Titel
Een BDE-achtige ervaring tijdens een crisis: het verhaal van Sander Arnoldus
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Ondernemer Sander Arnoldus maakte in november 2006 in verschillende opzichten een persoonlijke crisis door. Daarbij beleefde hij een spirituele ervaring die sterk lijkt op bijna-doodervaringen.
Tekst

Een BDE-achtige ervaring tijdens een crisis: het verhaal van Sander Arnoldus

door Titus Rivas en Anny Dirven

Samenvatting
Ondernemer Sander Arnoldus maakte in november 2006 in verschillende opzichten een persoonlijke crisis door. Daarbij beleefde hij een spirituele ervaring die sterk lijkt op bijna-doodervaringen. Mensen in zijn naaste omgeving deden de ervaring aanvankelijk af als een psychose. Sander beleefde echter ook een transformatie die doet denken aan het soort persoonlijkheidsverandering dat vaak wordt gemeld bij BDE-ers.

Inleiding
In juni 2007 vond er naar aanleiding van een e-mail contact een ontmoeting plaatst met dhr. Sander Arnoldus, dat voor het grootste deel op de band werd opgenomen en later nog per e-mail werd aangevuld. Sander Arnoldus werd geboren op 28 januari 1966 in Katwijk aan Zee. Hij had een zorgeloze, vrije jeugd hoewel hij zijn moeder wel als dominant ervoer. Tot zijn vijfde of zesde jaar had hij last van een terugkerende nachtmerrie die zo aangrijpend was dat hij overstuur zijn bed uitkwam om steun te zoeken bij zijn ouders. In de droom zag hij vage beelden die te maken hadden met bergen, een helling, vallen, rotsblokken en dood gaan. Deze repeteernachtmerrie hield Sander zo bezig, dat hij al tussen zijn elfde en vijftiende naar de bibliotheek ging om boeken te lezen over reïncarnatie en vergelijkbare onderwerpen. Sander was als kind al nieuwsgierig en wil weten hoe dingen werken en waarom. Als jongen was hij altijd bezig met het tekenen van boortorens en staalconstructies en speelde hij graag met Lego, Meccano en kabelbanen. Hij vermoedt dat dit alles te maken kan hebben met een vorig leven. Zijn ouders accepteerden deze interesse van hem, ook al praatte hij nooit expliciet over zijn nachtmerrie met hen. Zijn ouders waren weliswaar christelijk maar ze drongen hem hun geloof niet op en deden er zelf ook bijna niets aan.

Op de kleuterschool kwam Sander er al achter dat hij jongens leuker vond dan meisjes. Pas op zijn achttiende is dat er uitgekomen, tijdens de examenperiode. Zijn ouders en beste vriend reageerden goed en na een paar jaar heeft hij het iedereen verteld. Hij heeft er nooit problemen mee gehad en is nooit in elkaar geslagen. Maar hij heeft er wel in zichzelf mee moeten leren omgaan, want hij vond het wel moeilijk dat hij afweek van de rest.
Op zijn 21e is Sander op zichzelf gaan wonen en zo'n twee jaar later kreeg hij voor het eerst een liefdesrelatie. Het ging om een zorgeloze relatie met Bram die 16 jaar zou duren. Het ging volgens Sander om een relatie waarin hij heel vrij was maar ook te weinig grenzen kreeg gesteld. Bovendien werkten ze 12 jaar samen in een eigen bedrijf in de automatisering, zodat ze bijna altijd bij elkaar waren. Overigens was Bram wel verliefd geweest op Sander, maar niet andersom.
Eind jaren '90 had het stel al zo'n tien jaar een monogame relatie met elkaar en in een openhartig gesprek besloten ze dat ze samen wat meer erotische ervaringen wilden opdoen met anderen. Om dat te bewerkstelligen zochten ze gezamenlijk contact met andere mannen. Daarbij werd Sander echter verliefd op een extreem beschermde jongeman, wat heel veel in hem los maakte. De jongen bleek Sander echter te veel te willen claimen en constant behoefte te hebben aan aandacht. In diezelfde tijd was Sander nog steeds bij Bram die hem heel goed hielp met de hele situatie. Wel zat de jongeman helemaal vol liefde en daar heeft Sander veel van geleerd omdat dat ook in hem zat. Rond diezelfde tijd kwam Sander erachter dat hij Bram maar ook zichzelf eigenlijk relationeel tekort deed. Hij maakte zijn relatie met de jongeman uit en besefte dat hij hele fijne jaren had gehad met Bram. Samen besloten ze te proberen om hun relatie te herstellen. Ze begonnen een soort tweede jeugd met elkaar waarin ze heel veel uitgingen en waarin Sander bijvoorbeeld ook jointjes en pillen gebruikte.
"We hebben gezegd: We gaan het proberen. We zijn veel uitgegaan en hebben veel nieuwe vrienden leren kennen met zijn tweeën. Om erachter te komen of we nog echt bij elkaar pasten. Maar er zat een hele grote onrust in mij die almaar meer naar boven kwam, ik was toch wel zoekende. Ik flirtte aanvankelijk niet meer met anderen. Maar ik kwam erachter dat mannen me wel degelijk aantrekkelijk vonden, en ik veranderde mede daardoor mijn uiterlijk; ik onderging een soort metamorfose."

Een emotionele tijd
Het was een hele emotionele tijd voor Sander vanwege het uitgaan van de relatie met de jongeman. Hij merkte dat hij veel gevoeliger was geworden.
'Als ik een XTC-pil op had, merkte ik op dat moment dat ik als het ware bij mensen achter de coulissen kon kijken. Dat ging via mijn gevoel. Ik ben een man en wij mannen hebben over het algemeen niet geleerd om met onze gevoelens om te gaan. Door de verliefdheid is er iets in me geraakt en ik ben er toen achter gekomen dat je veel met gevoel kunt doen. Vooral door die middelen ben ik veel gaan ontdekken over mezelf. Ik besefte dat ik mijn gevoelens al jaren onderdrukte en dat dit mede te maken met mijn jeugd. Ik merkte dat je ook heel snel een gevoel kunt hebben over iemand die je voor het eerst tegenkomt. Je kunt heel veel in iemands ogen zien en ik heb gemerkt dat ik de 'levensvraag' van iemand kan oppikken.
Een voorbeeld: vorig jaar augustus was ik uitgegaan in het Gay Palace in Rotterdam. Ik had een pilletje op toen er een andere jongen de dansvloer opkwam. Ik keek hem aan en kreeg direct een stuk van een verhaal binnen. Ik was aan het dansen met mijn nieuwe vriend en ik zeg: "Ik moet naar die jongen toe." Ik heb hem op zijn schouders getikt en gezegd: "Er zit een veel leuker iemand in jou." Hij zegt: "Ja, maar waar dan?" Ik zeg: "In jou." Ook zei ik tegen zijn vriend dat hij de jongen meer ruimte moest geven. Zo waren er nog een paar voorvallen.'

Sander brengt dit vermogen vooral ook in verband met de mensenkennis die hij door zijn bedrijf opdeed en ook via een zeilvereniging waar hij al meer dan 25 jaar lid van is.

'Ik zit er soms wel naast qua ideeën over dingen, niet over mensen. Als ik dan wat meer kennis over iets krijg, dan merk ik wel dat ik er wel eens naast kan zitten. Ik merkte in het algemeen dat mijn bewustzijn veranderd is in die tijd. Hoe ik de dingen ervaar is veranderd, veel heftiger en ik laat het veel meer toe, vroeger onderdrukte ik dat waarschijnlijk allemaal. Maar het was ook net alsof ik er een module bij had gekregen. Ik zit in de automatisering en dan is diep denken heel belangrijk. Als je hier iets verandert, dan heeft dat daar, daar en daar gevolgen. Het was net alsof het veel gemakkelijker ging wat daar wel mee te maken had, een soort intuïtie. Het werd gemakkelijker.''

Een nieuwe relatie
Eind juni 2006 kwam de relatie met Bram in zwaar weer en begonnen bij Sander het besef te groeien dat ze misschien wel uit elkaar moesten gaan en op de terugreis in de auto na een avond stappen heeft Sander dat tegen Bram verteld.
'Ik heb in de auto heel veel gezegd en een soort voorspellingen gedaan. Ik zei ook dat het goed zou komen voor hem en voor mij’.
In januari zijn Bram en Sander pas gescheiden gaan leven. In de tussenliggende periode zijn ze beiden erg gegroeid en vertelden ze elkaar alle emoties, en gunden elkaar alles als vrienden. ‘Dat maakte het uit elkaar gaan makkelijker. Je voorkomt er misverstanden en onbegrip mee. Je beleeft, door die emoties aan elkaar te vertellen, het eigenlijk van beide kanten.’

Op 4 juli 2006 zou Bart (pseudoniem) uit Rotterdam op bezoek komen, een jongen waarmee ik een tijdje via internet contact had, we hadden elkaar nog nooit live gezien. Bram en ik hadden geen ruzie dus die was ook gewoon thuis. Toen hij het erf opreed (ik hielp hem telefonisch het huis te vinden), kreeg ik een gevoel van 'dit is hem'. Hij stapte uit en we gaven elkaar meteen drie zoenen (iets wat ik en hij achteraf normaal niet doen). We hadden tot dan toe alleen gechat en elkaars foto's gezien. Het was prachtig weer die avond, dus dronken we buiten koffie.

In de nacht van 1 op 2 juli 2006 maakte Sander het in de auto op de terugweg van een avondje uit in Rotterdam uit met Bram. Het duurde overigens nog tot 2 januari voordat hij het huis uit was. Overigens is Bram ook heel erg gegroeid en ze vertellen alle emoties aan elkaar en gunnen elkaar alles als goede vrienden.

Bart werkt in de psychiatrie als sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Zijn moeder was achteraf gezien een psychiatrische patiënt en hij heeft daardoor een erg moeilijke jeugd gehad. Sander kwam erachter dat zijn band met Bart al snel heel sterk werd. Er leek ook sprake van telepathisch contact, bijvoorbeeld dat ze samen op straat konden lopen en dan opeens exact hetzelfde liedje begonnen te zingen, zonder dat het ging om een nummer dat op dat moment in was.

'Ik kon dat thuiskom-gevoel niet plaatsen en en ook dat niet we heel vaak tegelijkertijd hetzelfde zeiden. Ik ben toen gaan zoeken op internet en heb toen gevonden dat het iets met tweelingzielen te maken heeft. Bart zei: "Ik neig het te geloven", ook al had hij die gevoelens niet zo sterk als Sander. Ik heb ook een keer seks gehad waarbij ik precies voelde wat Bart voelde, wat je 'dubbelzijdige seks' zou kunnen noemen. Dat was heel mooi en geeft volgens mij aan wat er allemaal mogelijk is.'

Een crisis
Sander beleefde in november 2006 een hele moeilijke tijd. Bram bleef aan hem trekken.

'Onze levens waren helemaal met elkaar verweven na 16 jaar. We probeerden onze relatie op zo'n eerlijke en open mogelijke manier, zonder ruzie, af te ronden. Bram was er wel heel verdrietig onder en ik voelde zijn pijn ook. Ik verplaatste me daar veel meer dan ik vroeger zou hebben gedaan. Ik leefde me meer in in anderen. Maar ik wist dat ik niet met hem door kon gaan, omdat ik mezelf zou verloochenen als ik dat zou doen. Het was mij duidelijk dat het heel belangrijk was mijn eigen pad te volgen en niet de mening van anderen te volgen (want die zeiden: je hebt toch alles!?)''

Ook op zakelijk niveau waren er complicaties en daar kwamen ook nog problemen bij met zijn nieuwe vriend Bart.
Hij zag het even helemaal niet meer zitten met Sander vanwege zijn verhalen over tweelingzielen en dergelijke. Hij vond dat eng en zo'n spiritueel concept strookte niet met zijn eigen zelfbeeld van iemand die zich ontworsteld had aan zijn jeugd.

Sander bevond zich in een crisis en dat uitte zich uiteindelijk ook innerlijk in hem.

'Die week voor die crisis was zich iets aan het opbouwen in mij. Het ging toch wel een vlucht met mij nemen. Zaterdagmorgen ben ik naar Katwijk gereden, ik ben in een loods van de zeilvereniging geweest om een aantal dingen op te ruimen en te klussen. Ik heb toen ook nog tegen een aantal mensen dingen gezegd. Bijvoorbeeld tegen een vriendin at ze meer open moet zijn tegenover haar vriend en tegen de vader van mijn beste vriend dat hij mensen meer aan moet kijken en vrolijker moest zijn.
Bart had het vrijdagavond uitgemaakt, maar het deed me gevoelsmatig niets en Bart waarschuwde me ook dat hij verwachtte dat ik een psychose zou krijgen. Ikzelf had daar vervolgens dingen over opgezocht en ik vond dat hij geen gelijk had. Ik ben zaterdagmorgen na de loods naar huis gegaan, en nam een blowtje. Bram was op een gegeven ogenblik ook thuis. Ik was heel erg bezig met de liedjes van Ruth Jacott. Vooral met een liedje dat over een vogel en de zon gaat [wschl. Vogel op de vlucht] dat voor mij gaat over "teruggaan naar de bron". Nog een ander liedje gaat over het kind in mensen [Weer even Kind], en zij zingt "Waar is toch het kind in mij".Als ik dat eerste nummer nu hoor, dan krijg ik kippenvel en huil ik (zowel van geluk als van verdriet).

Ik zei op die zaterdag tegen Bram: "Ik ga terug naar de bron", maar ik wist zelf niet wat het was. Ik bleef het maar herhalen/vertellen. Ik was in die tijd zoals ik al zei ook naar het fenomeen tweelingziel aan het zoeken op internet en ik kwam zo automatisch ook bij andere onderwerpen terecht. Ik had het bijvoorbeeld de hele tijd over het NU, dat tijd niet bestond, dat er alleen maar 'nu' was. Op het laatst vroeg ik hem de hele tijd "Ja, maar wat wil je nu, wat wil je nu?" Er werd hem geen haar gekrenkt, maar ik voelde me machteloos omdat ik geen verbinding met hem kreeg als mens. Ik wilde hem zo graag iets vertellen. We hebben een bar en hij stond de muziek zacht te zetten, en ik voelde me machteloos en ik heb uit onmacht een blad van de bar omhoog gedaan en alle flessen die erop stonden die vielen eraf. Bram raakte in paniek en hij is toen het huis uit gevlucht. De wereld was op dat moment niet meer de wereld, het was voor mij een onbekende wereld. Ik herkende wel waar ik was. Ik voelde me onbegrepen en daardoor machteloos. Voor Bram is dat een hele traumatische ervaring geweest om me zo te zien. Hij vatte het op dat ik agressief was (wat ik daarvoor nog nooit ben geweest). Hij vluchtte voor me, hij was bang voor me. Hij heeft de politie gebeld en vrienden. De politie is gekomen. Ik lag op de bank met mijn ogen dicht. Ik wilde niet mee en heb me licht verzet. Ze hebben me vastgepakt en mijn arm was uit de kom gegaan met skiën een paar maanden daarvoor en die ging nu weer uit de kom. Toen voelde ik nog wel pijn. Mijn beste vriend Dirk kwam er ook bij en die kon mij rustig krijgen. En Bram zei: "Ga maar met hem mee", want ik vertrouwde hem ook. In het busje van de politie bleef ik maar herhalen: "Ik wil dat je van me houdt", ook al zei Dirk telkens weer: "Ja, maar ik hou van je." Ik moest op politiebureau alles inleveren waarmee ik mezelf kon verwonden en Dirk is bij me gebleven. Ik kreeg een matrasje en twee blokken verder lag een kermende vrouw, een zigeunerin, van wie ze het hele huis hadden leeggehaald. Maar die vrouw kermde maar en in mijn toestand wilde me daar voor afsluiten, ik wilde dat niet horen. Ik was toen juist bezig met dingen loslaten, als je dingen loslaat dan kun je er verder mee. Ik ben mijn ogen op een gegeven moment dicht gaan doen en raakte steeds verder weg.'

Een BDE-achtige spirituele ervaring
'Dirk vertrouwde het niet en hij heeft de politie of een wachter erbij gehaald. Er werd een dokter gebeld. Ik raakte steeds verder in een - ik noem het nu een trance. Ik was er wel, maar mijn lichaam raakte steeds verder weg. Ik sloot het af, mijn lichaam. Ik was er wel, maar ik kon niets meer bewegen. Ik heb nergens op gereageerd. Eerst is die dokter nog bij me geweest, dat heb ik nog bewust meegemaakt, maar ik heb nergens op gereageerd. Ik zei ook niets meer. Die dokter heeft toen volgens mij besloten dat er een ziekenauto moest komen. De mensen van de ambulance hebben overal plakkers op gedaan. Die hebben me ook ergens mee geïnjecteerd, hoewel dat ook in het ziekenhuis gebeurd kan zijn, om me weer bij bewustzijn te krijgen. Ze hebben heel hard op mijn nagelriemen gedrukt, aan mijn tenen getrokken, om te kijken of er een reactie was. Ik reageerde nergens op en er was geen pijn meer. Ik voelde helemaal niets meer. Ik wist wel wat ze deden, hoewel ik niets zag, maar ik wist dat ze met mijn lichaam bezig waren. Ik nam ook een soort foetushouding aan, maar dan met opgetrokken benen en met mijn hoofd naar achter en mijn mond een beetje open.
In de maanden ervoor had ik wel eens ervaren dat als ik mijn ogen dicht had, dat ik dan toch dingen zag, dat is soms kleuren, of je ziet wat dingen heen en weer gaan. Maar ik had ook wel eens licht gezien, ik kon er niet bij komen. In de ziekenauto of het ziekenhuis zag ik dat licht weer, wanneer dat precies is gebeurd weet ik niet. Dat licht dat ik zag, dat was een licht punt, je moet het zien als donker, waar de maan doorheen breekt. Maar het wordt dan wel veel feller dan de maan, alleen kun je er gewoon in kijken. Ik ben daar naartoe gegaan en daar hoefde ik niets voor te doen, want ik had geen lichaam en ik was daar en ik heb daar dingen gezien en met name gevoeld.
Er was daar geen ontvangstcomité, geen familie, geen muziek. Er was één ding, een niet helemaal ronde bol die iets was afgevlakt, die zweefde, stel je de zon voor zoiets, eromheen was het niet zwart, maar er was een roze gloed (onlangs vond ik een plaatje wat ermee overeenkomt: een infraroodopname van een melkwegstelsel). Op het moment dat ik daar was, voelde ik, je kunt liefde voor iets voelen, maar als iemand liefde voor jou heeft dan voel je dat niet, en dat voelde ik juist daar wel. Een niet te verwoorden liefde naar mij toe.
En ik wist daar alles. Ik was daar en ik hoefde maar te beginnen iets te denken, over hoe iets in elkaar zou zitten of het antwoord was al binnen. Ik heb in ogen van walvissen gekeken. Er is mij daar duidelijk geworden dat mijn lichaam en geest twee gescheiden dingen zijn. Je gaat een soort verbond aan. Je kiest daar zelf voor, er is geen moeten aan.
Het is zo moeilijk te verwoorden. Alle levende wezens hebben hetzelfde. Ze - het is eigenlijk geen ze - lieten me een walvis zien en ik keek in de ogen van die walvis en het werd me daar overduidelijk, via gevoel, dat wat wij God noemen in je zit. En dat was zo mooi dat dat verbond er is en dat dat stuk God in je zit. En ik weet nog dat ik aan één stuk de ervaring had van "Oh, zit dat zo in elkaar, oh, werkt dat zo." Het stukje gevoel herkende ik van wat ik bijvoorbeeld destijds doorkreeg over die jongen op de dansvloer. Het zijn geen woorden die binnenkomen. Ik heb destijds de serie Het Zesde Zintuig gekeken en die vrouw die het gewonnen heeft, verwoordde het goed. Die zei: "Je denkt aan je vakantie en dan zie je die beelden erbij en zo komen die beelden binnen." Het zijn geen woorden en het is geen stem.
De walvis die ik zag was een levende walvis, geen tekening, ik zag geen zee, het ging om die kop en dat oog.'
Mijn vader had kanker en hij is gestikt toen er ook nog longontsteking bij was gekomen. Wat me daar werd "gezegd" is: "Hij heeft voor jou geleden".

Sander weet niet meer wanneer de ervaring precies heeft plaatsgevonden en hoe lang ze heeft geduurd. 'Het is net alsof het in de tijd hier een fractie was en daar veel langer duurde.'

Voor de anderen was Sander volledig buiten bewustzijn, maar hij kon alles voelen en horen, hoewel hij geen uittredingservaring beleefde en ook zijn eigen lichaam niet kon waarnemen.

"Ik kon niets, maar ik wilde ook niets met mijn lichaam. Ik had het als het ware afgestoten, het deed me niets. Ik wilde naar die bron toe, er was alleen maar liefde.

Op een gegeven moment werd het me duidelijk dat ik nog niet "klaar" was, hoewel er niets moet. Ik bleef op afstand, bewust of onbewust.
Toen ik terugging, wilde ik dat eigenlijk niet, maar ik verzette me niet, maar ik besefte "Ik ben niet klaar om hier te zijn". Er was geen idee dat ik dood zou gaan als ik me zou verzetten. Tijdens de ervaring zelf legde ik geen verband met dood gaan.
Ik besloot om terug te gaan naar mijn lichaam, het werd me gewoon duidelijk. "Ik ben hier geweest, en het is nu klaar en we gaan weer verder." Ik ben heel rustig bijgekomen en ik lag alleen op die kamer te wachten op een dokter.

Ik kwam bij en ik hoorde iets op de gang over Bart en toen dacht ik van: "Ja, hij moet hier zijn." Ik heb alles losgetrokken. Ik lag op de Eerste Hulp en er waren zusters en een broeder en één of andere bewaker. Ik ben de kamer uitgegaan, ben de gang door gelopen en ben de wachtruimte binnengelopen en niemand hield me tegen. Daar zaten de drie belangrijkste mensen in mijn leven; Bram, mijn partner voor 16 jaar, Dirk, mijn beste vriend, en Bart, mijn nieuwe vriend.
Ze keken me aan, ik ben naar Bart toe gelopen en ben op zijn schoot gaan zitten. Bart zegt achteraf: "Er gebeurde iets heel vreemds. Je kwam binnen en iedereen ging in die wachtruimte door met waar ze mee bezig waren en negeerde je totaal." Bram dacht "Wat gaat hier gebeuren, zou hij nog agressief zijn of..." Maar dat was ik helemaal niet; ik ging knuffelen met Bart; ik wilde bij hem zijn. Dat moment was voor Bram heel emotioneel want toen werd voor hem duidelijk: "Hij kiest voor Bart en ik ben niet meer de belangrijkste." Ik weet niet meer wat ik toen heb gezegd. Ze hebben toen de zuster of dokter erbij geroepen: "Hij loopt hier ineens", en toen hebben ze me teruggebracht naar mijn kamertje. Dirk, Bart en Bram zijn om beurten bij me gaan zitten.

Ik praatte honderduit. Ik weet nog dat ze me een telefoontje gaven en toen zei ik: "Oh, wat een ellende-apparaten, dat gaat allemaal veranderen, dat wordt één toestel waar je alles mee kan. Het wordt allemaal veel mooier. Het is allemaal zo inefficiënt. Sony Ericson, dat wordt dan bijvoorbeeld dè telefoonbouwer en die gaat telefoontjes voor de hele wereld bouwen en geen andere meer."
Ik heb gezegd: "Er gaan dingen gebeuren die de wetenschap niet kan verklaren. Het weer gaat veranderen en er komt een tweede zon." (Misschien hangt dit samen met een twaalfde planeet in ons zonnestelsel.) Ik ben allemaal dingen over de toekomst gaan zeggen. Ik kan ze niet meer allemaal zo terughalen. Ze zijn vervaagd als een droom waar je niet meer bij kan.

Ik bleef bijvoorbeeld ook vertellen over hoe we in de toekomst om zullen gaan met spullen: "Als je echt iets wil, dan neem je het". Ik begrijp nu beter wat "ik" ermee bedoelde. Het gaat om bezit, dat is er in de toekomst niet. Alles is van iedereen, ook eten en zo, en als je het echt wil, dan neem je het gewoon. Maar je moet het echt willen, niet uit het oogpunt van hebzucht/macht/ego, er is gewoon genoeg voor iedereen. Maar dat zinnetje: "Als je echt is wil, echt iets wil, dan neem je het", dat bleef ik maar vertellen/herhalen.
Ook maakte ik het verplegend personeel heel duidelijk dat als je "weg bent"/buiten bewustzijn bent, je het allemaal wel meemaakt, niet de pijn tijdens een operatie maar wel wat ze met je lichaam doen. Je herinnert je erna alleen niets van, maar je loopt wel een traumatische ervaring op die je innerlijk moet verwerken.

Overigens heb ik niet alles vast kunnen houden van mijn ervaring. De herinneringen waren heel sterk in de beginperiode, maar ze zijn toch weggeëbd, ook al heb ik geprobeerd om ze vast te houden.'

Reacties uit de omgeving van Sander
In het ziekenhuis was er totaal geen begrip voor de ervaring die Sander had gehad en dat vond hij echt vreselijk. . In het ziekenhuis heb een gesprek met vrouwelijke arts gehad en ik heb het vermoeden dat zij bevroedde wat me werkelijk is overkomen. Bart had ook nog apart met haar gepraat, dat hij dacht dat het om een psychose ging. Mijn gevoel zei dat zij door had dat het om een spirituele ervaring ging.
Ook de reacties van zijn nieuwe vriend Bart waren niet echt positief te noemen. Hoewel mijn gevoel zegt dat Bart zelf iets met "paranormale dingen" heeft meegemaakt (hoewel hij daar toen niet verder op in wou gaan), zei hij toch dat er niets tussen hemel en aarde is.

'Hij werkt op een zware psychiatrische afdeling en hij deed mijn ervaring ook af als een psychose. Ik heb die avond mijn vertrouwen gesteld op Bart, hij mocht bepalen wat er verder ging gebeuren met me. Hij zei: "Laat je vrijwillig opnemen. Als je dat doet, kun je ook zelf bepalen wanneer je weg wil." Ik heb me toen laten opnemen in Leidschendam, in een groot psychiatrisch centrum, gesloten afdeling. Ik ben daar gekomen, ben naar bed gestuurd en werd de volgende ochtend pas wakker. Ik heb me enkele dagen later al weer laten ontslaan. Bepaalde dingen die in die tijd gebeurd zijn, kan ik niet meer goed in de tijd plaatsen, een week later ben ik al weer aan het werk gegaan.

De angst van Bart is dat de 'psychose' weer terugkomt. Ik vertrouwde hem en heb twee maanden geprobeerd om mijn ervaring zelf ook als psychose te zien. Ik probeerde mijn ervaring ook met hem te delen, maar ik werd meteen verbaal in de hoek geslagen met de strekking (niet letterlijk) "Je bent gek". Hij eiste uiteindelijk ook dat ik naar een psychiater ging. Toen heb ik er steeds minder over verteld. Maar er bouwde zich wel iets op en dat ontlaadde zich een keer in een huilbui. Daarop heb ik toch een keer de kans gekregen van Bart om hem mijn verhaal helemaal te vertellen, tijdens een etentje in een restaurantje. Aan het einde zei hij: "Je gaat er toch volwassen mee om en ik eis niet meer dat je naar een psychiater ging, ik laat dat aan je zelf over". Ook mijn ex Bram zei: "Je moet er alleen mee naar een psychiater toe gaan als je er zelf iets aan hebt."

Doordat ik zoveel vertrouwen had in de psychiatrische deskundigheid heeft Sander zelf ook heel lang gedacht dat het om een psychose ging. Totdat hij in contact kwam met een vriendin die wat aan Reiki deed.

'Zij werkte ook in de psychiatrie en zei toen: "Is het wel een psychose geweest?" Ik dacht zelf nog steeds dat het een psychose was geweest, dat het waanbeelden waren, omdat ik die dag wiet had gerookt en vertrouwde op Bart met zijn ervaring in de psychiatrie.
Ik had wel eens beelden gezien op TV over bijna-doodervaringen en zo, maar ik legde het verband nog niet. Uiteindelijk ben ik op internet gaan zoeken, net als daarvoor over tweelingzielen. Zo ben ik uitgekomen bij bijna-doodervaringen. Toen vielen voor mij allerlei puzzelstukjes op de juiste plek.'

'Voor mij zijn hersenen ontvangers/dempers. Zo had Bart er natuurlijk ook al over nagedacht, maar het past nog steeds niet in zijn totaalplaatje. Het is voor mij overduidelijk dat het geen echte psychose is geweest en dat de ervaring een boodschap bevatte. Ik heb 16 jaar een relatie gehad met iemand van wie alles mocht dus ik kan gemakkelijk over iemand heen walsen. Bart is iemand die zich dat niet laat gebeuren. Wat leer ik nu van Bart in dit opzicht? Om het op een veel betere manier naar andere mensen over te brengen. Als je zo'n ervaring niet zelf hebt ervaren, is het niet goed uit te leggen aan mensen wat dit soort ervaringen inhoudt. Op een subtiele manier door middel van hints dingen overbrengen is in elk geval veel effectiever dan mensen expliciet willen overtuigen. Mensen willen zelf ook denken; je kan en mag ze niet dwingen.'

Transformatie
Sander is niet bang voor een tweede 'psychose', althans niet in de zin van de ervaring die hij heeft gehad.

"Als hij ik een knop kon drukken om terug te gaan naar het licht, zou ik dat onmiddellijk doen. Het leven hier op aarde zoals het nu is, is net een grote klucht met een heleboel deuren waarachter van alles verborgen wordt, zodat de waarheid niet aan het licht komt. Het gaat om ervaren. Ook heb ik geleerd om dingen wat meer van een afstandje te bekijken. Dan kom je ook veel meer gemakkelijker tot een oplossing bij problemen.
Ook is er sinds de ervaring het besef dat we alleen één zijn. De meeste mensen begrijpen daar niets van. Het besef groeit met de tijd.
Vroeger was ik altijd een rustig iemand. Een paar maanden voor de ervaring voelde ik me heel onrustig, en nu keert de rust weer terug, maar eigenlijk op een diepere manier dan vroeger. Ik kan met name meer genieten van dingen, zoals van de natuur en tuinieren. Mijn leven is op dat moment nog vrij hectisch, maar innerlijk ben ik ten positieve veranderd.

Ik heb me heel angstig gevoeld over mijn werk, mijn huis en mijn relatie en dat is heel eng. Mensen willen vasthouden wat ze hebben. Dat zie je ook in de maatschappij, er ontstaan door die vasthoudendheid alleen maar meer en meer chaos. Bijvoorbeeld bij de belastingdienst, ING, etc. is er een grote chaos rond de automatisering (mijn vakgebied). Geld, macht en ego veroorzaken alle problemen.
Ik heb mijn ego losgelaten. Als je er achter bent gekomen wie je bent, heb je geen ego meer nodig, want als anderen dan iets negatiefs over je zeggen, dan raakt je dat niet meer.

Voor de ervaring leefde ik ook maar in een heel beperkt eigen wereldje. In deze maanden sinds mijn ervaring ben ik me gaan verdiepen in "hoe zit economie in elkaar, hoe zitten de aandelen in elkaar, wat zijn de Chinezen aan het doen, hoe zit het met de dollar en de euro?", etc. Het is alsof ik een puzzel voor me heb. Ik heb nu zoveel stukjes en er ontstaat een totaalbeeld hoe dingen in elkaar zitten. Mijn kijk op de wereld is totaal veranderd.
Wat ze op school leren, over tijd bijvoorbeeld, is de eerste leugen.
Ik had trouwens wel van kinds af aan geweten dat er iets diepers in me zat. Ik zie het leven tegenwoordig niet als een taak die je moet vervullen, maar als een keuze.

Overeenkomsten met een transformatie bij Kundalini
Sander stuurde ons een link naar de website Kundalini en Spirituele Crisis (http://www.xs4all.nl/~robvd/kundalini/). Kundalini is een vorm van yoga waarbij men met behulp van bepaalde oefeningen tracht een bepaald soort fijnstoffelijke 'energie' in zichzelf los te maken ten behoeve van een spiritueel ontwaken. Dit kan gepaard gaan met allerlei bijverschijnselen. Sander herkent vooral veel in de volgende symptomen die op de website staan vermeld:

- Veranderde bewustzijnstoestanden; verhoogd bewustzijn; spontane trance-toestanden; mystieke ervaringen (wanneer het geloofssysteem van de persoon teveel bedreigd wordt door deze ervaringen, kan dit leiden tot psychose en grootheidswaan).
- Hitte, vreemde activiteit en/of ervaringen van gelukzaligheid in het hoofd, vooral rond de kruin.
- Extase, gelukzaligheid en perioden van immense vreugde, liefde, vrede en compassie.
- Paranormale ervaringen: buitenzintuiglijke waarnemingen; lichaamsuittredingen; herinneringen aan vorige levens; astraal reizen; directe bewustwording van aura's en chakra's; contact met spirituele gidsen d.m.v . innerlijke stemmen, dromen of visioenen; helende krachten.
- Toegenomen creativiteit: nieuwe interesse in zelfexpressie en spirituele communicatie d.m.v. muziek, kunst, poëzie etc.
- Toegenomen begrip en gevoeligheid: inzicht in de eigen essentie; dieper begrip van spirituele waarheden; bijzonder bewustzijn van de omgeving (inclusief "vibraties" van anderen).
- Verlichtingservaringen: een direct weten van een grotere realiteit; transcendent bewustzijn. - Spirituele crisis-ervaring

Het is de vraag of de ervaring van Sander Arnoldus in strikte zin een bijna-doodervaring mag heten. Het is namelijk helemaal niet duidelijk - het lijkt zelfs onwaarschijnlijk- dat hij in fysieke zin dicht bij de dood is geweest. De 'trigger' voor zijn ervaring lijkt eerder te hebben gelegen in zijn psychologische of existentiële omstandigheden. Er was immers in meerdere opzichten sprake van een persoonlijke crisis.
Desondanks zijn de overeenkomsten met 'echte' BDE's en de nasleep daarvan opmerkelijk. Uitgaande van een transcendente herkomst van authentieke bijna-doodervaringen is het aannemelijk dat men bij dit soort crisis-ervaringen contact maakt met dezelfde spirituele werkelijkheid waar BDE-ers het over hebben, en dat dit ook kan leiden tot een vergelijkbare persoonlijke transformatie. Dit sluit overigens aan bij de ontdekking van Sander zelf dat zijn transformatie lijkt op ervaringen die optreden in verband met Kundalini (vergelijk: Greyson, 1993).

Op de uitstekende site van Kevin Williams, Near-Death Experiences and the Afterlife, komt het verhaal voor van ene Melanie. Zij kreeg net als Sander een soort bijna-doodervaring terwijl ze onder extreme psychische druk stond (http://www.near-death.com/experiences/triggers05.html). Melanie beleefde daarbij een uittreding en zag een helder licht. Ook herinnerde zij zich een (echte) BDE die ze eerder als kind had gehad toen ze bijna was overleden tijdens een operatie. Ze is sterker geworden door haar ervaringen en kan daardoor moeilijke situaties gemakkelijker aan. Opmerkelijk genoeg is Melanie ervan overtuigd dat haar stress-BDE en de vroege bijna-doodervaring als kind in dezelfde categorie thuishoren. Dit vormt een belangrijke bevestiging uit de eerste hand van hun onderlinge verwantschap.

Nawoord van Sander:
'Ik vat het leven, of je levens, op als een soort puzzel, je legt eerst de randjes en daarna krijg je met iedere levensles steeds meer puzzelstukjes op zijn plek; er ontstaat een totaalplaatje. Omdat je jezelf op die manier beter leert kennen, leer je ook andere mensen kennen en begrijpen door middel van je eigen gevoel. Iedereen voelt namelijk hetzelfde (en dat zegt niets over of die iemand dan ook daarnaar handelt of doet). Je staat er als het ware meer open voor door de herkenning in jezelf en je doorziet ego’s van mensen, je ziet wie er daadwerkelijk voor je staat. Omdat je jezelf kent, herken je ook de nep-wereld waarin we leven. Je doorziet wat er werkelijk speelt. Dat ik dingen van mensen opvang, komt mijns inziens door mijn eigen herkenning van en in mijzelf. Ik zit op dezelfde golflengte als het ware. Mensen noemen dit paranormaal, ik noem mijzelf een gevoelsmens; er is niets geks aan. Ik werk gewoon met mijn gevoel. Dat de wetenschap het moeilijk kan verklaren... lig ik niet wakker van.

Tijdens mijn bezoek aan Titus kreeg ik het boekje “Gek gewoon genoeg" mee. Ik liet dat eerst rusten en ben dat eigenlijk pas sinds 2 weken aan het lezen. Het verhaal van Tilly Gerritsma in dat boekje was voor mij een eyeopener. Ze had het over stemmen, met name één stem die haar hielp. Die stem herkende ik in het verhaal. Die stem helpt mij ook, ook met dingen die ik wel en niet tegen mensen moet zeggen als ik iets over ze binnenkrijg. Ik leer daar nu veel beter mee omgaan. Die stem kan ook hele mooie volzinnen maken zoals: “Het gaat om overgave, overgave aan wie je werkelijk bent. Je leeft dan volgens je gevoel. Denken is dan niet meer nodig. Denken komt vaak voort uit het niet eens zijn met een gevoel in jezelf. Je creëert met dat denken zelf een weerstand tegen een gevoel omdat je iets nog niet hebt ervaren. Als je het al zou hebben ervaren zou je er ook niet over na hoeven denken. Je kan het pas begrijpen als je het hebt ervaren. Zonder dat je het zelf doorhebt creëer je met dat denken, en vroeg of laat ook door handelingen die daaruit volgen, een situatie waardoor je het kan ervaren/voelen en begrijpen. Dat zijn levenslessen. Uiteindelijk (soms lukt het niet in één ervaring) heb je er vrede mee en hoef je er niet meer over na te denken. Dan volgt die overgave aan het gevoel omdat je ervaren hebt hoe het is. Je hebt uiteindelijk vrede met jezelf, en ervaart en begrijpt jezelf, je kan genieten van alles wat is in het nu. Je ziet ook het volmaakte ervan". Ik begrijp wat hiermee bedoeld wordt, en ik ervaar mijzelf meer en meer en geniet van het nu.'

Literatuur
- Gerritsma, T., & Rivas, T. (2007). Gek genoeg gewoon: Een andere visie op stemmen horen en beelden zien. Deventer: Ankh-Hermes.
- Greyson, B. (1993). Near-death experiences and the physio-kundalini syndrome. Journal of Religion and Health, 32, 277-290.
- Williams, K. (2006). The trigger of stress: Melanie's Near-Death Experience. http://www.near-death.com/experiences/triggers05.html

Dit artikel werd in een verkorte vorm gepubliceerd in Terugkeer 19(2), zomer 2008, een jubileumnummer ter gelegenheid van het 4e lustrum van Merkawah, blz. 55 t/m 59.

Het is opgenomen in de bundel Van en naar het Licht, van Titus Rivas en Anny Dirven.

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
stress, psychologie, transformatie, bijna-doodervaring, crisis, spirituele ervaring, kundalini, psychose
printversie
auteur mailen
sluiten