Titel
Peak Food: permanente crisis
Geplaatst door
Bert Stoop
Samenvatting
Behalve de drie recente crises die de wereld nu mee maakt [Financieel, Energie, Klimaat], is er al jaren Peak Food, een permanente crisis, die in de toekomst zal verergeren. Alle vier crises beÔnvloeden en versterken elkaar.
Tekst

Joop Boer, bioloog, publicist, bioboer en veganist schrijft:

Behalve de drie recente crises die de wereld nu mee maakt [Financieel, Energie, Klimaat], is er al jaren een andere, permanente crisis, die in de toekomst zal verergeren.

Alle vier crises beÔnvloeden en versterken elkaar.

PEAK FOOD: GROTER GEVAAR DAN PEAK OIL

Het begrip PEAK OIL heeft de laatste jaren grote bekendheid gekregen.

Er wordt mee bedoeld dat de olieproductie binnenkort een maximum zal bereiken [gaat pieken], waarna de productie kleiner wordt of enige tijd op dat niveau blijft, terwijl de consumptie van olie toeneemt. De prognoses wanneer die piek zal optreden lopen uiteen, van nu reeds, over 5 jaar ofover 10 jaar [1]. Maar dat die piek zal optreden is zeker.

De korte termijn gevolgen zullen groot zijn:

ē††††††††† Olietekorten

ē††††††††† Grote prijsstijgingen, zodat alleen rijke landen en mensen nog genoeg olie kunnen kopen

ē††††††††† Economische en maatschappelijke crisis, omdat geÔndustrialiseerde landen erg afhankelijk zijn van olie en ook transport, voedsel en veel andere producten duurder worden

ē††††††††† Machtsverschuivingen tussen landen en werelddelen

ē††††††††† Politieke en maatschappelijke onrust en meer kans op militaire conflicten

ē††††††††† Toename aantal mensen met honger, in 2008 al 963 miljoen mensen [2], [3 FAO, 091208, De staat van de voedselonzekerheid in de wereld].

Er zal economische stagnatie optreden: de groei komt tot stilstand of slaat om in krimp. Echter, op middellange termijn zullen de gevolgen meevallen. Aanpassing aan de schaarste en hoge prijzen is goed mogelijk. Ten eerste, een krimpende economie zal minder energie verbruiken. Ook zijn er zeer veel mogelijkheden om het olieverbruik terug te dringen: gedragsverandering, efficiŽntere technologie, energiebesparing en snelle groei van duurzame energiebronnen. Wind en zon zijn de snelst groeiende energiebronnen, met jaarlijkse groeicijfers van 35-60%. Bovendien is het gunstig voor het klimaat indien het verbruik van fossiele brandstoffen vermindert. De financiŽle, energie en economische crises zouden op korte termijn wel eens een grotere afname van de broeikasgas uitstoot tot gevolg kunnen hebben dan 20 jaar klimaatbeleid. De crises leiden hopelijk tot een positieve ommekeer in het denken en doen.

PEAK FOOD

Een Peak Food situatie zal grotere en ingrijpender gevolgen hebben. In 2007 waren de eerste signalen zichtbaar: sterke afname van de voedselvoorraden, sterke prijsstijgingen, tot 50% of meer, voedselrellen in vele landen en toename van de honger.

Begin 2008 besloten landen als China, India, IndonesiŽ, ArgentiniŽ en Kazakhstan de export van graan, rijst, mais of soja te beperken, waardoor de tekorten en prijzen verder toenamen..

De voornaamste factoren die tot Peak Food leiden zijn:

I†††††††††† Klimaatverandering

II††††††††† Huidige landbouwpraktijken

III††††††††† Productie van vlees en zuivel

IV††††††† Grootschalige productie van biobrandstoffen

V†††††††† Vervuilende subsidies

VI††††††† Ongelijke welvaartsverdeling, machtsverhoudingen en voedselverdeling

VII††††††† Oorlogen en gewapende conflicten

VIII†††††† Afname landbouwgrond door erosie, urbanisatie en industrialisering

IX††††††† Bevolkingsgroei

In dit artikel beperk ik me tot de oorzaken en gevolgen van de eerste 5 factoren in Deel I en tot hun mogelijke oplossingen in Deel II.

Daarmee wil ik de discussie over Peak Food op gang brengen. Ieder commentaar is welkom.

DEEL I†††††††††† OORZAKEN VAN PEAK FOOD EN HUN GEVOLGEN

I.I. †††††††††††††††††† KLIMAATVERANDERING: HEDEN EN TOEKOMST

INTRO

De huidige en toekomstige klimaatveranderingen worden grotendeels veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten. De belangrijkste broeikasgassen [BKG] zijn: koolstofdioxide [CO2], methaan [CH4] en lachgas [N2O]. Daarvan is CO2 het belangrijkst, daarna methaan en lachgas. Per molecuul is methaan een 20 maal zo sterk broeikasgas als CO2 en N2O is zelfs 296 maal zo sterk. Het methaan gehalte in de atmosfeer is vanaf de industriŽle revolutie verdubbeld en de CO2 concentratie is sterk gestegen, van 280 deeltjes per miljoen [part pro million- ppm], tot 389 ppm in 2008. Elk jaar komen er nu 2-3 ppm CO2 bij. De jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen is nu 28 miljard ton CO2-equivalent en stijgend. De concentratie van BKGbereikte in 2008 een nieuw record. Naar schatting zal de uitstoot toenemen tot 41 miljard ton CO2 eq. in 2030. Momenteel wordt circa 40% van de CO2 uitstoot door planten en oceanen opgenomen, 60% komt in de atmosfeer terecht.

De uitstoot van BKG per persoon is nu 4,3 ton per jaar, maar varieert sterk: 20 ton in de VS, 1 ton in India en 0,01 ton in Tsjaad. Een verlaging van de BKG uitstoot met 80% in de komende 2 decennia is nodig om rampen te voorkomen. [Brown]. Dat betekent een afname van de gemiddelde uitstoot tot 0,9 ton BKG per persoon per jaar. Een moeilijke of zelfs volgens de meeste experts een onmogelijke opgave.

De meeste prognoses gaan echter uit van een verdubbeling of verdrievoudiging van de CO2 concentratie in de atmosfeer tot het einde van deze eeuw, tot 770 ppm of meer. Dat zou een gemiddelde temperatuursverhoging betekenen van 6-10 graden Celsius, tegen een temperatuurstijging van 0,8 graad in de afgelopen 150 jaar. De gevolgen daarvan voor het klimaat zullen desastreus zijn: nog meer droogtes, overstromingen, orkanen en verwoestijning, een stijging van de zeespiegel met minimaal 1,5 tot 2meter. Wanneer al het landijs op Groenland en West-Antarctica zou smelten betekent dat een stijging van de zeespiegel met 7 meter. Het streven is dan ook internationaal om de temperatuur stijging te beperken tot 2 graad Celsius. Met de gevolgen daarvan zouden we nog, met moeite, kunnen omgaan. Dat is nog altijd 2,5 maal zoveel als de stijging in de afgelopen 150jaar. Helaas.

Eengemiddelde stijging met 3 graden is al niet meer te voorkomen: de broeikasgassen die dat veroorzaken zitten al in de lucht. Ook de IEA waarschuwt voor een klimaat catastrofe en stelde in zijn World Energy Outlook 2008 dat een beperking van de temperatuur stijging tot 2 graden niet meer realistisch is en dat een beperking van de stijging met 3 graden alleen door reusachtige investeringen is te realiseren, nl. met een investering van $ 9200 miljard. Dat klinkt veel maar is slechts 0,24% van de wereldeconomie en het grootste deel wordt terugverdiend door besparingen op energiekosten. Ook deze prognose is niet waarschijnlijk zoals we zullen zien.

Een gemiddelde stijging met 3 graden betekent niet dat het overal op de wereld zo is: in de tropen zal de stijging het kleinst zijn, ongeveer 1 graad, in de subtropen en gematigde streken wordt het 3 graden warmer en aan de polen zeker 6-8 graden.

Het enige wat we met een goed beleid kunnen doen is het beperken van de schade. Dat zal al moeilijk genoeg zijn. Helaas is dat van 1990 tot 2008 heel slecht gelukt, ondanks het Kyoto Verdrag. De toename van de jaarlijkse uitstoot van BKG is volgens het Global Carbon Project vanaf 2000 tot 2007 4x groter dan in de negentiger jaren [3,7% tegen 0,9%]. Deze stijging is zelfs hoger dan in het meest ongunstige scenario van de IPCC.

Dat zou kunnen betekenen dat een gemiddelde temperatuurstijging van 6 graden Celsius of meer niet meer te voorkomen is. Waar een gemiddelde stijging van 3 graden al rampzalig is, kan men zich voorstellen wat de gevolgen zijn van een stijging met 6 of 7 graden Celsius.

De menselijke beschaving gaat zware tijden tegemoet deze eeuw: overleven we het of niet?.

I.I.††††††† OORZAKEN VAN KLIMAATVERANDERING

Er zijn vier categorieŽn menselijke activiteiten te onderscheiden die het broeikaseffect veroorzaken of versterken [met hun aandeel van de totale BKG uitstoot]:

1.†††††††† Energiesector [45%]

2.†††††††† Ontbossing [20%]

3.†††††††† Vlees en melk productie [18%]

4.†††††††† Transport [14%]

5.†††††††† Vervuilende subsidies

I.I.1 DE ENERGIESECTOR, FOSSIELE BRANDSTOFFEN EN HET BROEIKASEFFECT

Het mondiale energieverbruik bestaat uit 3 soorten energiebronnen:

1.†††††††† Fossiele brandstoffen, zoals kolen, olie, aardgas [79%]

2.†††††††† Duurzame energiebronnen, zoals waterkracht, wind en zon [18%]

3.†††††††† Kernenergie [3%].

We zien dat het aandeel van kernenergie bijna verwaarloosbaar klein is, ondanks het jarenlange gepraat over de noodzaak van een nucleaire renaissance. Het is het laatste decennium zelfs gedaald. Het aandeel duurzame energie groeit snel en is al 6 keer zo groot als dat van kernenergie.

De voornaamste bron van de CO2 uitstoot is de gigantische en nog steeds groeiende productie en consumptie van fossiele brandstoffen. De productie van kolen, olie en gas bedroeg in 2007 ruim 7,5 miljard ton. De winning en verbranding ervan draagt voor 61% bij in de totale BKG uitstoot. De elektriciteitssector stoot daarvan het meeste uit. Tienduizenden stroomcentrales over de hele wereld verstoken enorme hoeveelheden kolen, olie en gas, met een gemiddeld rendement van minder dan 40%. Omdat de levensduur van die centrales 40 jaar of meer is, zal het niet makkelijk zijn om de uitstoot van bestaande en geplande centrales nog voor 2050 te beperken. Tenzij er natuurlijk een groot aantal voor het eind van hun levensduur wordt gesloten, wat hoge kosten met zich mee brengt. De sterke economische groei van vooral China en India gaat gepaard met een zelfs nog sterkere groei van het energieverbruik. In China wordt elke week een nieuwe kolencentrale van 1000 MW in gebruik genomen. De huidige trend om het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren leidt tot een stijging van de uitstoot van CO2 en CH4, omdat er veel oerwoud voor de aanleg van oa palmolieplantages wordt gekapt.

I.I.2 ONTBOSSING: BOSKAP EN BOSBRANDEN

Een andere belangrijke oorzaak van klimaatverandering is het kappen en verbranden van bossen, met een aandeel van 20% in de totale BKG uitstoot. Boskap gebeurt niet alleen voor het hout, maar ook om plaats te maken voor grasland en akkergrond voor de verbouw van graan, soja , mais, suikerriet en palmolieplantages, vooral voor de productie van veevoer.

Het is een schande dat in het Kyoto verdrag de uitstoot van BKG door boskap en bosbranden niet wordt meegeteld.Daarom is het beleid er nauwelijks op gericht die te voorkomen en staat er geen prijs op het kappen en verbranden. In de meeste landen bestaat er geen herplantingsplicht, zodat het lucratief is om bossen in brand te steken en te kappen. Als er wel een officieel beleid is, gebeurt ontbossing vaak illegaal.

Het kappen en verbranden van vooral tropische oerwouden heeft mede als gevolg dat er wereldwijd minder regen valt en dat de temperatuurbufferende werking ervan wegvalt. [4]

Tropische bossen zoals in het Amazonegebied leggen grote hoeveelheden CO2 vast. Wereldwijd is er meer dan 5 x zoveel CO2 in bossen opgeslagen dan in de hele atmosfeer aanwezig is. Het is goedkoper om het daar te houden dan de meeste andere maatregelen om BKG emissies te reduceren.

I.I.3 VLEES EN ZUIVEL PRODUCTIE

De veeteelt is verantwoordelijk voor 18% van de totale uitstoot van BKG, door de massale productie van veevoer, de methaanuitstoot door herkauwers, zoals koeien en schapen en het vrijkomen van N2O uit mest. Dat is meer dan de totale uitstoot van alle transport. Elk jaar worden meer dan 60 miljard dieren gefokt en geslacht voor hun vlees, melk, huid, wol of andere producten. Het merendeel wordt in de bio industrie gehouden, waar ze een ellendig leven leiden, levenslang opgesloten. Om al deze dieren te voeden zijn enorme hoeveelheden veevoer nodig. Driekwart van alle landbouwgrond wordt gebruikt voor de productie van veevoer. Meer dan 45% van al het graan, 90% van alle mais en soja, 1/3 van de totale visvangst wordt aan dieren opgevoerd. Van het graan dat naar deze dieren gaat, kunnen 3 miljard mensen eten. Van de totale tarwe productie van 2100 miljoen ton, wordt slechts 756 miljoen ton direct door mensen geconsumeerd en gaat 1000 miljoen ton in het veevoer [ ].

Dit is een enorme voedselverspilling die we ons niet lang meer kunnen veroorloven. Door de gestegen voedselprijzen is de honger in de wereld toegenomen. Het Westen kan meer voor het veevoer betalen dan de armen voor hun voedsel.

De productie van 1 kg vlees of zuivel verbruikt 100 x meer energie en water dan de productie van 1 kg tarwe of mais. De productie van veevoer, de industriŽle verwerking van dieren en melk tot vlees en zuivelproducten, het transport en de koeling vergt grote hoeveelheden fossiele energie. Herkauwers als koeien en schapen produceren grote hoeveelheden methaan.

[CH4], dat als broeikasgas 20 maal sterker is dan CO2. De gigantische hoeveelheden mest, in China alleen al 2,7 miljard ton] vervuilen niet alleen lucht, water en grond, ze stoten ook zeer veel ammoniak uit, verantwoordelijk voor zure regen en overbemesting. Uit de mest komt ook N2O vrij, een nog sterker broeikasgas dan methaan. De productie van vlees en melk groeit sneller dan de economie. De meeste prognoses gaan uit van een verdubbeling in de komende 25 jaar. Vooral in de opkomende economieŽn van China en India neemt vlees en zuivel consumptie sterk toe.

I.I.4 TRANSPORT

Gemotoriseerd vervoer is verantwoordelijk voor 15% van de mondiale BKG uitstoot.

Wereldwijd zijn er meer dan 1 miljard autoís. Elk jaar worden er tientallen miljoenen autoís geproduceerd. Zelfs wanneer de CO2 uitstoot van autoís halveren in de komende twintig jaar, zal de totale CO2 uitstoot van autoís toch nog toenemen. Luchtvervoer groeit nog sneller. De verwachting is dat de BKG emissies van transport in 2030 verdubbeld zal zijn. Het aandeel in de totale BKG zal dan stijgen tot tot 25%. De uitstoot door schepen is lang onderschat, het aandeel in het totaal wordt nu berekend op 4%. [IMO, 2008]. De vier huidige crises kunnen deze stijging enigszins doen dalen. Maar het snel stijgende en gesubsidieerde verbruik van biobrandstoffen in autoís compenseert dit effect ruimschoots. De productie van biobrandstoffen resulteert vaak in grotere BKG uitstoot,omdat er veel bossen voor worden gekapt. [MO paper nr.35, Nov. 08].

I.I.5 VERVUILENDE SUBSIDIES

Wereldwijd worden honderden miljarden dollars uitgegeven aan vervuilende activiteiten, zoals productie en consumptie van fossiele brandstoffen, transport, vlees en melk productie, visserij, enz. In zijn boek Perverse subsidies berekent Norman Wyers dat het totaal van overheidssubsidies aan bedrijven in de VS plus de kosten die deze bedrijven aan milieu en maatschappij toebrengen, uitkomt op $2,600 miljard. Het Europees Milieu Agentschapbecijferde voor de EU een subsidie in 2001 van 13 miljard euro aan de kolenindustrie en 8,7 miljard aan de olie- en gasindustrie. Daarnaast subsidieerde Duitsland zijn kolenindustrie in hetzelfde jaar met maar liefst 4 miljard euro, wat neerkomt op 82.000 euro per arbeidsplaats.

In de 30 rijkste landen ging in 2001 $362 miljard aan subsidies naar de boeren. In hetzelfde jaar ging er in die landen ook $71 miljard naar fossiele energie en kernenergie en het waanzinnige bedrag van $1,100 miljard naar het wegverkeer. Wereldwijd werd de visserij in dat jaar voor $25 miljard gesubsidieerd, voor het vernielen van visserijgronden en werd het kappen van oerwouden met $14 miljard gesteund. [Myers, 2001, p.13,14].

Landbouwsubsidies in de VS en de EU samen bedroegen in 2007 $177 miljard. [Brown, p.146].In 2005 heeft de EU een studie laten uitvoeren door het IEEP naar aard, omvang en gevolg van milieuvervuilende subsidies. De conclusie was voorspelbaar: deze subsidies hebben een zeer negatief effect op klimaat, milieu en op meer duurzame activiteiten. In de EU alleen belopen deze subsidies meer dan 250 miljard euro per jaar.

I.II.††††††† GEVOLGEN VAN PEAK FOOD

INTRO

MISOOGSTEN EN HONGERSNODEN: MILJOENEN DODEN TE VERWACHTEN

Het laat zich raden wat er gebeurt als in hetzelfde jaar of zelfs gedurende meerdere jaren achtereen de oogsten in enkele belangrijke landbouwstreken deels mislukken, bijv. in AustraliŽ, ArgentiniŽ, BraziliŽ, Canada, China of de VS.

De wereldvoedselvoorraden zijn nu kleiner dan ze in de afgelopen 26 jaar zijn geweest, vooral omdat de consumptie van voedsel de laatste 7 jaar groter was dan de productie ervan. Ze zij nu toereikend voor 2 maanden [6]. Wat gebeurt er wanneer die voorraden helemaal op zullen zijn? Niet alleen zullen de prijzen enorm stijgen, er zullen ook werkelijke voedseltekorten en hongersnoden ontstaan. Arme landen en arme landen zullen niet genoeg geld hebben om voldoende voedsel te kopen. Wanneer er geen voedselhulp meer mogelijk is, zal er massale sterfte, tientallen miljoenen mensen, plaatsvinden en enorme vluchtelingenstromen zullen op gang komen. Massale protesten, rellen, opstanden, conflicten, waarschijnlijk ook gewapende, en zelfs oorlogen zullen het gevolg zijn. Dat is precies wat een geheime Pentagon studie enkele jaren voorspelde, zelfs een kernoorlog zou mogelijk zijn.

Het is duidelijk dat er op korte termijn krachtige en adequate maatregelen getroffen moeten worden om dat alles te voorkomen. Welke organisatie heeft de macht en de middelen om een mondialevoedselrantsoenering op te leggen en door te voeren? De VN kan nu geen enkel land dwingen tot het nemen van maatregelen.

Welke maatregelen kunnen er getroffen worden om zoín situatie te voorkomen?

Helaas is er niets dat er op wijst dat regeringen, de G8 of de VN, plannen hebben klaarliggen om zulke noodsituaties het hoofd te bieden.

Dat moge blijken uit het feit dat VN voornemens van 10 jaar geleden om de honger de wereld in 2015 met de helft terug te dringen tot 400 miljoen ondervoeden mislukt zijn. Het aantal mensen met honger is de laatste 2 jaar juist toegenomen tot 963 miljoen. Inmiddels zijn er in de rijke landen 1,3 miljard mensen die lijden aan overgewicht [obesitas].

De tegenstellingen tussen rijk en arm nemen toe in plaats van kleiner te worden.

I.II.1 GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING

Een gemiddelde stijging van de temperatuur met 1 graad Celsius meer dan in 2008, zal grote droogte in de meeste landbouwstreken veroorzaken en Europa zal superstormen meemaken.

Bij een stijging van 2 graad zullen extreem hete zomers normaal zijn en zullen de oceanen verzuren en dus minder CO2 opnemen. Bij 3 graden zullen het Amazone oerwoud en andere oerwouden branden. Bij 4 zal het Groenlandse landijs gesmolten zijn en zal het zeeniveau met meerdere meters stijgen. Bij 5 graden zullen beide polen ijsvrij zijn en zal de rest van de aarde in woestijnen veranderd zijn. Bij 6 zal methaan [CH4] uit de oceanen omhoog komen borrelen en zal het broeikaseffect definitief op hol slaan. Alleen in het Perm was het warmer. [Lynas, M., 2007/08, Zes graden, Uitg. Jan van Arkel].

De gevolgen van een gemiddelde temperatuur stijging met 6 graden rond 2100 zal vernietigend zijn voor de menselijke beschaving en milieu en natuur op aarde. Velen weten nog niet wat de volgende generaties te wachten zou kunnen staan en gaan door als tevoor.

Als we dat blijven doen, zal een stijging van de temperatuur met 6 of 7 graden onontkoombaar zijn en zal de laatste generatie de gevolgen ondergaan.

Vanaf 1 graad warmer dan in 2008, zullen onregelmatiger weerspatronen optreden:

ē††††††††† Grotere kans op en langere duur van droogteperioden en hittegolven

ē††††††††† Meer overstromingen, door slagregens, erosie, zeespiegelstijging, stormen & orkanen

ē††††††††† Mondiale temperatuurstijgingen, vooral in de gematigde en koude streken, die leiden tot hetverdwijnen van landijs [gletsjers] en zee-ijs [Noordelijke IJszee].

ē††††††††† Positieve terugkoppelingen. Vooral het smelten van Arctisch ijs gaat in een veel sneller tempo dan de 3% afname per jaar die deIPCC nog in haar laatste rapport aannam, nl. 23 % in 2007 tov 2005. [5] . Door het verdwijnen van zee-ijs zal het tempo van klimaatverandering toenemen, omdat water de zonnestraling absorbeert en ijs de straling reflecteert: een positieve terugkoppeling. Daarvan zijn er meer: verzuurde en warmere oceanen nemen minder CO2 op, zodat er nog meer van de CO2 uitstoot in de atmosfeer terecht komt, wat het broeikaseffect verder versterkt.

ē††††††††† Wanneer de gletsjers in de Alpen, PyreneeŽn, Himalaya, Andes en andere gebergten nog†† verder smelten en tenslotte verdwijnen, zullen er grote problemen ontstaan, vooral bij de†† irrigatie van landbouwgewassen [met bijgevolg kleiner oogsten] en bij de†† drinkwatervoorziening

ē††††††††† Meer verdamping en dus sneller watertekort bij landbouwgewassen

ē††††††††† Sterk toegenomen verwoestijning

Dit zijn enkele van de ergste gevolgen; er zullen er ongetwijfeld meer zijn. Al deze gevolgen leiden tot kleinere oogsten en vaak tot een afname van de oppervlakte landbouwgrond. Het zal steeds moeilijker worden, zo niet onmogelijk, om een groeiende bevolking de komende decennia van genoeg voedsel te voorzien. Veel landbouwexperts zien een oplossing in een hogere productie van gewassen per hectare, door nog meer mechanisatie, schaalvergroting, betere zaden en het gebruik van nog meer kunstmest en pesticiden. Maar dat is niet de manier. Hoge energie prijzen zullen mechanisatie, kunstmest en pesticiden te duur maken in grote delen van de wereld. Oplossingen zullen van een andere aard moeten zijn, zoals we Deel II zullen zien.

I.II.2GEVOLGEN HUIDIGE LANDBOUWMETHODEN.

De huidige landbouw is verantwoordelijk voor enorme voedselverspilling, een grote bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen, het verloren gaan van de laatste oerwouden, het verlies aan biodiversiteit en grootschalige vervuiling van lucht, water en grond door het toenemende gebruik van pesticiden en kunstmest.

De nog steeds toenemende monocultuur, schaalvergroting, afname van de bodemvruchtbaarheid, overbegrazing, erosie en genetisch gemanipuleerde gewassen vergroten de kans op misoogsten en hongersnoden. Schimmels, bacteriŽn en insecten raken sneller resistent voor bestrijdingsmiddelen, dan dat er nieuwe bestrijdingsmiddelen ontwikkeld worden. Gecombineerd met monocultuur [het gebruik van slechts enkele rassen per gewas, in plaats van vele duizenden lokale rassen vroeger], kan het optreden van resistente plaagorganismen desastreus uitpakken: complete oogsten kunnen mislukken.

I.II.3 VLEES EN ZUIVEL: VOEDSELVERSPILLING

Moderne voedingspatronen met meer vlees en zuivel betekenen nog meer voedselverspilling.

Momenteel wordt ruim driekwart van alle landbouwgrond gebruikt voor de verbouw van veevoer, voor de productie van vlees en zuivel. [7]. Zoals bekend is de productie van vlees en zuivel zeer ondoelmatig, het juiste woord is verspillend, vergeleken met de rechtstreekse consumptie van gewassen. Voor elke kilo vlees of zuivel is 5 tot 10 kilo veevoer nodig. Bijna de helft van alle graan, ruim 90% van alle soja, vrijwel alle mais en een derde van de hele visvangst wordt nu gebruikt als veevoer.. Er zou geen voedseltekort zijn als de meeste mensen zouden stoppen met vlees en melk consumptie. Door de groeiende vraag naar graan voor veevoer zijn de tarweprijzen de laatste jaren al verdubbeld. [8]

Er zou veel minder landbouwgrond nodig zijn indien al dat graan, die soja en mais rechtstreeks door mensen zou worden gegeten. Alleen al van de tarwe die nu aan dieren wordt opgevoerd kunnen drie miljard meer mensen eten. Wereldwijd zou het betekenen dat er een heel continent aan landbouwgrond minder nodig zou zijn. Er hoeft geen bos meer gekapt of natuurgebieden ontgonnen te worden. Bovendien vergt de productie van vlees en zuivelproducten 100 maal meer energie en 100 keer meer water per kilo product dan plantaardig voedsel. Het aandeel van de veeteelt in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is 18%, meer dan de transportsector!

Daar komt bij dat wereldwijd bijna de helft van alle voedsel verloren gaat [van productie, vervoer en opslag tot consument] en dat wereldwijd de productie en consumptie van genotmiddelen zoals koffie, thee, cacao, opium en cocaÔne sterk toeneemt en een groot beslag legt op het krimpend landbouwareaal.

IV BIOBRANDSTOFFEN

Een nieuwe speler in de strijd om de schaarse landbouwgrond is de teelt van energiegewassen,suikerriet, mais, tarwe en soja voor bio-ethanol en palmolie en koolzaadolie voor biodiesel. De productie ervan verdrievoudigde van 2000-2007. Toch is het aandeel ervan in autobrandstoffen slechts gegroeid van 0,4% in 1990 tot 0,9% in 2005. Die toename is uitsluitend het gevolg van enorme subsidies, $ 11 miljard in de VS, Canada en de EU in 2006, oplopend tot $25 miljard in 2015.

De grootschalige, sterk gesubsidieerde teelt van mais in de VS heeft al geleid tot een schaarste aan mais in Mexico, met enorme prijsstijgingen als gevolg en honger voor de armen.

Ook soja wordt al geteeld als energiegewas, waardoor de productie ervan nog sneller zal stijgen. Het areaal van soja is de afgelopen 10 jaar met 50% toegenomen. Dit gaat gepaard met de kap van steeds meer tropisch oerwoud in bijv. ArgentiniŽ, BraziliŽ en AziŽ. [2]

Nederland speelt hierbij een belangrijke rol: het is de grootste importeur van soja van de EU, vooral voor veevoer. Het Nederlandse bankwezen is betrokken bij de financiering van grootschalige sojabedrijven.[3].

Ook in de EU wordt veel verwacht van biobrandstoffen in de strijd tegen klimaatverandering en er worden grote bedragen voor uitgetrokken. Het doel was een bijdrage van 10% van biobrandstoffen in 2015. Helaas, bij grootschalige toepassing is grootschalige import ervan nodig. U raadt het al: door de goedkopere grond en arbeidskosten zal het merendeel uit de niet-westerse landen komen, bijv. uit BraziliŽ en IndonesiŽ, zodat het einde van de tropische bossen nog sneller zal komen dan nu al voorzien wordt.

Bovendien leidt de huidige productie van biobrandstoffen tot een toename van de uitstoot van BKG, geheel in tegenstelling tot de oorspronkelijke doelstelling, die erop was gericht die uitstoot te verminderen. Heftige kritiek van NGOís en experts hebben in de EU al geleid tot een bijstelling van de doelstelling van 10%tot 5%. Ook dit is te veel. De subsidies ervoor kunnen beter worden besteed. De kosten van biobrandstoffen zijn uitzonderlijk hoog: $900 tot $1700 per vermeden ton CO2.Dit staat in geen verhouding tot de kosten van CO2 op de EU emissiemarkt: 31 euro per ton. [Hauwmeiren, S., 2008, Betalen armen de prijs van slecht beleid?, MO paper nr.25]. Voortzetting van dit beleid is een verspilling van belastinggeld, draagt bij aan een groei van de BKG uitstoot, aan een groei van honger en armoede en aan verdere ontbossing. Tweede generatie technologie waarvoor geen landbouwgrond nodig is zal het in de toekomst wel mogelijk maken dat biobrandstoffen een bijdrage kunnen leveren aan de beperking van de uitstoot van BKG; dat zal pas na 2020 zijn.

DEEL II††††††††††††††††††††††††††††††††† OPLOSSINGEN

INTRO

Die zijn nog steeds mogelijk, maar alleen als we ons gedrag zeer drastisch veranderen.

Het enige dat we nu kunnen doen is het beperken van de schade, met zeer vergaande en verstandige maatregelen. In dat geval kunnen de ergste gevolgen van peak food nog worden voorkomen. Het is nu of nooit. De komende twee decennia moet de uitstoot van BKG wereldwijd met zeker 80% omlaag. [Brown]. Een vermindering met 40% in 2050 is ten enemale onvoldoende. Er zitten nu al genoeg BKG in de lucht voor een stijging van de temperatuur met 3% graden. Het Stern rapport uit 2006 toont duidelijk dat wanneer er nu maatregelen worden genomen, er veel minder geld nodig is dan twee decennia later. Stern zegt nu dat hij in zijn rapport de snelheid en de gevolgen van klimaatverandering zwaar heeft onderschat. We hebben bij de bestrijding van de kredietcrisis kunnen zien dat er geen gebrek aan geld is. Verder kunnen de honderden miljarden aan vervuilende subsidies geheel ingezet worden ter bestrijding van de klimaatverandering en peak food. Dat zal goedkoper, veiliger en verstandiger zijn.

De meest urgente en logische oplossingen zijn:

1.†††††††† Onmiddellijk stoppen met ontbossing.

2.†††††††† Het gebruik van fossiele brandstoffen met 80% terugdringen in 2020.

3.†††††††† Het stoppen van het gebruik van voedselgewasen als graan, mais en soja voor veevoer.

4.†††††††† Het stoppen van de verbouw van biobrandstoffen op landbouwgrond

5.†††††††† Aanleg van grote voedselvoorraden en opzetten van voedselrantsoenering.

6.†††††††† Het beperken van verliezen in de keten van voedselproductie en consumptie

7.†††††††† Het beter besteden van milieu vervuilende subsidies

II.1 OPLOSSING VOOR ONTBOSSING

Het effectief tegengaan van boskap en bosbranden en het verplicht stellen van herbebossing is een van de meest effectieve en goedkope maatregelen om klimaatverandering en verlies aan natuur en biodiversiteit tegen te gaan. Nu is dat moeilijk omdat bestaand bos niet valt onder het Kyoto-verdrag en niet mee doet aan CO2 handel. Ook is herbebossing na illegale houtkap enbosbranden in de meeste landen niet verplicht. Recente studies, zoals het Engelse Stern rapport uit 2006 en het McKinsey rapport van januari dit jaar, tonen aan dat het behoud van vooral tropische oerwouden de beste en goedkoopste mogelijkheid is voor een onmiddellijke, aanzienlijke vermindering van de CO2 uitstoot.

Daarvoor is het wel nodig dat het niet kappen van bossen meer gaat opleveren dan het kappen ervan, zodat het geld gaat opbrengen om die bossen te laten staan. Helaas geven regeringen er tot nu toe de voorkeur aan om de teelt van energiegewassen en CO2 opslag te subsidiŽren, terwijl bossen een enorme en goedkope CO2 opslag zijn. Bossen bevatten twee maal zo veel CO2 als de hele atmosfeer bij elkaar.

Een recent rapport van het Global Canopy Programme concludeert: ďAls we de bossen verliezen, verliezen we het gevecht tegen klimaatveranderingĒ.[9]

Wanneer ontbossing met succes wordt gestopt, zal de uitstoot van broeikasgassen met 20% dalen. Dat is 2,5 keer de doelstelling van het Kyoto verdrag.

II.2 OPLOSSING VOOR KLIMAATVERANDERING DOOR FOSSIELE ENERGIE

Simpel door toepassing van energiebesparende maatregelen, toename van energie efficiŽntie en grotere inzet van duurzame energie kan het gebruik van fossiele brandstoffen makkelijk met 60% verminderd worden, met gebruik van al bestaande technieken. Alleen al het toepassen van de beste energie efficiency maatregelen kan het verbruik van fossiele brandstoffen met een factor terugdringen, binnen 25 jaar. Gedragsverandering zal ook een grote bijdrage kunnen leveren. Het groeidenken en het doorgaan op de oude voet [Business As Usual] zal totaal op zijn kop gezet moeten worden. Nu nog gaan de meeste prognoses van het IEA, Wereldbank, IMF, etc. uit van een groei van het gebruik van fossiele brandstoffen met 45% in 2030.Maar andere organisaties stellen dat deze groeitrend kan worden omgekeerd in een vermindering met 50%. Prognoses van de Energy Watch Group en Greenpeace laten een groei van het aandeel van duurzame energie zien van 18% nu tot 35% in 2030.

II.3 ALTERNATIEVEN VOOR DE HUIDIGE LANDBOUW EN VOOR VLEES EN MELK PRODUCTIE EN VISSERIJ

De huidige gemechaniseerde, grootschalige landbouw met zijn monocultuur, kunstmest en pesticiden, gedomineerd en gesteund door grote multinationals en regeringssubsidies, zal vervangen moeten worden door kleinschalige, biologische en lokale landbouw. De grond moet het bezit worden van degenen die het verbouwen. De rol van de grote multinationals die honderdduizenden hectares grond opkopen van kleine boeren en er grootschalige monocultures van maken moet verminderd worden. Meer aandacht gaan naar vrouwen, die de helft van al het voedsel produceren. Zij moeten het eigendom van hun grond krijgen en de middelen om het beter te bewerken. Door de hogere prijzen van olie, transport, kunstmest, pesticiden, machines, enz., zal gemechaniseerde, grootschalige landbouw te duur worden en achterhaald. Monoculturen moeten vervangen worden door veel meer en lokale gewassen en rassen.

Met de mythe van de vrije markt van het Westen als argument en handels en lening restricties als dreiging, werden vele derde wereld landen gedwongen om hun grenzen open te stellen voor westerse producten. Hun markten werden daarna overspoeld met goedkope, zwaar gesubsidieerdeproducten, hun boeren werden de markt afgeprijsd en werden werkloos, de lokale voedselproductie nam af en hun afhankelijheid van import nam toe.. De boeren werden gedwongen om marktproducten te gaan verbouwen, maar kregen er te lage prijzen voor van de multinationals. Deze bepalen de prijs en controleren de markt.Ze beheersen de hele keten van voedsel productie en consumptie, van zaden, kunstmest, pesticiden, voedelverwerking, transport, distributie en marketing. Dit perverse systeem moet gestopt worden. Regeringen en boeren moeten opnieuw zeggenschap krijgen over hun land en welke gewassen ze verbouwen.

Gebruikte steekwoorden
peak oil, crisis, peak food, olietekorten, prijsstijgingen, voedseltekort, onrust, honger
printversie
auteur mailen
sluiten