonger was, was sterven geen probleem voor hem, want 'je kwam toch terug'. We hebben geen TV. Een boek over Indianen heeft hij nooit gelezen. Toen hij eens op school geschminkt werd, vond hij dat erg, want daar kwam strijd van en men herkende elkaar dan niet. Vroeger zwierven ze veel en dan was er geen eten. Ook werden ze dan getreiterd en er kwam oorlog met anderen. Als hij groot is, wil hij naar Amerika om te gaan kijken."

III. 2. Vergelijkbaar materiaal dat door leden van ons team is onderzocht
Tot op heden (1997) hebben we naast Myriam (en het reeds genoemde geval Annet v.d.K. (Rivas & Rivas, 1988)) zelf vier gevallen gevonden van Nederlandse kinderen die de klassieke structuur lijken te vertonen van de Cases of the Reincarnation Type van Stevenson in de waaktoestand:

Geval 1: Hindoestaans meisje (van Surinaamse afkomst) herinnert zich op 4– jarige leeftijd het leven van haar tante. Ze noemt hierbij details die haar familie weten te overtuigen. Helaas was men in dit geval niet bereid uitgebreid op een en ander te gaan.

Geval 2: Nederlandse jongen herinnert zich op 3– jarige leeftijd het leven van een soort industrieel ontwerper. Hij weet zijn moeder te vertellen dat hij iets met een groot rad van doen heeft gehad. Zijn christelijke moeder begrijpt niets van het verhaal van haar zoon. Zij bevestigt tegenover mij echter wel dat haar zoon haar een hele dag lang iets wilde vertellen over een groot wiel.

Geval 3: Hindoestaans meisje (opnieuw van Surinaamse afkomst) beweert bezeten te zijn door een Indiase vrouw uit de jaren '40. Ze noemt namen en adressen uit die tijd. Enkele geografische en architectonische bijzonderheden worden door de familie zelf geverifieerd. Bovendien spreekt zij wanneer ze bezeten is een vreemde taal, nl. het Hindi. De familie spreekt zelf alleen Nederlands, Sranan Tongo en Hindoestaans. Opnieuw werd een grondig onderzoek sterk bemoeilijkt, zodat we geen zekerheid kunnen hebben over de juistheid van dit verhaal.

Geval 4: Een jongen zegt op driejarige leeftijd dat zijn overleden vader weer een baby zal worden. Dit is ons bevestigd door zijn moeder. Slechts enkele jaren later maakt hij een tijdlang steeds opnieuw schilderijen van een strand met diverse soorten voertuigen en wapentuig. Dit wordt in de puberteit aangevuld met beelden van gevechtshandelingen en het idee in de rug te zijn geschoten.

Verder heb ik zelf nog een Spaans geval onderzocht.
Ik citeer hiervoor graag een brief van de moeder van het kind, Lucrecia Pérsico uit Madrid, daterend van de herfst van 1991:
"Toen mijn zoon ongeveer 8 of negen jaar oud was, vertelde hij me dat hij vroeger een ander leven had geleefd. Omdat ik hem geen enkele soort religieuze opvoeding had gegeven, omdat ik erg sceptisch ben, verbaasde me dat. Ik vroeg hem wat hij zich herinnerde, en hij zei me "London" (niet Londres, de Spaanse naam voor Londen).
"Als ik mijn ogen open heb, en jij vraagt me of ik slaap", legde hij uit, "komt dat omdat ik me die dingen herinner. Toen ik kleiner was, herinnerde ik me nog meer."
Omdat ik er op aandrong dat hij me zou vertellen wat voor een soort herinneringen hij had, vertelde hij me het volgende:
"Ik zie een middelbare school. Ik bevind me in die school. De kinderen hebben geen kinderkleding aan, maar als volwassenen; ze gebruiken herenschoenen in plaats van kinderschoenen. Ze dragen een pet op hun hoofd en hun pak is ook voor volwassenen. Ik weet dat die uit London komt."
Mijn eerste gedachte was dat hij dit verhaal had verzonnen omdat hij een film had gezien en dat hij zelf de hoofdpersoon wou zijn. Niemand kan voor zover ik weet met hem gepraat hebben over vorige levens, en bovendien zou het natuurlijk voor hem zijn geweest om mijn mening over het onderwerp te vragen, gezien de close relatie die ik met mijn kinderen heb.
Toen ik hem vroeg, wat hij zich nog meer kon herinneren, antwoordde hij: "De Big Ben".
Dat alles, ik zeg het nog maar eens, scheen me een fantasie toe. Ik vertelde hem dat het een droom kon zijn, maar hij legde me uit dat hij die dingen aan niemand vertelde om te voorkomen dat ze dachten dat hij gek was (daar begon hij ons gesprek trouwens mee), en ik vertelde hem slechts dat de Hindoes wel geloofden in die dingen zodat er dan nog 650 miljoen gekken meer bestonden – als het werkelijk waanzin was om er in te geloven.
Na enkele dagen begon ik weer over ons gesprek, terwijl ik achter de piano zat en ik besloot om ervan te overtuigen dat het allemaal maar een droom van hem was geweest. Omdat ik in Buenos Aires geboren ben en omdat er in die stad een kopie van de Big Ben staat, ken ik de volgorde van de noten waarmee hij de uren aangeeft. Ik begon die noten na te spelen, en toen ik aan Juan vroeg wat dat was, luisterde hij met open mond en antwoordde: "De Big Ben".
Verder moet ik nog zeggen dat hij nooit in Londen geweest en dat hij bovendien een uitstekend muzikaal geheugen bezit. Ook Buenos Aires kent hij niet. Hij herkende het geluid (de melodie) al voordat de klok de uren aangeeft."

III.3. De interpretatie van dit geval
Als we vastgesteld hebben dat dit geval authentiek is, hoe moeten we dit geval dat zo rijk is aan verschillende ervaringen dan interpreteren? In ieder geval kunnen we met haar moeder concluderen dat er iets bijzonders aan de hand is met Myriam.
Maar wat dan precies? Alles in overweging nemend, oordeel ik zelf dat Myriam een kind is geweest met echte herinneringen van voor haar geboorte, waarschijnlijk aan een leven in Noord– Mexico of New Mexico, mogelijk als lid van een minderheid van Indianen. Ze kon zich net als veel kinderen uit gevallen buiten Nederland werkelijk een vorig leven herinneren, en bovendien een andere wereld waarin ze vertoefde na haar dood en voor haar wedergeboorte. Bovendien heeft ze een klassieke bijna-doodervaring gehad. Haar ervaringen met "geesten" kunnen deels als projectie worden verklaard, namelijk in het geval van Ponon, maar voor het overige lijken ze wel degelijk een spiritistische verklaring te behoeven. In dat geval heeft Myriam dus contact gehad met haar overleden vader en met een verder onbekende jonge vrouw.

De Mariaverschijningen (vergelijk Rivas, 1991) kan men op drie manieren verklaren:
– Als men een katholieke achtergrond heeft, kan men de vrouw zien als de Heilige Maagd. Problematisch daarbij is echter het feit dat er volgens de Rooms– Katholieke Kerk geen reïncarnatie bestaat.
– De verschijningen zouden net als Ponon een projectie kunnen zijn van het onbewuste van Myriam. Wat hiervoor pleit, is haar eigen identificatie van de locatie van haar vorige leven. Als dit namelijk werkelijk Mexico was, dan zou ze reeds in haar vorige leven waarschijnlijk een volkse verering hebben gehad voor de "Virgen". Vooral de Heilige Maagd van Guadalupe wordt massaal door Mexicanen vereerd. Dit was, net als bij Myriam, een donkerharige verschijning die in 1531 gezien werd door de arme Indiaan Juan Diego. Volgens Sally Cunneen (in haar boek Maria: relikwie uit het verleden of baken voor de toekomst uit 1996) is deze Maria verwant aan een Azteekse moedergodin. Net als het geval was bij aardgodinnen van de oude wereld, zoals Cybele en Isis, vond er door deze verwantschap een verzoening plaats tussen katholicisme en de oorspronkelijke, agrarische cultus van de Moeder van het leven.
– Een derde mogelijkheid is tenslotte dat het visioen wel degelijk een wezen uit een andere wereld betreft, vergelijkbaar met de Saddhu in het geval Jasbir– Sobha Ram van Stevenson (1974). Wat dat betreft kan men ook denken aan het gegeven bij bijna-doodervaringen dat de wezens van licht zich meestal voordoen als een godheid of anderszins heilige entiteit die in de cultuur van de ervaarder wordt vereerd. Ook in dat geval zou er een duidelijke link zijn met Mexico.

III.4. Implicaties van het geval Myriam
Wat het geval Myriam ten eerste impliceert, is dat er ook in Nederland reële gevallen van herinneringen aan vorige levens voorkomen met de klassieke structuur zoals die is vastgesteld door Ian Stevenson e.a. Het geval Myriam is dus een bekrachtiging van de universaliteit van Cases of the Reincarnation Type. Ook zien we wat dat betreft weer eens dat herinneringen aan vorige levens niet door culturele factoren veroorzaakt worden, maar er hoogstens door worden weggedrukt (of gestimuleerd).
Ten tweede is het boeiend om te zien dat Myriam herinneringen aan de tussenstaat tussen twee levens had die zij zelf kon vergelijken met een bijna-doodervaring. Dit vormt een sterke bevestiging van de hypothese dat bijna-doodervaringen overeenkomen met de eerste fase van een overgang naar het leven na de dood (vergelijk Rivas, 1996). Joanne Klink heeft hier het volgende over gezegd (1994, blz. 21): "Het is heel opvallend dat deze berichten van kinderen overeenstemmen met de berichten van mensen die bijna dood zijn geweest of zgn. 'klinisch dood'."
Ten derde omvat het geval Myriam een onverwacht, hedendaags (mogelijk) voorbeeld van "Spirit Photography". Zoals bekend was dit aan het eind van de vorige eeuw het gesprek van de dag en ging het zeker gepaard met bedrog (Zie W. Keller Wat gisteren nog als wonder gold. Mysterieuze krachten in de mens. Uitgegeven bij La Rivière & Voorhoeve te Zwolle). Dit geval lijkt aan te geven dat het fotograferen van geesten mogelijk in bepaalde gevallen toch een reëel fenomeen is, en het is in dat geval waarschijnlijk verwant aan een andere vorm van extrasomatische psychokinese: de gedachtenfotografie (ofschoon in dit geval uitgaande van een overledene) (Eisenbud, 1967). Het noodzaakt ons dan ook om de waarde van het overige bewijsmateriaal op dit gebied grondig te heroverwegen. Opmerkelijk is dat als ik een artikel in de Geesten op de gevoelige plaat (geen auteur) (X Factor, 1997, 375– 379) moet geloven de kwaliteit van de foto van de vrouw, uitgaande van een echte geestfoto, hoger is dan meestal het geval is.
Overigens komen er in genoemd artikel minstens twee gevallen voor die lijken op dat van Myriam. Het eerste betreft een foto van een soort nevel bij een jongetje dat beweerde op dat moment een overleden familielid te zien. Het tweede geval is dat van een amateur– fotograaf, Tony O'Rahilly geheten die op 19 november 1995 een foto maakte van een schim die op een vrouw lijkt. Opvallend is de gelijkenis met de foto van Myriam waar het gaat om de verhoudingen van het lichaam van de schim. Net als bij het meisje bij Myriam lijken die verhoudingen op het eerste gezicht niet te kloppen. In het geval van Tony O'Rahilly vormde dit overigens de reden voor skeptici om de foto weg te verklaren als een drogbeeld. Maar in het geval van de foto van Myriam kan daar natuurlijk geen sprake van zijn, omdat het helemaal niet gaat om een vage schim, maar om een duidelijk zichtbare, "solide" aandoende jonge vrouw. Naast (zelf)bedrog lijkt er in dit geval geen plausibele alternatieve verklaring te zijn.

Ten vierde doet het geval Myriam vermoeden dat sterke herinneringen aan het vorige leven, gepaard gaande met herinneringen aan een andere wereld, met andere woorden een soort ononderbroken geheugen, bevorderlijk zijn voor spiritualiteit en paranormale vermogens. Dit komt duidelijk overeen met de transformerende kracht van BDEs in het algemeen. Maar in Myriams geval waren er al meer spiritistische ervaringen vóór de BDE tijdens haar keizersnede, zodat deze eerder in verband gebracht moeten worden met haar overige herinneringen.
Ten vijfde wordt door Myriam zelf een "goed geheugen" aangewezen als de oorzaak van haar ononderbroken herinnering, wat doet vermoeden dat herinnering aan vorige levens kan samenhangen met cognitieve ontwikkeling (over levens heen), in dit geval dus ontwikkeling van de kracht van het geheugen.
Ten zesde is er wel degelijk een aanwijzing van doorwerking van het vorige leven in het huidige, namelijk in de Mariaverschijningen en in Myriams verhouding tot droogte die waarschijnlijk zelf somatisch doorwerkt door middel van intrasomatische parergie (Rivas, 1991).
Tot slot impliceert het geval van Myriam, dat wij op een "toevallige" manier tegen het lijf zijn gelopen, dat er waarschijnlijk nog veel meer van dit soort ervaringen zijn in Nederland die er alleen maar op wachten ontdekt te worden!

Literatuur
– Anoniem. (1997). Geesten op de gevoelige plaat. X Factor, 375– 379.
– Cunneen, S. (1996). Maria: relikwie uit het verleden of baken voor de toekomst? (uit het Engels vertaald). Houten: Van Reemst Uitgeverij.
– Eisenbud, J. (1967). The World of Ted Serios. 'Thoughtographic' studies of an extraordinary mind. New York: William Morrow & Co.
– Harrison, P., & Harrison, M. (1983). The children that time forgot. Emsworth: Mason Publications.
– Keller, W. (zonder jaartal). Wat gisteren nog als wonder gold. Mysterieuze krachten in de mens. Uitgegeven bij La Rivière & Voorhoeve te Zwolle.
– Klink, J. (1994). 'Vroeger toen ik groot was'. Vérgaande herinneringen van kinderen. Baarn: Ten Have.
– Rivas, E., & Rivas, T. (1988). Het geval Annet v.d.K.: Reïncarnatie of fantasie? Tijdschrift voor Parapsychologie, 6, 5– 28.
– Rivas, T. (1991a). Intrasomatische parergie: De directe invloed van geestelijke voorstellingen op de fysiologie van het eigen lichaam. Deel 1. Tijdschrift voor Parapsychologie, 58, 1, 9– 27.
– Rivas, T. (1991b). Intrasomatische parergie: De directe invloed van geestelijke voorstellingen op de fysiologie van het eigen lichaam. Deel 2. Tijdschrift voor Parapsychologie, 58, 2, 10– 25.
– Rivas, T. (1991c). Paranormale fenomenen rond de Maria– verschijningen te Fatima. Tijdschrift voor Parapsychologie, 59, 1, 7– 16.
– Rivas, T. (1995). Biological and personal evolution. Paper voor de Reincarnation Research Foundation van Dr. K.S. Rawat, Faridabad (India).
– Rivas, T. (1996). The other realm: Corroboration of Near– Death Experiences by Memories of an Intermission Period between incarnations. Paper voor de Reincarnation Research Foundation van Dr. K.S. Rawat, Faridabad (India).
– Stevenson, I. (1974). Twenty cases suggestive of reincarnation. Charlottesville: University Press of Virginia.
– Stevenson, I. (1987). Children who remember previous lives. Charlottesville: University Press of Virginia.
– Young, S.H. (1977). Psychic Children. New York: Doubleday & Company.

Epiloog
In haar brief van begin december 1996 beschrijft Myriam nog een opmerkelijke ervaring van haar jongste dochter, Natasja van vier:
"Laat vertelde ze me dat er 's nachts 2 meisjes kwamen spelen. Zij waren wit en konden door de deur heen zonder hem open te doen. Toen ik vroeg wie 't waren, vertelde ze dat ze Silvia en Sassika waren. Silvia was de dochter geweest van Gisela (een vriendin van mij) en Sassika was haar eigen tweelingzusje [van Natasja dus, T.R.] geweest. 'Sassika was al in jouw buik doodgegaan, mama omdat je buik te dik was.' Dit klopt, m'n mond viel open. Of m'n dikke buik de oorzaak was van Sassika haar dood weet ik niet. Maar ik woog ruim 120 kg in deze zwangerschap. Silvia bleek ook te kloppen. Mijn vriendin heeft ooit abortus laten plegen, dit was een meisje en zij noemde haar Silvia.

Ik heb Natasja een dikke knuffel gegeven waarop ze zei: 'Oude oma gaat binnenkort dood, maar dat is niet erg hoor, want ze gaat naar God in de hemel.'
Ik praat nooit met Natasja over mijn ervaringen, want ze is pas 4 jaar. Ach, ze zal wel op mij lijken. Leuk hè."
Op 28 juni 1997 voegde Myriam hier nog een episode aan toe. Rond haar vierde jaar vroeg Natasja haar: "Mamma, ik zat met zijn tweeën in je buik, hè?" Toen Myriam verbijsterd vroeg hoe ze daar in godsnaam bijkwam, antwoordde Natasja: "Nou, er was nog één. En jij moest heel veel spugen, want ik hoorde je maag rommelen." Ook nu kan ze "Sassika" nog steeds zien. Sassika kan door deuren heen en dergelijke.
Ook over haar oudste dochter vertelde Myriam ons nog iets. Toen ze slechts vier weken oud was, zei zij opeens terwijl ze aan het brabbelen was duidelijk: "Mamma, help me" en ze keek Myriam daarbij wanhopig aan. Dit sluit voor Myriam mooi aan bij de gedachte dat zij kinderen moet helpen.

English Abstract
In this article, the author describes a Dutch Case of the Reincarnation Type of a woman who told her parents about her previous life when she was about 3 or 4 years old, and continued to have memories of it ever since. Though unverifiable, it is very probable that her memories are authentic. The same goes for an NDE Myriam had while giving birth to a child. The case is special in that the subject also has clear memories of an intermission period which she can compare to her own Near– Death Experience. Furthermore, the case probably includes what seem like apparitions of the 'Virgin Mary' and authentic spiritualistic experiences, including a possible case of spirit photography. Finally, Myriam seems to have some psychic ability.

Dankbetuigingen
Mijn dank gaat uit naar Myriam en haar moeder, en naar mijn assistenten Ignacio Minaya, Pierre Rezus en Pablo Campo.
Wat betreft het onderzoek rond de "geestfoto" wil ik Hein van Dongen bedanken voor zijn medewerking.
Ook mijn goede vriend Gerard zij hier vermeld omdat hij me begeleid heeft toen ik Myriam bij haar thuis bezocht en daarbij ook relevante vragen heeft gesteld.
Deze paper, geschreven in 1998, werd nooit eerder gepubliceerd.
Geplaatst eind 2006 op txtxs.nl

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
reïncarnatie, bijnadoodervaring, paranormaal, preexistentie, synchroniciteit, mariaverschijning, geestfoto, gave
printversie
auteur mailen
sluiten