Titel
Een boeddhistische visie op duurzaamheid en energiegebruik
Geplaatst door
Bert Stoop
Samenvatting
Een basisbeginsel van het boeddhisme luidt: andere levende wezens niet schaden, maar helpen. Dat ligt in één lijn met wat duurzaamheid oorspronkelijk betekende: moeder aarde, de wereld, niet slechter achterlaten dan je haar hebt aangetroffen.
Tekst

 Bijdrage aan het 15-jarig jubileum van de Keerkring Groningen op 7 juni 2009

 

Herman Damveld

 

Inleiding

Een basisbeginsel van het boeddhisme luidt: andere levende wezens niet schaden, maar helpen. Dat ligt in één lijn met wat duurzaamheid oorspronkelijk betekende: moeder aarde, de   wereld, niet slechter achterlaten dan je haar hebt aangetroffen. Tegenwoordig echter heet zo ongeveer alles duurzaam. Maar in mijn visie klopt dat vaak niet, vooral als we het hebben over het energiegebruik. Ik zal daar wat over vertellen vanuit een boeddhistische visie.

 

Boeddhisme

In 1973 verscheen een boek van E. Schumacher, “Small is beautiful”, met daarin een hoofdstuk over boeddhistische economie. Ik vond dat toen een mooi verhaal en eigenlijk vind ik dat nog steeds. De boeddhist Sulak Sivaraksa heeft in 1997 het boek  “Zaden van vrede” uitgebracht. In dit artikel baseer ik me op deze boeken.

De huidige manier van denken is: hoe meer je consumeert, hoe groter de welvaart is. Economische groei betekent groei van de welvaart. En economische groei staat gelijk aan vooruitgang.  In deze visie is iemand die meer consumeert beter af. De boeddhist vindt dit irrationeel: het doel moet juist zijn een maximum aan welzijn met een minimum consumptie. Consumptie is een middel tot een doel en boeddhistische economie gaat erover hoe je dat doel met zo min mogelijk middelen kunt bereiken. Vanuit de gangbare visie vindt groei van welvaart en welzijn plaats wanneer verlangens toenemen en bevredigd worden. Vanuit boeddhistisch oogpunt is de groei groter wanneer er minder verlangens zijn.

Dit betekent niet dat het boeddhisme zegt dat je geen verlangens mag hebben en arm moet zijn. Armoede als zodanig werd op geen enkele manier geprezen of aangemoedigd door de Boeddha. Wat hij belangrijk vond was hoe men de rijkdom verwierf en hoe men de rijkdom gebruikte. In het boeddhisme gaat het er om de gehechtheid aan welvaart via materiële zaken te doorzien en zo mogelijk iets minder te maken.

De huidige wereld wordt gekenmerkt wordt door consumentisme en het materialisme. Dit geeft voeding aan hebzucht en haat. Onze moderne cultuur verheerlijkt onze slechtste eigenschappen. Hebzucht en haat geven volgens het boeddhisme blijk van ongelukkig-zijn. Onze hebzucht wordt van jongs af aan gestimuleerd. Wij dragen allemaal de kiemen van de hebzucht in ons. Reclame speelt daar op in. Het consumentisme bevordert dat de kiemen van de hebzucht ontluiken en groeien. Zo word je vaak voortgedreven door hebzucht. Hebzucht schept de behoefte om jouw bezit te verdedigen en te beveiligen. Dat leidt tot agressie en b.v. de oorlog in Irak om de oliebelangen veilig te stellen. Ook het taalgebruik in de economie is agressief. Het gaat om het veroveren van nieuwe markten. Daarbij heb je geen oog voor de gevolgen voor andere levende wezens of voor de aarde. Het boeddhisme zegt dat mensen kunnen leren hun hebzucht en agressie te beteugelen. Een verandering in onze manier van leven en onze ethiek is daarom dringend nodig. Totdat mensen bereid zijn te kijken naar deze negatieve aspecten van het consumentisme, zullen we niet in staat zijn de situatie te verbeteren, zullen we niet ontkomen aan de religie van het consumentisme

 

De moderne economie maakt geen onderscheid tussen al dan niet hernieuwbare materialen. Alles wordt uitgedrukt in geld. Als het gaat om de keuze tussen zon, wind, kernenergie of kolen, tellen vooral de kosten. Een boeddhist ziet dit niet zo. Niet-hernieuwbare goeden moeten alleen gebruikt worden als ze echt onontbeerlijk zijn. En dan alleen met de grootste zorg en zo goed mogelijk. Leven via niet-hernieuwbare grondstoffen als uranium, gas of kolen is in de ogen van een boeddhist een parasitair bestaan, je eet als het ware je eigen kapitaal op. Een dergelijke levensstijl is niet duurzaam. We kunnen dat ook omschrijven via  de ecologische voetafdruk. Die meet hoeveel vierkante meter we gemiddeld per persoon nodig hebben om in onze dagelijkse behoefte te kunnen voorzien. Per wereldburger is 1,8 hectare beschikbaar. Een Nederlander gebruikt 4,4 hectare. We leven dus op te grote voet en niet duurzaam.  

 

Levensstijl

Opvallend is dat bijna 20 jaar geleden de regering het nog wel had over de levensstijl. Het kabinet Lubbers-Kok (CDA-PvdA) bracht in 1990 het Natio­naal Milieubeleids Plan-plus uit. "De doelstelling, dat mi­lieuproblemen niet mogen worden afgewenteld op volgende gene­raties, kan alleen worden gehaald als onze huidige productie- en consumptiepatronen worden aangepast. Dat vereist een trendbreuk in ons gedrag, die al in deze kabinetsperiode tot uiting moet komen," waarschuwde de regering. Het verminderen van de CO2-uitstoot was daarbij een speerpunt van het kabinets­beleid. Er is echter geen trendbreuk gekomen in het gedrag, zoals ik in hieronder zal laten zien aan de hand van het energiegebruik. Van de vermindering van CO2-uitstoot is dan ook niets terecht gekomen. De huidige regering heeft het ook niet over ander gedrag. Technische alternatieven als  kernenergie en de afvang en opslag van  CO2 moeten nu de oplossing bieden.

 

Niet duurzaam

We zijn in een niet-duurzame situatie beland. Toch vinden de meeste mensen de huidige situatie normaal. Hieronder tien punten om over na te denken. 

 

1. Het totale energiegebruik in Nederland is nu 2,5 keer zo groot als in 1960. Dat komt door verschillende oorzaken. Meer mensen gaan met het vliegtuig en dat kost veel energie. Een voorbeeld: het energiegebruik van een retour New York komt overeen met de energie die je nodig hebt om een jaar lang een huis verwarmen. 

 

2. Per huishouden is het elektriciteitsgebruik 3400 kilowattuur[i] per jaar, vier keer zo hoog als in 1950. Dit komt vooral doordat het aantal elektrische apparaten sterk toenam. De wasmachine, koelkast en televisie zijn min of meer noodzakelijke goederen geworden en ook wasdrogers (nu heeft 67% er één), vaatwasmachines (52%) en computers worden meer en meer gemeengoed. Van televisies, koelkasten en computers zijn in veel huishoudens tegenwoordig al meerdere exemplaren aanwezig. Ook de 'stille stroomvreters' zijn in opmars. Dit 'stille stroomgebruik' via de stand by apparaten is acht procent van het totale gebruik in gezinnen.

 

3.  Een huishouden gebruikt nu gemiddeld genomen 1600 kubieke meter aardgas. Voor de productie van het gemiddelde stroomgebruik moet 700 kubieke meter aardgas worden verbrand. Met 1000 liter benzine kan een redelijk zuinige auto 15.000 kilometer rijden. Dat kun je grofweg gelijk stellen aan 1000 kubieke meter gas. Een gemiddeld gezin gebruik daarmee jaarlijks 3300 kubieke meter gas.

 

4. De elektrische deurbel. We denken misschien dat die alleen stroom gebruikt als we erop drukken. Maar dat is niet zo. De deurbel staat constant onder spanning en gebruikt per jaar een paar watt. Alle deurbellen bij elkaar vragen een vermogen van 50 Megawatt vragen. Dit is 10% van wat de kerncentrale Borssele kan leveren.

 

5. Het stroomgebruik door computers en internet stijgt flink. Websites bestaan uit gegevens (ook wel data genoemd, of het nu woorden of beelden zijn). Die websites moeten altijd oproepbaar zijn. Om bij de websites te kunnen komen zijn er zogenaamde datahotels, waar woorden of beelden op aangeklikt kunnen worden. De filmpjes op Youtube zijn goed voor evenveel dataverkeer als het hele internet nog maar twee en een half jaar geleden. Datahotels in Nederland zijn goed voor het jaarlijkse stroomgebruik van 850.000 huishoudens.

 

6. Als het energiegebruik van de Westerse wereld voor alle bewoners van de aarde zou gaan gelden, zou het gebruik van olie, gas en kolen wereldwijd acht keer zo hoog zijn als nu. Bestaande voorraden energie raken dan nog sneller op. 

 

7. De gasvoorziening vergt veel stroom, ook al sta je daar niet meteen bij stil. Tot voor een paar jaar liep de gasvoorziening als vanzelf. De druk van de het Groningen-veld  was zo groot dat het gas er vanzelf uitspoot, net als bij een volle luchtballon. Maar door het steeds toenemende gasgebruik neemt de druk af. Het gas komt er niet meer zomaar uit. Er zijn steeds meer technische hulpmiddelen nodig om de aardgasvoorziening op peil te houden. Die hulpmiddelen vereisen pompen, die op elektriciteit werken. Om die pompen te laten draaien is flink wat stroom nodig. Het gaat om zo'n 700 Megawatt, de helft van de gascentrale die nu aan de Eemshaven staat.

Ook import van gas uit Rusland kost energie, de energie om het gas hier naar toe te pompen. Van elke 11 kubieke meter gas die we uit Rusland halen hebben we er één nodig om de pompen draaiende te houden.  

 

8. Het CBS rekende ons in februari 2008 voor dat het Nederlandse aardgas met het huidige winningstempo over 20 jaar op zal zijn. De aardgasbaten (waren vorig jaar 10,8 miljard euro) houden dan ook op. Het zou voor de hand liggen om de aardgasbaten te gebruiken om de energievoorziening voor later zeker te stellen. Dat is nu niet het geval. Zo’n 40% van de aardgasbaten gaat naar het Fonds Economische Structuurversterking. Daarvan is ondermeer 4,5 miljard naar de Betuwe- en HSL-lijn gegaan. In  2008 was 19 miljoen bestemd voor energie. Ook worden aardgasbaten gebruikt om de staatsschuld af te lossen.

 

9. We horen vaak dat we hypocriet zijn, omdat we geen kerncentrales willen, maar wel kernstroom uit Frankrijk importeren. Daarbij wordt vergeten dat Nederland veel gas exporteert. Stel dat van dat gas elektriciteit gemaakt wordt. Met het aardgas dat we exporteren kunnen we 5,7 keer zoveel stroom maken als we importeren.

 

10. Als we de oliemarkt bestuderen zien we extreme prijsschommelingen. Een klein verschil tussen vraag en aanbod geeft grote schommelingen in de prijs. De vraag was vorig jaar 85,8 miljoen vaten van elk 159 liter per dag. Een onvoorstelbare hoeveelheid. De productie was één procent lager dan de vraag. Dat gaf een geweldige prijsstijging naar 140 dollar per vat. Dit jaar, in 2009, is de vraag naar olie door de crisis gedaald. De productie is nu één procent hoger dan de vraag en dat betekende een prijsdaling via 40 naar nu 60 dollar per vat.

In de nabije toekomst zal de productie dalen. Het Internationale Energie Agentschap (IEA) te Parijs heeft de ontwikkeling van de olieproductie onderzocht. De conclusie van de World Energy Outlook, die in november vorig jaar verschenen is, luidt dat de productie uit de 800 belangrijkste olievelden wereldwijd vanaf nu jaarlijks daalt met 5,1 procent (3,6 miljoen vaten olie). Olie uit nieuwe velden of extra winning uit bestaande velden zou deze daling op moeten vangen. Maar door de economische crisis zijn investeringen voor extra 6 miljoen vaten per dag uitgesteld of geschrapt, schreef het IEA eind mei j.l..

Nu kan er nog meer olie geproduceerd worden dan de vraag. Maar binnen een paar jaar draait de zaak om en kan de productie de vraag niet meer bijhouden, met alle prijsstijgingen vandien. Op langere termijn wordt het nog erger. Van de verwachte vraag naar olie in 2030 moet 20 procent komen uit olievelden die nu bewezen zijn, maar nog niet in ontwikkeling zijn gebracht. De olie (en daarmee ook gas en elektriciteit) wordt dan heel duur.

 

Overigens: dat in 2008 de olie sterk in prijs steeg, komt volgens allerlei berichten door China. Maar China gebruikt 6,5 miljoen vaten olie per dag, tegen de EU 16 miljoen en Noord-Amerika 25 miljoen.  Het is dus vooral het gebruik in de westerse landen, waardoor de prijs steeg.

 

Mijn duurzaamheid thuis

Een voorbeeld van wat ik zelf doe. In het huis waar ik woon, hebben we vanaf  4 september 2007 tot en met 2 juni 2009 (21 maanden) 1586 kilowattuur uit het stroomnet gehaald. Daar staat tegenover dat we exact 2900 kilowattuur aan het net hebben geleverd via onze zonnepanelen. We gebruiken dus volledig duurzame stroom en leveren ook nog eens duurzame stroom aan het net. Het jaarlijkse gasgebruik ligt met 1100 kubieke meter ook duidelijk onder het landelijk gemiddelde van 1600 kubieke meter.

 

Tot slot

Even terug naar het boeddhisme.

De Boeddha kreeg de vraag: “Wanneer men uw weg volgt, wat doet men dan in het dagelijks leven?”

Hij antwoordde: “Men loopt, zit, staat, ligt, eet en drinkt.”

De vragensteller ging door: “Wat is daar zo bijzonder aan?

Boeddha zei toen: “Hoewel een gewoon mens loopt, zit, staat, ligt, eet en drinkt, weet hij niet dat hij loopt, zit, staat, ligt, eet en drinkt.”

 

Dit is de beoefening van aandacht, van aandacht hebben voor elk gebaar van lichaam en geest; aandacht voor elke handeling; proberen te zien welke gevolgen een handeling heeft. Het zou mooi zijn als duurzaamheid bij die overwegingen duidelijk aanwezig is.



[i] De verbruikte elektriciteit in Nederland werd in 2005 voor 52% geproduceerd met gas, 22% uit kolen, voor 10% uit kernenergie, voor 13% uit duurzame bronnen en 3% uit overig bronnen.

Gebruikte steekwoorden
boeddhisme, duurzaamheid, energiegebruik
printversie
auteur mailen
sluiten