Titel
Ervaringen rond een fijnstoffelijk lichaam
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Artikel van Stichting Athanasia voor Paraview over een fijnstoffelijk lichaam.
Tekst

Ervaringen rond een fijnstoffelijk lichaam

door drs. Titus Rivas namens Stichting Athanasia Als je uitgaat van een overleven na de dood van de persoonlijke geest of ziel, word je bijna direct geconfronteerd met de vraag hoe die ziel zich verhoudt tot het lichaam. Kennelijk is er geen sprake van een onverbrekelijke band, anders zou de geest na de dood immers net als het fysieke lichaam vergaan. In elk geval mogen we dus concluderen dat de ziel of geest het lichaam niet nodig heeft om te overleven. De geest is dus een zelfstandige grootheid die in wisselwerking staat met het lichaam, en dan met name de hersenen.
Nu zijn er nogal wat mensen die geloven dat er naast lichaam en geest nog een 'ijl' soort tweede lichaam bestaat. Dit 'fijnstoffelijke' lichaam zou zich tijdens de waaktoestand vooral manifesteren in de vorm van een zogeheten aura, een eivormig 'energieveld' dat ons fysieke lichaam zou omgeven. Tijdens zogeheten buitenlichamelijke ervaringen of uittredingen zou het fijnstoffelijke lichaam het fysieke lichaam kunnen verlaten. Dat zou ook gelden voor de dood. Met andere woorden: het moment waarop lichaam en geest definitief van elkaar gescheiden worden. Gedurende een aards leven zouden het fysieke en fijnstoffelijke lichaam aan elkaar verbonden zijn door een soort ijle navelstreng die vaak wordt aangeduid als het 'zilveren koord' en die op het moment van overlijden zou breken.
Na de dood zouden overledenen hun fijnstoffelijke lichaam gebruiken om zich aan andere gestorvenen te laten zien, maar ook tijdens verschijningen aan levenden. Bij spiritistische sessies zou het fijnstoffelijke lichaam van het medium of de betrokken overledenen een rol kunnen spelen bij de productie van het zogeheten ectoplasma.

Complexe theorieŽn
In feite bestaan er allerlei, vaak erg complexe theorieŽn over het dit thema. In diverse esoterische stromingen wordt er bijvoorbeeld uitgegaan van meerdere fijnstoffelijke lichamen. Zo zou er o.a. een etherisch lichaam zijn dat het fysieke lichaam in leven houdt en een rol speelt bij gezondheid en ziekte, een astraal lichaam dat vooral verband houdt met iemands emoties en een mentaal lichaam dat te maken heeft met iemands denkvermogen. Vaak wordt aangenomen dat deze lichamen met elkaar in wisselwerking staan. Daarbij zouden chakra's, een soort energieknooppunten een belangrijke rol spelen.
In verschillende niet-westerse geneeswijzen speelt het idee van een fijnstoffelijk lichaam een belangrijke rol. Er wordt o.a. mee gewerkt bij de Chinese acupunctuur, de Japanse reiki en de Indiase yoga. In het westen werd vooral in occulte stromingen aandacht besteed aan een fijnstoffelijk lichaam. Het concept kwam bijvoorbeeld voor bij Paracelsus en Franz Anton Mesmer, de vader van het zogeheten dierlijke magnetisme. Het gedachtegoed van Mesmer heeft tegenwoordig nog invloed op het westerse paranormaal genezen dat vaak als 'magnetiseren wordt aangeduid. Net als bij reiki zou een genezer daarbij invloed hebben op de 'energie' (een soort levenskracht, in tegenstelling tot het natuurkundige begrip energie) van het fijnstoffelijk lichaam. De genezer zou iemands energie bijvoorbeeld kunnen vergroten of zuiveren of 'blokkades' kunnen verhelpen. Ook paragnosten beweren vaak dat ze in staat zijn om een energielichaam of aura waar te nemen rond een cliŽnt dat hun door zijn vormen en kleuren informatie zou verschaffen over iemands gezondheid en gemoedstoestand.

Onderzoek naar fijnstoffelijkheid
Het is op zijn minst opmerkelijk dat er zoveel verschillende denkrichtingen zijn die het bestaan van een of meer fijnstoffelijke lichamen aanhangen. Maar daarmee is natuurlijk nog niet bewezen dat dergelijke lichamen ook echt bestaan. Binnen de
wetenschap hebben we zoals altijd bewijsmateriaal en goede argumenten nodig om van het bestaan van een bepaald verschijnsel uit te mogen gaan. Aan verschillende instituten is daarom onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om een fijnstoffelijk
lichaam zichtbaar te maken of te meten met speciale apparatuur. Het bekendste voorbeeld hiervan is wel de zogeheten Kirlian-fotografie. De resultaten van deze studies zijn helaas nog erg controversieel. Sommige deskundigen (en niet alleen sceptici) beweren dat ze normaal verklaarbaar zijn door natuurkundige effecten.

Spontane ervaringen als bewijsmateriaal
Toch is er wel enig bewijsmateriaal voor een aura, en wel in de vorm van spontane ervaringen bij mensen die er van tevoren nooit eerder van hadden gehoord. Vooral jonge kinderen kunnen wat dat betreft interessant zijn, maar ook aankomende paragnosten die zich nooit eerder met het onderwerp hebben beziggehouden. De bekende Nederlandse helderziende Gerard Croiset deed bijvoorbeeld als jongeman waarnemingen van aura's die hij pas later in verband kon brengen met boeken over dit onderwerp. De Nederlandse theologe Joanne Klink haalt een jongetje aan dat zei: "Toen mijn vriendje mij plaagde, zag ik veel rood en zwart om hem heen." En: "Meneer in de klas maakte zich kwaad, maar hij wilde het niet laten merken, maar ik zag allemaal rood uit zijn hoofd komen".
Dergelijke waarnemingen zijn vooral interessant als we er een bepaald patroon in kunnen herkennen, bijvoorbeeld dat kleuren consequent verwijzen naar iemands gezondheid of gemoedstoestand. De scepticus Woerlee gaat trouwens zo ver dat hij alle waarnemingen van aura's weg probeert te verklaren als niet meer dan het gevolg van oogafwijkingen bij de waarnemer e.d. Dit zou alleen mogelijk zijn als er geen enkele overeenkomst zou bestaan in de waargenomen verbanden tussen aura en gezondheid of gemoedstoestand.

Uittredingen
Ook naar uittredingen is systematisch onderzoek gedaan. Volgens de sceptische auteur Susan Blackmore zijn uittredingen gewoon psychologische verschijnselen, verwant aan een soort dromen. Toch hebben parapsychologen zoals Charles Tart, Janet Mitchell en Karlis Osis getracht aan te tonen dat er authentieke uittredingen bestaan. Uit hun onderzoek bleek in elk geval dat sommige mensen in staat zijn paranormale waarnemingen te doen terwijl ze zelf de indruk hebben een uittreding door te maken. Ook wordt hun aanwezigheid op de plek waar ze naar toe gereisd lijken te zijn soms opgemerkt door anderen. Vooral de buitenlichamelijke ervaringen bij bijnadoodervaringen zijn erg overtuigend, hoewel het wel de vraag is of daarbij alleen de geest zelf het lichaam verlaat, of ook nog een fijnstoffelijk lichaam. Ervaringen met kinderen zijn ook wat uittredingen aangaat extra belangrijk. Joanne Klink schrijft over kinderen die vertellen over een 'zich zwevend voortbewegen' en beweren dat je 'spiralend uit en weer in het lichaam komt en dat je kunt zien dat je via het zilveren koord met het aardse lichaam verbonden bent'. Het is dus zeker van belang dat er meer gevallen worden verzameld op dit gebied.

Literatuur
- Dongen, H. van, & Gerding, H. (1993). Het voertuig van de ziel: het fijnstoffelijk lichaam: beleving, geschiedenis, onderzoek. Deventer: Ankh-Hermes.
- Klink, J. (1994). Vroeger toen ik groot was. Baarn: Ten Have.
- Mitchell, J.L. (1986). Uittredingservaringen. Naarden: Strengholt.
- Rivas, T. (2002). Kinderen en het fijnstoffelijk lichaam. Prana, 131, 78-83.
- Rivas, T. (2004). Encyclopedie van de Parapsychologie. Rijswijk: Elmar.
- Tenhaeff, W.H.C. (1980). Magnetiseurs, somnambules en gebedsgenezers. Den Haag: Leopold.
- Woerlee, G. (2003). Mortal Minds: a biology of the soul and the dying experience. Utrecht: De tijdstroom

Dit artikel werd gepubliceerd in Paraview, jaargang 8, nummer 1, februari 2004, blz. 18-20.

Reacties? titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
kinderen, parapsychologie, energie, fijnstoffelijk, aura, astraal, etherisch, grofstoffelijk
printversie
auteur mailen
sluiten