Titel
Mensen eerst ?!
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Moeten mensen moreel gezien altijd voorrang krijgen boven andere dieren? Een artikel van Titus Rivas voor Gezond Idee!, van de Nederlandse Vereniging voor Veganisme, nr. 44, blz. 24-25, 1998/1999.
Tekst

Kiezen voor een keuze:

Mensen eerst ?!

De Balkanoorlog brengt, net als elke oorlog, niet alleen veel leed met zich mee voor mensen, maar ook voor duizenden dieren in het gebied. Ik kreeg in dit verband onlangs een foldertje in de brievenbus van een bekende dierenbeschermingsorganisatie die, analoog aan de inzamelingsacties voor de mensen uit Kosovo, geld wou inzamelen voor dierlijke slachtoffers. Een goede zaak, vond ik, maar meteen daarna moest ik terugdenken aan een discussie die ik in 1998 voerde met mijn vriend Dr. Kirti Saroop Rawat uit Faridabad (India). Deze discussie vormt de leidraad van dit essay.

door Titus Rivas

Sarasvati
Dr. Rawat is een tamelijk Westers georiënteerde wetenschapper en denker met een overwegend vegetarische voedingswijze. Onze discussie ging vooral over de vraag of er in noodgevallen voorrang verleend moet worden aan mensen boven dieren. Mijn eigen visie hield daarbij in dat elke filosofie, die dieren als minderwaardig aan mensen ziet en die om die reden mensen voorrang verleent boven dieren in feite een vorm van speciesisme is. Speciesisme is het discrimineren tussen wezens op basis van de biologische soort waar ze toe behoren1. Dr. Rawat was het hier niet mee eens. Hij vond het misleidend om te spreken van 'speciesisme' en koos in plaats daarvan voor het neutrale woord 'onderscheid'. Hij verwees daarbij zelfs naar de Indiase godin van de wijsheid Sarasvati (of Saraswati), die de mensen de ogen opent voor verschillen in de werkelijkheid en die hen leert op een verstandige manier onderscheiden te maken tussen verschillende zaken. Volgens hem was het overduidelijk dat mensen wezens zijn die van een andere, hogere orde zijn dan andere diersoorten. Hij sloot bovendien niet uit dat dieren onderling overigens ook grote verschillen vertonen. Het gaat daarbij voor Rawat om in moreel opzicht relevante verschillen zoals het vermogen om te lijden, het vermogen om gelukkig te zijn en bewustzijn van het eigen lot. Mensen zouden dit allemaal in veel sterkere mate vertonen dan dieren. Daarom moeten mensen volgens Rawat voorrang krijgen boven dieren als het gaat om het helpen of redden van wezens. Dr. Rawat werkte dit zo uit dat dieren pas aan de beurt mogen komen waar het gaat om bescherming en hulp als alle mensen uit de brand geholpen zijn. Zelfs als, zoals ik aanvoerde, dit zou betekenen dat ze dus nooit aan de beurt komen, omdat het waarschijnlijk is dat nooit alle mensen veilig en gelukkig zullen zijn. Dit betekende voor hem overigens nog niet dat het dus zinloos was om vegetariër (of ‘desnoods’ veganist) te zijn, want dit betreft geen hulp of bescherming, maar slechts het niet toevoegen van onnodig leed aan het lot van dieren. Volgens hem was het hoe dan ook immoreel om wanneer dit niet nodig is vlees of vis te eten en natuurlijk ook om dieren te mishandelen. Alleen is de zinsnede “wanneer dit niet nodig is” erg belangrijk, want er kunnen zich situaties voordoen waarin de hogere waarde van mensen ons ertoe zou dwingen om dieren te doden voor de gezondheid of het overleven van die mensen, met name in het geval van hongersnood. Dr. Rawat kende trouwens zelf een vrouw in India die zich inzette voor het verbeteren van het lot van zowel mensen als dieren. Hoewel hij het met me eens was dat deze persoon het hoe dan ook goed moest bedoelen, vond hij haar toch dwaas en irrationeel omdat ze aandacht verspilde aan dieren, terwijl er eerst nog zoveel mensen alle aandacht verdienden. In die zin vond hij haar houding dus regelrecht immoreel.

Mijn reactie hierop luidde ten eerste dat ik het eens was met zijn stelling dat niet alle dieren hetzelfde zijn. Ook ik geloof dat niet alle dieren evenveel kunnen lijden. Het gangbare argument dat we dat niet zeker kunnen weten is niet alleen goedkoop volgens mij (er zijn maar heel weinig dingen die we zeker kunnen weten, maar er zijn ook een heleboel dingen die we op goede gronden aannemelijk kunnen vinden), maar ook gevaarlijk. Het kan namelijk ook tegen het veganisme gekeerd worden. Als je volhoudt dat je niet weet of een vis evenveel kan lijden als een varken, dan moet je ook instemmen met de stelling dat we niet weten of ze überhaupt kunnen lijden. Dat is wel waarschijnlijk, maar zeker weten doen we het niet. Dus als je zekerheid eist, dan komt het hele (ethische) veganisme zelf op losse schroeven te staan. Deze redenering heeft er bij mij toe geleid dat ik mijn huiskatten in noodgevallen (als ze geen vegetarisch voer lusten) visbrokjes geef en geen andere soorten brokjes, omdat ik er vooralsnog van uitga dat vissen minder kunnen lijden dan andere dieren zoals kippen of zoogdieren. Alleen maar onzin vond ik wat Dr. Rawat zei dan ook niet. Toch vond ik zijn eindconclusie dat je mensen dus altijd voorrang moet geven boven dieren intuïtief gezien volledig onverteerbaar. Het betekent niet alleen dat je dieren in Kosovo bijvoorbeeld geen hulp moet bieden, maar bovendien dat je geen moeite moet doen om de wereldwijde exploitatie van dieren een halt toe te roepen. Het enige wat je wat dieren betreft zou moeten doen is je onthouden van dierlijk voedsel e.d. waar dierenleed aan verbonden is geweest. Alle energie die je verder nog in de bescherming of emancipatie van dieren steekt, is volgens Dr. Rawat immers energie die gestoken had moeten worden in mensen.

Repliek
Hoewel Rawat’s argumentatie niet zo maar afgedaan kan worden als ‘idioot’, is deze zoals gezegd wel in strijd met mijn intuïtie en waarschijnlijk niet alleen met de mijne. Mijn eigen broer Esteban Rivas bleek zich al in het vraagstuk te hebben verdiept en hier zelfs een hoofdstuk van een boek over te hebben geschreven2. Hij komt daarin tot de conclusie dat het maken van morele onderscheiden tussen dieren op basis van hun vermogen om te lijden of gelukkig te zijn logisch gezien ook moet leiden tot het maken van morele onderscheiden tussen mensen onderling. Dit komt omdat mensen verschillen in mentale vermogens en dus ook verondersteld mogen worden meer of minder te kunnen lijden en gelukkig te zijn. In uiterste gevallen zou dat betekenen dat de redenering van Rawat leidt tot het uitsluiten van bijvoorbeeld mensen met het Down syndroom van alle vormen van hulp tot alle andere, meer begaafde mensen geholpen zijn. In plaats daarvan pleit Esteban Rivas ervoor om alle wezens met subjectieve ervaringen zoals pijn en genot in principe als gelijkwaardig te zien en te behandelen. Volgens hem moet je dus ook geen onderscheid maken tussen dieren en mensen in noodgevallen. Het is in die zin willekeurig wie je helpt, of dit nu mensen of dieren zijn. Beide vormen van hulp zijn moreel gezien waardevol en er is geen hiërarchie in aan te brengen. Hoe meer hulp hoe beter, aan welke wezens ook! Ton Dekker, voorzitter van Bont voor Dieren, wees er in dit verband onlangs op dat mensen die zich voor dierenbescherming hebben ingezet, dat deden vanuit een algemeen gevoel van mededogen en rechtvaardigheid jegens levende wezens. Hij zegt daarom onder meer: “Het is goed als dieren- en mensenbeschermers zich van hun gemeenschappelijke humane drijfveren bewust zijn”3.

Sarasvati revisited
Hoewel Dr. Rawat dit beschouwde als niet meer dan een woordenspel, lijkt me deze houding toch pas echt rationeel. Sarasvati laat ons onderscheiden zien, maar ook overeenkomsten. Als je je laat leiden door onderscheiden die er moreel gezien niet toe doen, kun je dan ook niet door haar geïnspireerd zijn. Dit brengt me alleen wel weer terug naar mijn visetende katten. Het gaat daarbij hoe dan ook om een uitzonderlijke situatie. Katten zijn namelijk vleeseters en zij komen voort uit de amorele (niet te verwarren met immorele) natuurlijke orde, dat wil zeggen een orde die niet gebaseerd is of kan zijn op hoogstaande morele principes. Het geven van vis aan katten is in die zin niet erger dan een situatie waarin katten zelf voor hun voedsel jagen. Het is aan de andere kant bepaald geen ideale situatie en daarom ben ik zelf een groot voorstander van het zo vegetarisch of zelfs veganistisch mogelijk maken van kattenvoer. Is er dan toch nog een morele keuze mogelijk tussen dieren die opgeofferd worden aan huisdieren? Volgens Esteban Rivas niet, voor hem is elke keuze in deze zin moreel gezien willekeurig. Elk dier is immers evenveel waard en het ene dier verdient geen voorkeursbehandeling boven een ander dier vanwege zijn soort. Hoewel ik het ermee eens ben dat elk dier in principe evenveel waard is, kun je toch proberen om het dierenleed ook in zo’n situatie te beperken, aangezien er hoe dan ook een dier aan moet geloven helaas (ook al zou dit de kat zelf zijn). Het vermogen tot lijden kan dan volgens mij toch één van de criteria vormen op basis waarvan men in zulke (moreel onbevredigende) situaties zou kunnen kiezen. Maar dit geldt alleen voor zulke dilemma’s. In de meeste gevallen is het sterven van het ene dier niet direct gelieerd aan de dood van een ander dier of mens, maar (hoogstens) slechts indirect. Het is een grove miskenning van de waarde van elk individueel dier om dan te doen alsof elke situatie in feite een afspiegeling vormt van een dilemma waarin een en ander wél direct (en onvermijdelijk) aan elkaar verbonden is. Vaak kan men zowel mens als dier redden, beschermen en helpen, en dan is het zeer kwalijk om alleen voor de mens te kiezen.


  1. Zie: Peter Singer (1990), Animal Liberation, Londen: Jonathan Cape.
  2. Esteban Rivas (1997), ‘Psychological complexity and animal ethics: Choosing between hierarchy and equality’, in Marcel Dol e.a. (Eds.), Animal consciousness and animal ethics, Assen: Van Gorcum.
  3. Ton Dekker in zijn column “Van de voorzitter” in Bont voor Dieren-blad, 11e jaargang, nummer 2, juni 1999, pagina 3
Gebruikte steekwoorden
vegetarisme, veganisme, mensenrechten, utilisme, dierenrechten, speciësisme, deontologie, speciesism
printversie
auteur mailen
sluiten