Titel
De dierenziel volgens esoterische en oosterse stromingen
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Een verkennende tocht van Titus Rivas en Stephan Vollenberg langs de visies van verschillende spirituele stromingen op de dierlijke ziel.
Tekst
De dierenziel volgens esoterische en oosterse stromingen

door Titus Rivas en Stephan Vollenberg

De gedachte dat dieren onbezielde machines zijn, is meer dan drie eeuwen lang typerend geweest voor de westerse wetenschap. Daarbuiten komt dit beeld van dieren eigenlijk nergens voor. Dat er meer aan de hand is dan alleen fysiologische processen is voor bijna iedereen wel duidelijk. Maar hoe zit het dan verder?

Hoe verder? Daarover lopen de meningen sterk uiteen. In dit artikel aandacht voor visies die esoterische en oosterse tradities op dieren hebben ontwikkeld. De belangrijkste vraag die je in dit verband kunt stellen luidt waarschijnlijk: Horen dieren en mensen in dezelfde categorie thuis? Met andere woorden: zien we geestelijk een continuïteit tussen mens en dier of verschillen ze wezenlijk van elkaar?

Westerse esoterische tradities
Binnen de theosofie en andere occulte stromingen gaat men ervan uit dat de menselijke ziel is opgebouwd uit verschillende lagen. Sommige van die zielenlagen delen we met andere diersoorten, maar de hogere geestelijke vermogens zijn uniek voor de mens. Theosofen spreken in dit verband vooral van de 'lagere manas', die overeenkomt met de dierlijke ziel. Deze kamarupa zou beheerst worden door begeerten. In de theosofische evolutieleer is de mens overigens niet voortgekomen uit het dierenrijk. Het ligt net andersom: alle rijken in de natuur stammen af van de mens! Dieren worden opgevat als een soort mensen die dieper in de stof zijn neergedaald. Overigens sluit dit een nieuwe reïncarnatie als mens of geestelijke evolutie van dieren niet uit. In oudere esoterische tradities zoals die van de kabbala en de Rozenkruisers zie je een vergelijkbaar onderscheid. Er zijn diverse soorten zielen die voorts overeenkomen met verschillende zielenrijken en er is de mogelijkheid van evolutie.
Ook volgens Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie bestaat er een belangrijk verschil tussen mens en dier. De mens heeft een individueel ik, terwijl dit niet geldt voor dieren. Leden van een (niet-menselijke) diersoort delen allemaal hetzelfde collectieve ik. Er is in die zin dus ook geen ziel van elk dier afzonderlijk, want een dier heeft geen eigen ik. Een dier en een mens hebben echter wel beide een astraal lichaam. Een individueel voortbestaan en reïncarnatie van dierlijke zielen lijkt in dit perspectief onmogelijk. De enige evolutie van dieren bevindt zich op het niveau van het 'collectieve ik'.
Overigens is er in de psychologie tegenwoordig meer bekend geworden over zelfbewustzijn bij bijvoorbeeld mensapen en dolfijnen. Het is de vraag hoe esoterische visies zich ontwikkeld zouden hebben als men hier reeds van op de hoogte was geweest.

Oosterse denkbeelden
In het algemeen lijken Indiase wijsgerige tradities meer gemeen te hebben met de theosofie dan met de antroposofie. Dit geldt ook voor het vraagstuk van de ziel van dieren. Net als de theosofen denkt men in het algemeen dat het principe dat een dier bezielt uiteindelijk terecht kan komen in een menselijke incarnatie. Daarbij hangt het af van de specifieke filosofie als geheel hoe individueel die ziel wordt opgevat. Het jaïnisme en diverse scholen binnen het hindoeïsme gaan bijvoorbeeld uit van een ondeelbare individuele ziel. Uiteraard is die er ook in het geval van dieren. Het boeddhisme stelt daarentegen dat er bij de mens al helemaal geen zelf bestaat, maar slechts onpersoonlijke bundels karma. Dieren zijn daarom niet minder persoonlijk dan mensen, maar even onpersoonlijk.
In de Advaita Vedanta tot slot zijn dieren in gelijke mate manifestaties van een goddelijk zelf (Atman) als mensen. In al deze gevallen is er geen blijvend wezenlijk verschil tussen mens en dier. Natuurlijk erkent men de concrete verschillen wel, maar die zijn vooral uitingen van het niveau van spirituele evolutie. Net als mensen zijn ook dieren dus in ontwikkeling. Vandaar dat dieren uiteindelijk kunnen reïncarneren als mens, maar ook andersom (metempsychose). De Beweging voor Krishna Bewustzijn stelt bijvoorbeeld dat iemand die 'leeft als een varken' in zijn volgende incarnatie ook letterlijk een zwijn wordt. Dierpsychologisch gezien is dit nogal karikaturaal, als je bedenkt dat varkens intelligente en sociale wezens zijn. Maar het idee is in elk geval duidelijk: mens en dier zijn zielkundig beschouwd van hetzelfde soort. De verschillen hebben te maken met het individuele niveau en de concrete ontwikkeling.
In de Chinese tradities van het taoïsme en confucianisme kijkt men ook weer anders tegen dieren aan. Volgens het confucianisme zijn dieren wezenlijk 'lager' dan mensen en vallen ze buiten de menselijke orde. In het taoïsme worden ze net als mensen bezield door het 'tao' en zijn in die zin gelijksoortig. Deze laatste visie lijkt enigszins op die van de Advaita.

Oerkat

Dieren hebben volgens de anthroposofische traditie een groeps-Ik of groeps-ik. Dat wil zeggen: de soort waartoe onder andere mijn poes behoort, de ‘kat’, of ‘katachtige’, of ‘oerkat’ is het ‘ik’ van alle katten, van allemaal, die bestaan, hebben bestaan, zullen bestaan, én die denkbaar, die verbeeldbaar zijn. Wie denkt, wie verbeeldt daar dan? Als ik me een kat voorstel met een kop en een staart en vier poten, dan stel ik me letterlijk een kat niet zo origineel voor, behoorlijk schetsmatig, maar ik verbeeld me dan een kat vanuit ‘de kat’ zelf. Als ik me nu een kat fantaseer met konijnenoren en een paardenstaart, dan is dat dus niet meer een ver-beelding naar de waarneembare en denkbare werkelijkheid van enerzijds de bijzondere exemplaren en anderzijds het algemene idee, de door, het groeps-ik van de kat. Hooguit heb ik dan een drietal verbeeldingen fantastisch samengevoegd. Maar wie denkt en verbeeld, ja, wie schept er zelfs alle mogelijke en bestaande bijzondere katten, alle katachtigen? Dat is de oerkat zelf!
Ik kan er denkend bij, maar alleen hij, of, gezien de rol van de kat in Egypte, eerder zij, alleen zij geeft leven en vorm aan al haar schepsels. Zij zit daar zelf in. Alle katachtigen, van lang- tot korthaar, van mijn poes en de uwe tot de leeuw, vallen onder de algemene idee van ‘kat’. Iedere ‘ondersoort’ valt onder zijn eigen ‘idee’. De idee ‘kat’ is de uitgebreidste van alle subsoorten. Zij zit(ten) aristotelisch in de betreffende exemplaren van de soort, als vorm, als ‘eidos’, als ‘idee’. Maar zij zit daar ook platoons ‘achter’, daar ‘boven’. En met de synthese van o.a. Thomas van Aquino, zit de algemene idee zowel in het bijzondere exemplaar van de soort, als in de scheppende geest Gods als ontwerp van de door hem geschapen bijzondere exemplaren, als in de hoofden van de mensen die bij voorbeeld allerlei katten hebben waargenomen en daar het algemene idee van de kat uit te voorschijn gedacht hebben.
Stephan Vollenberg.


Implicaties voor de ethiek
Hoe je tegen dieren aankijkt heeft vanzelfsprekend ook gevolgen voor de manier waarop je met dieren omgaat. Een stroming als de antroposofie legt vooral de nadruk op eigen aard van dieren. Zij houdt daar rekening mee in de zogeheten biodynamische landbouw. Dieren zijn geen machines, maar gevoelige wezens met aangeboren verlangens en neigingen. Het zijn manifestaties van een collectief geestelijk wezen. Het is immoreel om daar geen rekening mee te houden.
In de Indiase filosofie ziet men door de geestelijke continuïteit geen wezenlijk verschil tussen de bejegening van mensen en dieren. Ondanks bijvoorbeeld brahmaanse opvattingen rond de onreinheid van bepaalde dieren (en vroeger ook dierenoffers), vindt men vegetarisme daarom de beste levenshouding. Waarom zou het misdadig zijn als je een medemens onnodig doodt en niet als je hetzelfde met dieren doet?
Onder theosofen zie je zowel (gematigde) vleeseters als vegetariërs.
Het confucianisme stelt dat het wel goed is om onnodige wreedheid te voorkomen, maar verder mogen 'minderwaardige' dieren gewoon gebruikt worden. Alleen mensen komt namelijk een menswaardige behandeling toe. Taoïsten erkennen de gelijkwaardigheid van alle bezielde wezens, maar ook voor hen wil dat nog niet zeggen dat je alle wezens humaan moet behandelen. Vegetarisme treffen we in China dan ook vooral onder boeddhisten aan.

Literatuur

  • Confucius. The Analects.
  • Greijdanus, S. (2001). Het jaïnisme. Gezond Idee!, 50, 26.
  • Mees, L.F.Ch. (1984). Dieren zijn wat mensen hebben. Zeist: Vrij Geestesleven.
  • Rivas, T. (1999). Bestaat er een dierlijke ziel? Gezond Idee!, 46, 12-13.
  • Rivas, T. (2007). Dieren als psychische wezens. Lezing voor Naderend Vuur, VU.
  • Vollenberg, S. (2008). Dier – en mensbeelden. Online artikel.
Dit artikel werd in 2008 gepubliceerd in een tijdschrift en in 2013 op txtxs.nl gezet.


Reacties: titusrivas@hotmail.com en stephanwlvollenberg@yahoo.de

- Artikelen van Titus Rivas over dieren en dierethiek

Zie ook het artikel van Stephan Vollenberg Dier- en mensbeelden en het artikel Spirituele verwantschap tussen mens en dier van Titus Rivas


Gebruikte steekwoorden
filosofie, dieren, vegetarisme, india, ziel, theosofie, antroposofie, taoïsme
printversie
auteur mailen
sluiten