Titel
CreŽert Callosotomie alleen een gespleten brein of ook een gespleten ziel?
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Uit experimenten met split-brain patienten zou blijken dat het doorsnijden van de hersenbalk leidt tot het ontstaan van twee afzonderlijke bewustzijnsstromen. Is dat wel zo?
Tekst
CreŽert Callosotomie alleen een gespleten brein of ook een gespleten ziel?

door drs. Titus Rivas1

Bij epilepsiepatiŽnten met veel epileptische aanvallen, past men soms een zogeheten callosotomie (of callostomie) toe. Hierbij wordt een groot deel van het 'corpus callosum', de balk die de twee hersenhelften met elkaar verbindt, doorgesneden zodat de belastende epileptische activiteit voortaan tot ťťn hersenhelft beperkt blijft. Volgens materialisten leidt zo'n ingrijpende operatie ook tot een splitsing van de ziel. Zij wijzen op experimenten na de ingreep die dit zouden aantonen en stellen dat de gedachte van een ondeelbare persoonlijke ziel voortaan echt passť is. Daarmee zou het wetenschappelijk gezien ook definitief gedaan zijn met de hoop dat we de dood geestelijk kunnen overleven. Een verontrustende gedachte, maar hoe sterk zijn de argumenten eigenlijk?

Samenvatting
Materialisten en anderen die de gedachte van een onsterfelijke ziel als achterhaald beschouwen, wijzen graag op experimenten bij zogeheten split-brain patiŽnten. Daaruit zou blijken dat het doorsnijden van de hersenbalk leidt tot het ontstaan van twee afzonderlijke bewustzijnsstromen, ťťn voor elke hersenhelft. Wanneer een fysieke ingreep een nieuw zelf creŽert, geeft dat volgens deze visie aan dat de ziel niet meer dan een sterfelijk product van het brein kan zijn. De auteur kijkt naar de geleverde argumentatie en concludeert dat de experimentele bevindingen geen bedreiging vormen voor het concept van geestelijke onsterfelijkheid. Materialisten passen in feite een cirkelredenering toe.

Inleiding
In de loop der eeuwen hebben denkers verschillende argumenten aangevoerd voor het persoonlijke voortbestaan van de ziel na de dood. Grofweg kun je die onderverdelen in filosofische bewijzen, empirische aanwijzingen en natuurlijk argumenten gebaseerd op een godsdienstige traditie. Veel religieus georiŽnteerde mensen nemen genoegen met wat hun profeet of godheid hen hierover geopenbaard heeft. In deze tijd van wetenschap staat zo'n houding echter steeds meer onder druk. In de Bijbel en andere heilige boeken komen voorstellingen voor die samenhangen met de algemene opvattingen uit de tijd waarin de geschriften ontstonden. Ze kunnen niet letterlijk overeenkomen met de werkelijkheid, tenzij men weigert de resultaten van wetenschappelijk onderzoek serieus te nemen. Bekende voorbeelden betreffen de passages over de schepping van de wereld in slechts zes dagen of over de zon die om een statische aarde draait. De zogeheten Intelligent Design-beweging poogt daarom een idee van goddelijke schepping te vertalen in wat er bekend is geworden over biologische evolutie. Ook het nieuwtestamentische concept van een verrijzenis van de 'hele' mens wordt tegenwoordig soms in verband gebracht met moderne inzichten over bijvoorbeeld het DNA en de hersenen, bijvoorbeeld bij de Jehova's Getuigen.
De filosofische discussie rond een leven na de dood is niet afhankelijk van deze of gene schriftuur, maar uitsluitend van redelijke argumentatie. Ze draait om de mogelijkheid, waarschijnlijkheid of zelfs zekerheid van een persoonlijk voortbestaan, beoordeeld op rationele gronden. Veel filosofen kijken daarbij ook naar empirische aanwijzingen, maar de interpretatie van die aanwijzingen is afhankelijk van algemenere overwegingen over de natuur van de persoonlijke ziel. Zo is er de klassieke filosofische theorie dat de ziel een onverbrekelijke eenheid vormt. Overigens niet in de betekenis dat er geen onbewuste geest zou kunnen zijn of dat we geen deel-persoonlijkheden zouden kunnen hebben. Maar in een fundamentelere zin, namelijk dat we als subject (bewuste ervaarder) steeds onszelf gelijk blijven. We worden nooit iemand anders, ook al verandert onze persoonlijkheid en ook al ontstaan er zelfs verschillende persoonlijkheden binnen onze geest. Deze constante identiteit van het subject als subject is onverklaarbaar uit de persoonlijkheid en ook onaantastbaar wanneer de persoonlijkheid verandert of zelfs verbrokkelt. Ze is een basisgegeven dat voorafgaat aan alle processen en structuren binnen onze geest en niet veroorzaakt kan zijn door psychologische of fysieke veranderingen. Hierdoor mogen we aannemen dat we als subject reeds bestonden voor onze geboorte en er nog steeds zullen zijn na onze lichamelijke dood. Dit filosofische argument heet wel het substantialistische argument (van de ziel als onvergankelijke substantie) of het argument van de ondeelbaarheid van de ziel en het komt voor in de oudheid, in de middeleeuwen, en bij moderne filosofen als Descartes, Leibniz en Bolzano, maar ook in de Indiase wijsbegeerte, bijvoorbeeld bij het zogeheten logisch realisme van de Nyaya.
De empirische, d.w.z. wetenschappelijke discussie wortelt in de filosofische discussie. Als het bij voorbaat ondenkbaar is dat de ziel zonder haar stoffelijke lichaam de dood overleeft dan heeft het ook geen zin meer naar empirische aanwijzingen voor zo'n voortbestaan te zoeken. Dit vormt onder meer het standpunt van reductionisten, (materialistische) lichaam-geest holisten en (de meeste) boeddhisten. Het concept van een persoonlijk voortbestaan is volgens hen bij voorbaat, a priori onhoudbaar en daarom moeten we schijnbare aanwijzingen altijd anders interpreteren. Bijvoorbeeld door (zelf)bedrog, paranormale gaven van levenden of een onpersoonlijk overleven van fragmenten van iemands geest.

Het split-brain onderzoek
Sinds enkele decennia geleden, stellen reductionisten en lichaam-geest holisten regelmatig dat er een definitief en onomstotelijk bewijs geleverd is tegen het bestaan van een persoonlijke ziel of bewustzijn dat de dood overleeft. Algemener zou een persoonlijk voortbestaan los daarvan al uiterst onwaarschijnlijk zijn door de invloed van het brein op de geest. Die invloed, bijvoorbeeld bij dronkenschap of de ziekte van Alzheimer, zou aantonen dat het bewustzijn volledig een product is van de processen in onze hersenen. Het 'definitieve bewijs' gaat volgens aanhangers verder dan alleen het bestaan van een somatische impact op de ziel. Het betreft in hun optiek experimenten die aantonen dat de eenheid van het bewustzijn een kwetsbaar verschijnsel is, dat voortgebracht wordt door hersenprocessen en daardoor ook kan worden vernietigd.
Split-brain proeven hebben te maken met een zogenoemde callosotomie (of callostomie), een operatie waarbij een groot deel van het zogeheten corpus callosum wordt doorgesneden, d.w.z. de hersenbalk die de twee hemisferen (hersenhelften) met elkaar verbindt. Bij epilepsie-patiŽnten schijnt de aan die ziekte gekoppelde overprikkeling van het brein met deze methode manier namelijk sterk te worden teruggebracht, zodat het aantal aanvallen ook afneemt. Overigens worden dit soort ingrepen voor zover ik weet inmiddels niet meer zo drastisch doorgevoerd als vroeger, aangezien de technieken verder verfijnd zijn.
Bij split-brain patiŽnten worden er dus beduidend minder elektrische prikkels doorgegeven van de ene hersenhelft aan de andere. Dit wil zeggen dat ook de zintuiglijke informatie gekoppeld aan de diverse zintuigen voor het grootste deel slechts ťťn hemisfeer bereikt, in plaats van het hele brein. De materialistische theorie voorspelt dat dit behoorlijk drastische gevolgen moet hebben voor het bewustzijn, omdat dit immers een product van de hersenen zou zijn.

Neuropsychologische experimenten
Nu geven materialisten toe dat je zo'n vergaande impact in de meeste gevallen niet direct merkt aan epileptici die een split-brain operatie hebben ondergaan. In het dagelijks leven functioneren zij als doorsnee mensen zonder opvallende handicaps. Het is dus niet het geval dat ze voortdurend slechts de helft van de zintuiglijke informatie tot hun beschikking hebben en daardoor behoorlijk beperkt worden in hun doen en laten.
Dit wordt door materialisten voor zover ik weet verklaard doordat elke hersenhelft vroeg of laat alle relevante prikkels binnenkrijgt, aangezien de persoon uiteindelijk al zijn zintuigen zal gebruiken om informatie over een omgeving of object te verzamelen. Hierdoor zou er toch een behoorlijk grote afstemming tussen de hersenhelften ontstaan of anders zal ťťn van de hemisferen de andere zozeer domineren dat normaliter alleen het daaraan gekoppelde gedrag te zien zal zijn.
Het is echter mogelijk om een experimentele opzet te creŽren waarbij bijvoorbeeld elk oog een ander plaatje te zien krijgt zonder dat de patiŽnt hier ook met zijn andere oog naar kan kijken.


Split-brain experiment


Volgens het materialistische model zou je in zo'n situatie verwachten dat de informatie per hersenhelft verschilt en dat je dit kunt opmaken uit de reactie die elke hemisfeer afzonderlijk op de waargenomen beelden of woorden geeft.
Deze voorspelling wordt als zodanig inderdaad bevestigd door de resultaten van de zogeheten split-brain experimenten die men inmiddels met deze patiŽnten heeft uitgevoerd. Elke hand van de patiŽnt blijkt een ander antwoord te geven op de vraag wat er te zien is, in overeenstemming met de prikkels die de hersenhelft heeft ontvangen die de hand in kwestie 'bedient'. Daarbij blijkt de proefpersoon in zijn verbale reacties slechts te beschikken over de informatie die de hersenhelft bereikt die gekoppeld is aan zijn spraakvermogen.
Nog verder gaan experimenten waarbij men de beide hersenhelften afzonderlijk vragen stelt over persoonlijke voorkeuren of intenties of opdrachten geeft. De antwoorden en reacties die er vanuit de afzonderlijke hemisferen worden gegeven blijken sterk te kunnen verschillen. Sommige onderzoekers stellen daarom dat er sprake lijkt van twee verschillende persoonlijkheden binnen ťťn persoon, die ontstaan zouden zijn door een fysiek ingrijpen in de hersenen.

Splitsing van de ziel?
Uit deze resultaten concluderen materialisten en anderen die geloven in de geestelijke afhankelijkheid van het brein dat het doorsnijden van de hersenbalk letterlijk leidt tot een splitsing van de ziel. Volgens hen zou dit tevens betekenen dat een persoonlijke onsterfelijkheid bij voorbaat ondenkbaar is. De ziel in de zin van het bewuste subject (de ervaarder) zou gesplitst worden door een fysiek ingrijpen. Zij zou daarmee voor haar ervaren subjectieve eenheid afhankelijk zijn van de structuur van het brein. Nu valt die structuur na de dood natuurlijk definitief weg (de hersenen vergaan) en dat zou betekenen dat het na de hersendood ook onherroepelijk gedaan is met de ziel.
Er zijn ook nog andere conclusies die materialisten aan de resultaten ontlenen, zoals over de verdeling van cognitieve functies over de beide hersenhelften, maar dat valt buiten het bestek van dit artikel.
Overigens schijnen sommigen te denken dat elke niet-materialistische theorie meteen al strandt zodra hersenprocessen het bewustzijn beÔnvloeden. Zelfs zoiets als slaperigheid of dronkenschap zou de waarheid van het materialisme bewijzen. In feite is dit een karikatuur, want elk zichzelf respecterend alternatief voor het materialisme (dat de werkelijkheid van de materie erkent) ontkent helemaal niet dat brein en geest elkaar beÔnvloeden. Alleen gaat die invloed bij niet-materialistische modellen beide kanten op. Er is sprake van twee verschillende dingen (hersenen en geest) die met elkaar in interactie kunnen staan.
Enkel het feit dat het brein invloed heeft op het psychologisch functioneren vormt dus geen bedreiging voor de tegenstanders van het materialisme die een zogeheten transmissie-hypothese aanhangen in plaats van de dominante productie-hypothese.
Maar materialisten en hun bondgenoten claimen dat er bij de split-brain experimenten meer aan de hand is dan gewoon ťťn van de vele varianten van een somatogene invloed op de ziel. Dit soort experimenten tonen volgens hen aan dat het 'bewuste ik' (de ervaarder of het subject) zelf gesplitst wordt op het moment dat de hersenbalk wordt doorgesneden. Bij de experimenten zou je dat goed kunnen zien, doordat elke hemisfeer een eigen bewustzijn of belevingswereld zou hebben en van daaruit zou reageren op prikkels of vragen. Elke hemisfeer zou dus een eigen bewust subject produceren. De hamvraag is natuurlijk of deze conclusie gerechtvaardigd is. Is dit de enig mogelijke interpretatie van de bevindingen van split-brain experimenten?

Functionele scheiding
We kennen waarschijnlijk allemaal het verschijnsel dat er binnen ťťn en dezelfde persoon soms tegenstrijdige psychologische processen spelen. Een deel van wat er in onze psyche gebeurt voltrekt zich alleen op een onbewust niveau. In bepaalde gevallen kunnen processen in zo'n mate onbereikbaar worden voor het bewustzijn, bijvoorbeeld door verdringing, dat er een secondaire persoonlijkheid kan ontstaan. Een geheel van herinneringen, voorkeuren, etc. die een relatief stabiele structuur vormt en na verloop van tijd de normale persoonlijkheid kan afwisselen. Er is geen goede reden om daarbij te veronderstellen dat er in zo'n geval niet alleen een nieuwe persoonlijkheid gevormd wordt, maar zelfs een zelfstandig ik met een eigen bewustzijn. De persoonlijkheid is dus niet iemand anders, maar een deel van iemands eigen psychologische structuur die tijdelijk bewust kan worden. Onbewuste motieven kunnen zich soms ook uiten in onverwachte handelingen waarvan je zelf niet begrijpt waarom je die verricht.
Een vergelijkbaar verschijnsel vormt de meest voor de hand liggende niet-materialistische verklaring voor wat we bij split-brain experimenten zien. Stel dat een ziel (in elk geval bij dit soort experimenten) door het doorsnijden van de hersenbalk slechts bewust toegang kan hebben tot de informatie in ťťn hersenhelft tegelijk. Dan verwachten we dat ťťn van de waarnemingen en de motorische reacties bewust plaatsvindt en de andere niet bewust, maar alleen onbewust. Er ontstaan dan geen twee 'ikken' door de neurologische splitsing, maar slechts een beperking van de bewuste beleving. Bij dit soort experimenten zou een groter deel van de informatie uitsluitend onbewust verwerkt worden dan bij mensen met een intact corpus callosum.
Een alternatieve theorie die misschien wat meer fantasie vergt luidt dat de waarneming en de reacties erop wel degelijk allebei bewust plaatsvinden, maar dan heel snel na elkaar, in plaats van tegelijkertijd. Volgens beide theorieŽn zou er per informatiestroom een apart geheugenbestand aangemaakt kunnen worden in de ziel, om het in computer-termen te zeggen.
Tegenstanders van de onscheidbaarheid van de ziel brengen hier tegenin dat het gedrag dat van beide hersenhelften uitgaat gepaard lijkt te gaan met bewuste overwegingen. Maar dat is geen goed argument, want hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor vormen van automatisch schrift die uit de persoon zelf voortkomen. Bovendien is de toestand van split-brain patiŽnten niet gewoon, dus hoeven we helemaal niet uit te gaan van een normaal verband tussen gedrag en bewustzijn.

Een cirkelredenering
Ik heb zelf in de jaren '90 stukken over de dualistische interpretatie van split-brain experimenten gepubliceerd. Vanaf het begin van het nieuwe millennium staan die ook op internet, maar ik heb er nog nooit een reactie van opponenten op ontvangen. Toen ik er de bekende skepticus Keith Augustine, die split-brain experimenten koestert als bewijs voor zijn wereldbeeld, mee confronteerde, negeerde hij mijn argumentatie domweg. In plaats daarvan wijst hij in zijn geschriften op voorbeelden van (op dit punt goedgelovige) tegenstanders van het materialisme zoals John C. Eccles die ervan overtuigd leken dat na een hersensplitsing beide hersenhelften opeens gepaard gingen met bewustzijn.
Op zich is dat niet zo verwonderlijk, want bij de materialistische interpretatie van split-brain resultaten gaat het om een cirkelredenering: alleen als je reeds uitgaat van de hersen-gebondenheid van het bewustzijn zie je er een onontkoombaar bewijs van die afhankelijkheid in.
Split-brain experimenten laten een merkwaardige variant van de wisselwerking tussen lichaam en geest zien, maar ze tonen allerminst aan dat de ziel wordt voortgebracht door het brein. En dan heb ik het hier nog niet eens gehad over al het bewijsmateriaal dat niet verenigbaar is met die theorie.

Literatuur
  • Alter, T. (2006). Access disunity without phenomenal disunity. Paper voor de Central Division Meeting of the American Philosophical Association.
  • Augustine, K. (1997). The case against immortality. Skeptic Magazine, 5, 2.
  • Rivas, T. (2000). Geesten met of zonder lichaam. Delft: Koopman & Kraaijenbrink.
  • Rivas, T. (2004). Neuropsychology and personalist dualism: a few remarks, zie: http://www.newdualism.org/papers/T.Rivas/Dualismlives.htm.
  • Rivas, T., & Dongen, H. v. (2003). Exit Epiphenomenalism: The Demolition of a Refuge. The Journal of Non-Locality and Remote Mental Interactions, II, 1.


Zie ook: Split brain does not lead to split consciousness

Reacties: titusrivas@hotmail.com


Gepubliceerd in Reflectie 5(3), herfst 2008, blz. 14-16.


1Met dank aan Lambert de Kwant.

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
dualisme, materialisme, bewustzijn, dissociatie, onsterfelijkheid, substantialisme, callostomie, callosotomie
printversie
auteur mailen
sluiten