Titel
Reincarnation and Biology: een boekbespreking
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Boekbespreking van het monumentale werk Reincarnation and Biology van dr. Ian Stevenson, door Titus Rivas.
Tekst


Boekbespreking

Ian Stevenson. Reincarnation and Biology: A Contribution to the Etiology of Birthmarks and Birth Defects (2 volumes), Westport/Londen: Praeger, 1997. ISBN 0-275-95282-7, 155 Pound Stirling.

Het was reeds jaren geleden door Ian Stevenson aangekondigd dat hij twee boeken zou laten verschijnen over moedervlekken en aangeboren afwijkingen die verband lijken te houden met vorige levens. De liefhebbers en kenners van Stevensons werk hebben er al die tijd reikhalzend naar uitgekeken. Merkwaardig genoeg kostte het hem extra veel moeite om deze gigantische boekwerken te publiceren. Vooral toen zijn gebruikelijke uitgeverij, de University Press of Virginia, afzag van uitgave in verband met een nieuwe uitgever die nauwelijks ge´nteresseerd bleek in wetenschap. Uiteindelijk bleek de uitgeverij Praeger bereid "Reincarnation and Biology" en een sterk ingekorte samenvatting voor een groter publiek, ôWhere reincarnation and biology intersect" op de markt te brengen. In Nederland is inmiddels door Ankh-Hermes deze samenvatting uitgegeven met als titel "Bewijzen van re´ncarnatie" in de vertaling van Ruud van Wees.
Iemand die echt belangstelling heeft voor het volledige betoog van Stevenson en daarom dus voor ôReincarnation and Biologyö zou willen kiezen zal op zijn beurt meer moeite moeten doen. De boeken zijn namelijk in principe alleen bij de uitgeverij zelf verkrijgbaar en het werk kost omgerekend meer dan 225 Euro en beslaat meer dan 2000 pagina's. Volgens mij mag dit voor de liefhebber dit geen beletsel vormen.

Eerst enkele algemene opmerkingen. Stevenson heeft ôReincarnation and Biologyö zo opgezet dat hij bij elk deelonderwerp steeds eerst begint met zwakkere, minder bewijskrachtige voorbeelden om dan tenslotte bij sterker bewijsmateriaal uit te komen, waar zelfs een Ĺeerlijke scepticusĺ niet omheen zou kunnen. Hij gaat er kennelijk vanuit dat hij daarmee een wetenschappelijk publiek dat nog niet op de hoogte is van de parapsychologische literatuur, het meest kan interesseren voor het onderwerp. Dat is volgens mij zeer de vraag. Het kost zelfs de echte fan al veel moeite om zich door de boeken heen te werken. Dat zal nog meer gelden voor iemand die voor het eerst kennis maakt met het onderwerp. Het is dan ook weinig realistisch om te verwachten dat men eerst vermoeid wil worden door zwakke gevallen om daarna eventueel overtuigd te worden door de sterkere gevallen. Ik vrees dat Stevenson door deze opzet een deel van zijn potentiŰle wetenschappelijke lezers zal afschrikken. Verder ben ik van mening dat lang niet alle fenomenen die hij in het boek bespreekt even sterk staan. Voor sommige fenomenen is het bewijsmateriaal zelfs zeer zwak en dat kan veel kritische lezers ertoe aanzetten het boek terzijde te leggen. Dat kan ook van sommige afbeeldingen gezegd worden, waarvan hij zelf opmerkt dat een bepaald verschijnsel dat hij ermee wil illustreren er niet of nauwelijks op uitkomt.

Desondanks wil ik benadrukken dat Ian Stevenson zijn beloften met "Reincarnation and Biology" zeker heeft waargemaakt. Hij beschrijft veel nooit eerder gepubliceerde gevallen en toont aan dat er (in ieder geval in een aantal daarvan) een paranormaal, specifiek verband bestaat tussen verwondingen en andere fysieke kenmerken uit het leven van een overledene en de moedervlekken of aangeboren fysieke afwijkingen bij jonge kinderen. Dit zijn kinderen die zich meestal met die overledene identificeren en zich zijn of haar leven herinneren. Het gaat om dodelijke verwondingen zoals kogelwonden, om verminkingen van lichaamsdelen kort voor het sterven, maar ook om ziektes en zelfs om opvallende fysieke eigenschappen die niet gerelateerd zijn aan de dood zoals de vorm van de ogen, etc. Overigens komen er in veel cases interessante beschrijvingen voor van herinneringen aan een periode tussen het vorige en het huidige leven, sekseveranderingen en aankondigingsdromen van aanstaande moeders.

De schrijver begint met een algemene inleiding over het re´ncarnatieonderzoek, gevolgd door een opzet van het boek. Vervolgens biedt hij een gedegen overzicht van intrasomatische parergie (IPK) en toont daarbij aan, zoals ik zelf ook heb betoogd (Rivas, 1990ab, 1999), dat mensen door middel van sterke mentale voorstellingen specifieke veranderingen op specifieke locaties op of in hun eigen lichaam kunnen veroorzaken. Een voorbeeld van intrasomatische parergie dat Stevenson zelf heeft bestudeerd, betreft een man die een negatieve bijnadoodervaring beleefde waarin 'boodschappers van de dood' (zogeheten Jamdoets) zijn benen tot aan zijn knieŰn amputeerden en bij wie tijdens het bijkomen vreemde horizontale littekens op de huid aan de voorkant van zijn knieŰn zichtbaar waren (d.w.z. littekens die er v˛˛r zijn BDE nog niet waren). Stevenson komt tot een theorie rond IPK die sterk vergelijkbaar is met die van mijzelf, een model waarin de voorstelling vooropstaat.

Vervolgens behandelt Stevenson zowel de extrasomatische parergie die (al dan niet telepathisch) inwerkt op het lichaam van anderen, als het verschijnsel dat tussen intrasomatische en extrasomatische parergie in geplaatst kan worden, namelijk het zogenoemde "verzien" (in het Engels: "maternal impression"). Van het verzien geeft hij een grondig overzicht van betrouwbare gevallen, waarbij sterke indrukken tijdens de zwangerschap van de moeder meer of minder exact overeenkwamen met moedervlekken en aangeboren afwijkingen bij de pasgeboren baby.

De rest van de banden is volledig gewijd aan gevallen van moedervlekken en geboorteafwijkingen die overeenkomen met lichamelijke kenmerken van een overledene. In de meeste gevallen die Stevenson behandelt gaat het om kinderen die zich een vorig leven van de overledene herinneren. Hij wijst er op dat de structuur bij de zwakkere gevallen een sterke overeenkomst vertonen met de structuur van sterke gevallen. Zodat als je die sterke gevallen beschouwt als gevallen van re´ncarnatie, er veel voor te zeggen valt om ook die zwakkere gevallen zo te zien. Dit is hoe dan ook juist wanneer het gaat om ongeverifieerde gevallen (zoals gevallen van Burmese kinderen die zich een vorig leven als Japanse soldaat herinneren), maar het wordt dubieuzer als het gaat om gevallen binnen dezelfde familie- of vriendenkring. Zeker in die gevallen waarin het kind zich helemaal geen vorig leven scheen te herinneren. In zulke gevallen zou je van verzien kunnen uitgaan en lijkt de re´ncarnatiehypothese overbodig. Sommige hoofdstukken, zoals een hoofdstuk over 'experimentele' aangeboren afwijkingen, blijken niet of nauwelijks interessant voor re´ncarnatieonderzoek, wanneer je dergelijke overwegingen in je achterhoofd houdt.

Ian Stevenson weet aannemelijk te maken dat er kinderen zijn, die (zonder dat hun ouders iets afwisten van het vorige leven van deze kinderen) de klassieke kenmerken vertonen van re´ncarnatiegevallen en bovendien specifieke moedervlekken of afwijkingen (zoals verminkte ledematen) vertoonden die overeenkomen met de doodsoorzaak uit hun vorige leven. Dit doet hij bijvoorbeeld met de gevallen Sunita Khandelwal uit India en Dellal Beyaz uit Turkije (met moedervlekken) en de gevallen Lekh Pal Jatav uit India en Yusuf K÷se uit Turkije (aangeboren afwijkingen).

Twee gevallen uit Thailand laten zien dat sommige kinderen moedervlekken vertonen die overeenkomen met markeringen die nabestaanden tijdens hun stervensproces aanbrachten om hen daaraan in een volgend leven te herkennen, de zogeheten experimentele moedervlekken. De meeste van dergelijke gevallen staan echter een stuk zwakker, omdat ze zich voordoen binnen dezelfde familie en dus verklaarbaar lijken door verzien.
Interessant is verder het gegeven dat er in bepaalde gevallen twee moedervlekken voorkomen die overeen lijken te komen met de locaties waarop een kogel respectievelijk het lichaam binnen was gedrongen en datzelfde lichaam daarna weer had verlaten.
Tot slot behandelt Stevenson nog twee uiterst intrigerende onderwerpen in verband met aangeboren afwijkingen. In de eerste plaats hij weet aannemelijk te maken dat het albinisme, vooral onder Aziaten, inderdaad kan samenhangen met herinneringen aan een leven als blanke; vooral in het oude Indiase geval B.B.Saxena. Het andere onderwerp betreft de verschillen tussen tweelingen die corresponderen met verschillen tussen de personen die ze in een vorig leven geweest zouden zijn. Volgens hem gaan deze tweelinggevallen expliciet in tegen het materialistische genetische reductionisme dat zo'n nadruk legt op aangeboren overeenkomsten tussen eeneiige tweelingen. Hij wijst er terecht op dat re´ncarnatieonderzoek uitwijst dat zowel aangeboren verschillen als aangeboren overeenkomsten kunnen samenhangen met vorige levens. Dit betekent volgens mij niets minder dan een definitieve empirische overwinning op het dogmatisch materialisme en is daarmee een van de verreikendste prestaties die Stevenson in dit werk levert.

De auteur toont duidelijk genoeg aan dat de sterke gevallen, waarin ook geregeld sprake is van medische autopsierapporten met betrekking tot het vorige leven (vergelijk: Rawat, 1996), niet verklaarbaar zijn door genetische factoren, toeval, ESP of verzien, maar het zuinigst toereikend verklaard kunnen worden door de re´ncarnatiehypothese (vergelijk: Rivas, 1993) en dan vooral in die gevallen waarin de moeder niet bekend was met het vorige leven en de dood die het kind zich herinnert.

Stevenson geeft aan dat er geen duidelijke verbanden zijn gevonden tussen het aantal uitspraken van kinderen over hun vorig leven en het al dan niet voorkomen van moedervlekken of afwijkingen en het zich herinneren van een gewelddadige dood met opvallende lichamelijke bijzonderheden. Vooralsnog is onduidelijk welke factoren bepalen dat er wel of niet fysieke kentekenen optreden.

Stevenson eindigt met een algemene beschouwing, waarin hij onder meer uiting geeft aan zijn voorkeur voor het vitalisme, hoewel hij het belang van genetische factoren zeker niet wil veronachtzamen. Hij herhaalt zijn verwachting - eerder geuit in "Children who remember previous lives", (1987) - dat het dualisme ooit het pleit zal winnen van het materialisme. Hij komt opnieuw met het begrip 'psychofoor' (voertuig van psychische kenmerken) dat mij nu echter veel minder overtuigt. Volgens mij is het voldoende om het bestaan van een persoonlijke ziel te aanvaarden, want daar draait het nu juist om bij het dualisme. Interessanter is zijn overweging dat er bij sommige gevallen van re´ncarnatie sprake is van selectie van de volgende ouders vanwege persoonlijke banden.

Tot slot wil ik twee minpunten noemen. Ten eerste lijkt de auteur ervan uit te gaan dat alle mentale verschijnselen bestaan in een mentale 'ruimte' die net als de fysieke ruimte driedimensionaal zou zijn. Dit is volstrekt onhoudbaar als men denkt aan zaken als gedachten. Zijn - in mijn ogen toch al overbodige begrip 'psychofoor' - lijkt afhankelijk van deze verkeerde vooronderstelling.

Ik heb meer problemen met Stevensons vaagheid aangaande het identiteitsprobleem, oftewel de vraag 'Is een kind dat zich een vorig leven herinnert nu wel of niet hetzelfde geestelijke wezen als degene die dat vorige leven had?'. Deze onbepaaldheid had hij al eerder vermeld in "Children who remember previous lives", maar hier verschuilt hij zich zelfs achter een uitspraak van de Boeddha. Waarom blijft onduidelijk, maar de woordkeuze die hij in het hele werk hanteert, doet mij vermoeden dat Stevenson (inmiddels?) opschuift in de richting van het impersonalisme en verder van het personalisme af. Zoals ik zelf meermalen heb betoogd, zou het personalisme (om analytische redenen) de stevige ontologische basis dienen te zijn voor onsterfelijkheidsonderzoek en dus ook voor re´ncarnatieonderzoek (Rivas, 1996, 2003). Door zijn vaagheid op dit punt miskent Stevenson niet alleen de ontologische ondergrond die de filosofie kan bieden voor empirisch onderzoek, maar (wat veel ernstiger is) hij belemmert zelf het zicht op de enorme existentiŰle waarde van het re´ncarnatieonderzoek voor ons persoonlijke leven. Desondanks ben ik zelf als personalist wel een voorstander van ontologische vrijheid, d.w.z. dat ook onderzoekers met een impersonalistische (of vagere) achtergrond volgens mij intellectuele ruimte en respect verdienen binnen het re´ncarnatieonderzoek.

Samengevat denk ik dat deze boeken vooral geschikt zijn voor mensen die zich, zoals ondergetekende, in hoge mate voor re´ncarnatie en intrasomatische parergie interesseren. Ze vertonen gebreken in opbouw en presentatie en volgens mij zeker ook op theoretisch en filosofisch gebied. Daarom ligt hun kracht vooral bij de sterkere case-studies die aantonen dat persoonlijke zielen niet alleen hun huidige lichaam introsomatisch kunnen be´nvloeden maar na hun dood ook het nieuwe lichaam van hun volgende incarnatie. Dit gegeven weegt zo zwaar dat elke open-minded universiteitsbibliotheek deze werken hoe dan ook zou moeten aanschaffen.

Referenties
- Rawat, K.S. (1996), Een interview met dr. Ian Stevenson: re´ncarnatie-onderzoek in wetenschappelijk perspectief, Prana, 97.
- Rivas, T. (1990a), Intrasomatische parergie: De directe invloed van geestelijke voorstellingen op de fysiologie van het eigen lichaam. Deel 1. Tijdschrift voor Parapsychologie, 58, 1, 9-27.
- Rivas, T. (1990b), Intrasomatische parergie: De directe invloed van geestelijke voorstellingen op de fysiologie van het eigen lichaam. Deel 2. Tijdschrift voor Parapsychologie, 58, 2, 10-25.
- Rivas, T. (1993), Re´ncarnatie-onderzoek: Op zoek naar de zuinigste toereikende hypothese. Spiegel der Parapsychologie, 32 (3/4), 171-188.
- Rivas, T. (1996), Filosofie van de persoonlijke onsterfelijkheid: Grondslagen voor survival onderzoek. Tijdschrift voor Parapsychologie, 64, 3/4, 27-44.
- Rivas, T. (1999), Intrasomatische parergie: theoretische beschouwingen. Spiegel der Parapsychologie, 37, 1, 25-35.

Drs. Titus Rivas, Stichting Athanasia

Deze boekbespreking werd gepubliceerd in Spiegel der Parapsychologie (laatste nummer), 38, 169-176. Zij werd hier licht geactualiseerd.

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
re´ncarnatie, psychokinese, parapsychologie, wedergeboorte, moedervlekken, geboorteafwijkingen, biologie, reincarnation and biology
printversie
auteur mailen
sluiten