Titel
Biomassavergisting is niet duurzaam
Geplaatst door
Bert Stoop
Samenvatting
Biomassavergisting is niet echt duurzaam maar in het geval van mest afkomstig van intensieve veehouderij te prefereren boven uitrijden op het land.
Tekst

In weerwil tot wat sommigen beweren is de claim, dat biomassavergisting duurzaam is, een kwestie van definitie.

Wanneer onder biomassa wordt verstaan de mest afkomstig uit de bio-industrie, dan hangt het er vanaf of je de veevoederkilometers meerekent die het kost om het veevoeder uit landen buiten Europa naar ons land te vervoeren.

Een bedrijf als Unilever wil nog wel eens nadenken over de vangst van vis en duurzaamheid. Unilever wil ook graag in de toekomst visproducten blijven verkopen, en onder duurzaamheid verstaan zij dan een manier van visvangen, waarbij de visstand niet zodanig terugloopt dat de zee echt leeg raakt. Een andere discutabele manier om duurzaamheid in te vullen is vissen te gaan kweken. De vissen worden dan onder meer gevoerd met vismeel, wat gemaakt wordt van de op zee gevangen vissen die niet economisch interessant zijn om zelf te gaan verkopen.

Een van de vele bezwaren tegen de intensieve veehouderij is niet alleen de overproductie van dieronvriendelijk vlees, maar ook van milieuonvriendelijk uitgereden mest. Vroeger werd de mest in vaste vorm uitgereden, maar de hedendaagse hoeveelheid is zo groot dat dat tot overmatige stankoverlast zou leiden. Daarom wordt vloeibare mest met injecteurs onder de graszoden ingebracht, als het ware onder het vloerkleed geveegd. Het gevolg is dat het bodemleven zich uit de voeten maakt en onbereikbaar wordt voor weidevogels. Werd er door de injecteurs al een slachting aangericht door de nesten gewoon plat te walsen of te doorsnijden, ook het gebrek aan gezonde voeding doet de weidevogelstand teruglopen.

Ook om deze reden is biomassa vergisting van bio-industriemest te prefereren dan het uit te rijden tot het maximum wat het land kan verdragen. Maar een echt duurzame oplossing zou zijn wanneer de intensieve veehouderij verkast zou worden naar die landen waar†haar producten†nu naar geŽxporteerd wordt. Dat scheelt in eigen land milieubelasting en op globaal niveau vele energievretende voedselkilometers. Nog beter wordt het uiteraard als die bedrijven dan ook het veevoeder uit de eigen omgeving gaan betrekken. Pas dan kan worden gesproken van een duurzame bedrijfsvoering.

Voor een kritische kanttekening bij de ophef over het staken van subsidie aan "duurzame" biomassavergisting, klik hier.

Dat een en ander leidt tot een wat lagere bijdrage van de landbouwsector aan de Nederlandse economie is geen bezwaar, immers de leefbaarheid in eigen land gaat met sprongen vooruit.

Liever kwaliteit van leven dan een schijnbaar duurzame economie.

Persbericht 24 januari 2008† -† Stichting Natuur en Milieu en De Provinciale Milieufederaties presenteren vandaag een lijst van goede en foute soorten biomassa. Sommige soorten biomassa leiden tot kap van oerwouden, hogere voedselprijzen en soms tot zelfs meer uitstoot van broeikasgassen dan olie of kolen. Slechte biomassa zijn koolzaad, soja, palm- en zonnebloemolie, tarwe, bieten en mest. Deze biomassasoorten zouden niet door overheid gesubsidieerd moeten worden. Goede biomassa zijn allerlei reststromen uit de voedingssector, landbouw en industrie, evenals diverse houtige gewassen, zoals hennep, riet, populier en wilg.

De milieuorganisaties concluderen dat er voldoende mogelijkheden zijn voor duurzame elektriciteitsproductie met biomassa. Op korte termijn zijn er echter te weinig duurzame biobrandstoffen voor het verkeer.

Gebruikte steekwoorden
biomassa, vergisting, mest, injecteren, bio-industrie, duurzaamheid
printversie
auteur mailen
sluiten