Titel
Funktionslust bij dieren
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Artikel van Titus Rivas over een van de 'hogere' drijfveren van dieren die niet te reduceren zijn tot de strijd om het bestaan, de zogeheten funktionslust.
Tekst
Funktionslust bij dieren

door Titus Rivas

Inleiding
Nog steeds worden dieren vaak afgeschilderd als eenvoudige wezens met bijzonder voorspelbare gedragingen, die elke echte individualiteit missen. In dit opzicht zouden zij fundamenteel verschillen van ons mensen. Zo'n karikatuur kom je ook vaak tegen rond de beweegredenen van dieren. Ze zouden zich alleen laten leiden door basale drijfveren die rechtstreeks samenhangen met hun overleven en voortplanting. Nu is het onder ethologen en dierpsychologen allang bekend dat dit beeld te simplistisch is. Ook dieren kunnen, net als mensen, motieven hebben die hoogstens indirect verwijzen naar de strijd om het bestaan en daar in de praktijk van losgekoppeld zijn. In dit artikel wil ik stilstaan bij één van deze 'hogere' drijfveren die vooral bekend staat onder zijn Duitse naam, de zogeheten Funktionslust.

Genieten van wat je goed kunt
Alle 'hogere' diersoorten kennen één of meer vormen van spel. Op zich is dit niet zo vreemd, want naarmate een dier een groter leervermogen heeft en in die zin intelligenter is, zal het ook meer moeten aanleren. Het is zelfs mogelijk om uit de aanwezigheid van spelgedragingen bij een bepaald dier af te leiden dat het om een lid van een hoog ontwikkelde diersoort moet gaan. Een in cognitieve zin minder complex wezen, zoals de meeste insecten, zal slechts een beperkt gedragsrepertoire kennen en de eventuele complexe gedragingen die het nog wel vertoont - bijvoorbeeld het bouwen van een ingewikkeld nest - zullen grotendeels aangeboren en relatief star zijn. Spel is de meest effectieve natuurlijke manier waarop vogels of zoogdieren, inclusief mensen zich een nieuwe vaardigheid eigen maken. Aangezien spelen per definitie leuk is, zal een dier de speelse handelingen steeds weer herhalen en daarbij spelenderwijs kennis en know-how opdoen. Naarmate een bepaalde handeling beter wordt beheerst door een dier, kan het dier ook meer plezier beleven aan die handeling. Daarbij is het niet nodig dat het gedrag ook nog iets anders oplevert, zoals voedsel of veiligheid. Een dier geniet van de 'functie' zelf, als een doel op zich met een intrinsieke waarde. Dit verklaart de gebruikelijke Duitse term Funktionlust.

Mark Bekoff schrijft over het spel van dieren onder meer:
“Het ritme, de dans, en de spirit van dieren die aan het spelen zijn werkt ongelooflijk aanstekelijk. Niet alleen voor hun dierlijke vrienden die mee willen doen met het spel of anderen willen vinden met wie ze kunnen ravotten, maar ik wil zelf gaan spelen als ik zie hoe dieren achter elkaar aan rennen, verstoppertje spelen en zich roekeloos overgeven aan geworstel. Vogels vliegen speels naar boven, terwijl ze elkaar achtervolgen, af en toe naar beneden duiken en met elkaar dollen.”
Auteur Jonathan Balcombe onderkent dat de functies waar dieren van genieten oorspronkelijk ontstaan kunnen zijn uit biologische noodzaak. Maar dit neemt niet weg dat dieren pas goed aan spelen toekomen als hun lichamelijke behoeften bevredigd zijn en ze niet gebukt gaan onder angst of stress. Balcombe stelt dat je aan het gedrag en de lichaamstaal van dieren kunt merken dat zij echt genieten van hun spel. Er bestaan zelfs speciale signalen om bijvoorbeeld speelse nep-gevechten te kunnen onderscheiden van een serieuze confrontatie die 'menens' is. We kennen dit zelf bijvoorbeeld van kinderen (of volwassenen) die onbedaarlijk lachen terwijl ze met elkaar stoeien.
Ook merkt hij op dat dieren er veel voor over hebben om te kunnen spelen en soms zelfs hun voer laten staan voor spel. Om deze reden vindt Balcombe dat we de morele plicht hebben om dieren niet alleen te beschermen tegen pijn en ongemakken maar ook om hun leven zo leuk en interessant mogelijk te maken.

Een rijk leven
Funktionslust komt niet alleen bij dieren voor, maar ook in het spel van mensen, variërend van het kinderspel tot allerlei behendigheids- en denksporten, maar tevens bij creatieve processen en in de taalontwikkeling van jonge kinderen. In een gedicht dat ik op internet heb aangetroffen van ene Charles Harper Webb worden als concrete voorbeelden van Funktionslust genoemd: gibbons die van boom naar boom slingeren, katten die door hoog gras kruipen en honden die achter een frisbee aan hollen. Spel kan niet bestaan zonder Funktionslust en het is fascinerend te constateren dat zelfs inktvissen dit zullen ervaren. Er is namelijk bewijsmateriaal verzameld voor het bestaan van speels gedrag van octopussen.
Zo kun je tevens het sierlijke vliegen en fladderen van vogels, het uitgelaten galopperen van paarden, het speelse zwemmen van dolfijnen, robben of zeehonden en het spontane imiteren van geluiden door kraaiachtigen opvatten als ingegeven door Funktionslust. Al die handelingen worden niet verricht omdat ze direct van nut zijn voor de situatie waarin het dier zich bevindt, maar echt voor de lol.
Men kan dit voorts nog in verband brengen met de ontwikkeling van het zelfbewustzijn: een dier geniet van het feit dat het zelf goed is in een specifieke handeling. Funktionslust gaat daarom gepaard met positieve gevoelens van trots en zelfbeschikking. Zo halen Masson en McCarthy ene Mike Del Ross aan over blindengeleidenhonden: “Naarmate de hond beter onder de knie krijgt wat hij moet leren 'doen ze hun werk opeens een stuk minder onzeker [...] Alles valt dan op zijn plaats.' Uit de lichaamstaal van deze honden spreekt hun zelfvertrouwen en trots. 'Ten slotte beseffen ze: “Ik kán het!” en ze genieten ervan. Ze zijn trots op zichzelf.”
In de humane psychologie wordt Funktionslust gezien als basis voor een intrinsieke passie die bijvoorbeeld van belang kan zijn voor de beroepskeuze. De mogelijkheid om te genieten van de eigen vaardigheden is een van de voorwaarden voor menselijk geluk. Het verklaart mede de behoefte van de meeste mensen aan vrijheid om te spelen met hun mogelijkheden en niet volledig vast te zitten aan routines of starre regels, zowel in een werksituatie als in het privéleven. Iets dergelijks moet men ook verwachten in het geval van dierlijk welzijn. In ieder geval zoogdieren en vogels hebben een behoefte aan de bevrediging van meer dan alleen hun overlevingsdriften. Ze moeten genoeg bewegingsvrijheid krijgen en in een voldoende rijke omgeving verblijven voor het ervaren van Funktionslust. Als daar geen sprake van is, betekent dit een verarming van hun belevingswereld die leidt tot frustratie, verveling en onzekerheid.

Rekening houden met Funktionslust bij dieren
Een traditionele materialistische of cartesiaanse visie op dieren is onverenigbaar met de erkenning dat dieren bepaalde handelingen intrinsiek leuk kunnen vinden. Dieren zijn binnen deze optiek immers volledig gevoelloze machines en dus vinden ze ook niets leuk of juist onaangenaam. Dieren doen alleen maar 'alsof' ze iets wel of niet als prettig ervaren; dit is slechts een kwestie van blind gedrag gestuurd door instincten. Je hoeft er dus ook totaal geen rekening mee te houden en het is in moreel opzicht volkomen om het even of je dieren bewegingsvrijheid en een verrijkte omgeving biedt of niet. Het is hoogstens leuk voor mensen om naar dieren te kijken die zich schijnbaar amuseren met allerlei spelvormen, geklauter of geren. Alsof dieren een soort natuurlijke robots zijn die op een grappige manier de mens lijken te imiteren.
Gelukkig is deze visie inmiddels echt zeldzaam aan het worden, omdat zij te zeer haaks staat op het gezonde verstand, maar ook omdat zij in strijd is met de evolutietheorie. Het is evolutionair gezien domweg niet te plaatsen dat mensen wel gevoelens ondergaan in verband met Funktionslust en dieren alleen maar doen alsof. Het menselijke gedrag en de menselijke emoties en motieven vinden hun oorsprong voor een groot deel immers bij eerdere diersoorten waaruit de mens als soort is voortgekomen. Vandaar dat het rekening houden met dierlijke gevoelens tegenwoordig zelfs door de grootste speciësisten wordt beleden.
De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum stelt vanuit haar zogeheten vermogensbenadering van dierlijke waardigheid dat we dieren de gelegenheid moeten bieden om zich te ontplooien. Zo schrijft zij onder meer: 'Eén van de grootste tekortkomingen van de meeste dierentuinen is dat ze zo saai zijn. Dit vormt een zware aanslag op de mogelijkheden die de dieren hebben om tot floreren te komen.” Zij pleit er zelfs voor dieren een passende vorm van onderwijs te bieden. “Een border collie die niet is afgericht, is in wezen misbruikt, en hetzelfde geldt voor vele soorten paarden.” Hoewel deze uitspraak wel erg kras lijkt, zijn allerlei soorten trainingen inderdaad niet alleen moreel geoorloofd voor veganisten die huisdieren houden, maar verdienen zij waarschijnlijk zelfs aanbeveling.

Funktionlust als excuus
De erkenning van het bestaan van Funktionslust bij dieren kan echter zelf ook misbruikt worden ten behoeve van dieronvriendelijke praktijken. Zo bestaan er Spaanse liedjes over stieren die het zo heerlijk zouden vinden om in het strijdperk te treden met een stierenvechter dat ze de torero bijna smeken om het 'feest' te laten beginnen. Er worden zelfs wel eens vergelijkingen getrokken tussen de gekleurde banderilla's (kleine speren met weerhaken) en onschuldige versieringen, alsof het echt om een leuk evenement gaat waar alle betrokkenen volop van genieten. De stieren zouden in dit perspectief als het ware vergeleken kunnen worden met menselijke beoefenaars van vechtsporten, waarbij men gemakshalve vergeet dat die toch maar zelden overlijden tijdens hun gevechten. Iets dergelijks zie je ook wanneer mensen het voortbestaan van de plezierjacht bepleiten door te wijzen op de natuurlijke drang van jachthonden. De honden zouden (los van hun beloning in de vorm van een deel van de jachtbuit) zo sterk genieten van het jagen op zich dat ze enorm ongelukkig zouden worden als dat voortaan wettelijk verboden werd. Sommige voorstanders van de jacht verrichten zelfs heuse kosten-baten analyses en stellen bijvoorbeeld dat de kortstondige doodsangst en pijn van een prooidier minder zwaar weegt dan de levenslange frustratie van de drang om lekker te jagen bij jachthonden. Het ronduit bizarre hieraan is dat men zich niet kan voorstellen dat andere uitingen van Funktionslust kunnen worden ingezet om het jachtverbod te compenseren. Zo wordt de jachthond herleid tot een een-dimensionaal wezen dat slechts precies één ding goed kan en dus ook maar aan één soort handelingen een inherent genoegen kan ontlenen. Martha Nussbaum schrijft in dit verband bovendien: “Het vermogen van de leeuw om zijn roofdierinstincten uit te leven, en daarmee het lijden te vermijden dat een gefnuikt vermogen met zich meebrengt, zou best van grote waarde kunnen zijn, als het lijden dat het fnuiken daarvan met zich meebrengt aanzienlijk is. Dierentuinen hebben geleerd hoe ze dit onderscheid kunnen maken. Toen men daar opmerkte dat de roofdieren niet voldoende gelegenheid kregen om hun roofdiervermogens te verwezenlijken, riep dat de vraag op in hoeverre het gerechtvaardigd zou zijn om kleinere dieren te laten lijden om de roofdieren in staat te stellen om gebruik te maken van hun vermogens. Moest de tijger een sappige gazelle krijgen om lekker op te kunnen knauwen? In de Bronx Zoo zijn de oppassers erachter gekomen dat ze de tijger een grote bal kunnen geven die met zijn gewicht en weerstand symbool staat voor een gazelle. De tijger lijkt daar tevreden mee. [...] Overal waar roofdieren in een situatie leven waarin ze zich in de macht van mensen bevinden en door hen in leven worden gehouden, lijken deze oplossingen in moreel opzicht het meest verantwoord.”
Ook circussen kunnen uit eigenbelang volhouden dat de dieren die zij kunstjes laten doen daar zelf van genieten. In sommige gevallen zou dit op kunnen gaan, namelijk wanneer de acts echt gepaard gaan met Funktionslust en de dieren als huisdieren bij hun baas mogen leven. Maar in veel gevallen zal het kunstje een stereotype handeling zijn die volkomen zonder vreugde wordt verricht omdat het circusdier nu eenmaal geen enkele keus heeft.
Nog een andere manier waarop men Funktionslust kan misbruiken treedt op wanneer een dier wordt getraind voor activiteiten die het echt leuk vindt, maar die gewoon te riskant zijn voor de gezondheid van het dier. Bijvoorbeeld in het geval van gevaarlijke honden- of paardenrennen of bij de duivensport. Het rennen of vliegen (of zelfs de competitie) als zodanig hoeft nog niet kwalijk te zijn en een eigenaar hoeft niet te liegen als hij beweert dat zijn dier er echt plezier aan beleeft. Maar elk reëel gevaar dat hierbij komt kijken voor de betrokken dieren is moreel gezien onaanvaardbaar.

Literatuur
  • Balcombe, J. (2006). The pleasurable kingdom: Animals and the nature of feeling good. New York: Macmillan.
  • Bekoff, M. (2002). Minding Animals: Awareness, emotions and heart. Oxford University Press.
  • Masson, J.M., & McCarthy, S. (1999). Wanneer olifanten huilen: Het gevoelsleven van dieren. Amsterdam: Vassalucci.
  • Mather, J.A., & Anderson, R.C.. (1999). Exploration, play and habituation in octopuses (Octopus dofleini). Journal of Comparative Psychology, 113(3):333-338.
  • Nussbaum, M. (2007). Een waardig bestaan: Over dierenrechten. Amsterdam: Ambo.
  • Rivas, T. (2003). Onrechtvaardig diergebruik. Delft: Koopman & Kraaijenbrink.

Dit artikel werd eind 2008 gepubliceerd in Vega!, nr. 29, winter 2008/2009, blz. 20-21.

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
dieren, dierpsychologie, psychologie, humor, ethologie, funktionslust, spel, plezier
printversie
auteur mailen
sluiten