Titel
De loochening van bewustzijn bij diere
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Bewustzijn bij dieren moet primair benaderd worden vanuit het gedrag, in plaats van de aanwezigheid van bepaalde hersenstructuren.
Tekst

De loochening van bewustzijn bij dieren

door Titus Rivas

Bob Bermond heeft een schokkend stuk geschreven waarin hij beweert dat er buiten de mensenwereld, de mensapen en misschien nog dolfijnachtigen absoluut geen subjectieve ervaringen en daarmee ook geen lijden in het dierenrijk zouden voorkomen. Deze visie doet denken aan die van niemand minder dan Renť Descartes en Bermond baseert haar op een uitsluitend neuroanatomische benadering van de toepassing van het zogeheten analogie postulaat bij de bestudering van niet-menselijk bewustzijn. Subjectieve gevoelens, emotioneel gedrag en de fysiologische reacties die bij emoties optreden, kunnen allemaal los van elkaar voorkomen bij menselijke proefpersonen. Daarom is Bob Bermond alleen geÔnteresseerd in de relatie tussen specifieke gebieden in de hersenen en subjectieve emotionele ervaringen. De relevante literatuur op dit gebied zou namelijk uitwijzen dat menselijke emotionele gevoelens alleen kunnen optreden als een persoon over een goed functionerende rechter neocortex en een prefrontale neocortex beschikt. Andere subcorticale neuronale structuren kunnen volstaan voor productie van emotioneel gedrag en fysiologische reacties, maar nooit voor menselijke emotionele gevoelens in de zin van bewuste, d.w.z. subjectieve ervaringen.

Als Bob Bermond gelijk had, zou dat uiterst belangwekkende consequenties hebben voor de manier waarop we tegen dieren aankijken en natuurlijk ook voor onze behandeling van dieren.
De meeste dieren zouden toch nog, zoals Descartes al dacht, onbewuste automaten blijken te zijn en we zouden geen ethische reden meer hebben om af te zien van diergebruik voor voedsel, kleding, vivisectie of zelfs zulke 'geneugten' als stierenvechten. Alleen chimpansees, orang-oetans, gorilla's en misschien dolfijnachtigen zouden nog onze ethische zorg en mededogen verdienen.
Ik wil eerst eens opmerken dat het vreemd is dat Bob Bermond een uitzondering maakt voor precies die soorten die gewoonlijk beschouwd worden als zelfbewust in plaats van slechts bewust. Verder vind ik het ook nog verwarrend dat hij wel vermeldt dat er nog andere zoogdiersoorten zijn met vergelijkbare (hoewel minder ontwikkelde) neuronale structuren, maar toch zomaar het bestaan van bewustzijn bij die soorten lijkt te verwerpen.
Ik wil me echter niet teveel bezighouden met dergelijke details en vind het belangrijker om een fundamentelere aanval op zijn hele manier van redeneren te lanceren. De belangrijkste argumenten van Bermond lijken duidelijk gebaseerd te zijn op een achterhaald concept van neuronale lokalisatie van mentale functies. Los van belangrijke gegevens die erop wijzen dat er voor sommige vormen van mentaal functioneren zelfs helemaal geen locatie in de hersenen bestaat die er mee correleert (Wade, 1996), zijn er altijd neurologische anomalieŽn geweest die de mythe doorbreken dat er een strikte parallellistische psychofysiologische relatie zou bestaan tussen hersenen en geest (Rivas, 1993).
Men erkent inmiddels algemeen dat de neuronale correlaten van mentaal functioneren verplaatst kunnen worden naar andere punten binnen de hersenen na hersenbeschadiging. Voorts zijn er ook extreme gevallen geweest zoals bestudeerd door John Lorber (Lewin, 1980) die doen veronderstellen dat de neurologie nog erg ver verwijderd is van een totaal begrip van interacties tussen hersenen en geest (Zie ook: Ebels, 1980). Daarom is redeneren aan de hand van neuroanatomische analogieŽn in plaats van analogieŽn in gedrag op zijn zachtst gezegd erg dubieus.
Ik erken volledig dat emotioneel gedrag gescheiden kan worden van emotionele gevoelens, maar dat betekent niet dat dit ook de gebruikelijke, natuurlijke gang van zaken is. Het dwingt ons helemaal niet om ons te concentreren op het zenuwstelsel in plaats van op het gedrag van dieren.
Overigens zijn alle conclusies van Bob Bermond over de relatie tussen het brein en bewustzijn uiteindelijk steeds afgeleid van onderzoeken die ook gedrag omvatten, namelijk studies van verbale zelfrapportage van proefpersonen, en dergelijke.
Is Bermond soms vergeten dat verbale verslagen van bewuste ervaringen in strikte zin al evenmin een garantie bieden voor de aanwezigheid van dergelijke ervaringen? Bewustzijn zal immers altijd een privť-verschijnsel blijven dat door zijn aard (bij anderen dan de persoon zelf) alleen indirect bestudeerd kan worden.
In plaats van een eenzijdige concentratie op specifieke structuren binnen de hersenen is het beter om eenvoudigweg te erkennen dat veel diersoorten een centraal zenuwstelsel gemeen hebben en dat dit feit op zich al doet vermoeden dat al die diersoorten wel eens subjectieve wezens zouden kunnen zijn. Of dat echt zo is en in welke mate dan, moeten we voornamelijk proberen vast te stellen aan de hand van gedragsstudies, en niet van neuroanatomische onderzoeken.

Tot slot wil ik nog opmerken dat indien een dier geen hogere vormen van cognitie vertoont, dit op zichzelf nog niet aantoont dat zijn emotionele gevoelens slechts epifenomenen zouden kunnen zijn, zoals Bermond stelt. Wat overkomt als simpele mechanistische conditionering kan vaak neerkomen op effecten van bewuste emoties, zoals Konrad Lorenz al dacht. Ook relatief gezien minder intelligente dieren kunnen iets doen omdat ze het prettig vinden.

In ťťn opzicht geloof ik toch dat Bob Bermond iets belangrijks heeft bijgedragen tot ons begrip van onderzoeksstrategieŽn op het gebied van dierlijk bewustzijn. Om het soort vervreemdende, onwezenlijke conclusies dat hij op basis van zijn strategie trekt te vermijden, moeten we haar hoe dan ook verwerpen.

Referenties
- Bermond, B. (1997). The myth of animal suffering, in Marcel Dol, et al. (1997) Animal Consciousness and Animal Ethics. Assen: Van Gorcum.
- Ebels, E.J. (1980). Maturation of the central nervous system, in: Michael Rutter (Ed.) Scientific foundations of developmental psychiatry. London: William Heineman Medical Books Limited.
- Lewin, R. Is your brain really necessary? Science, 210, 1232-1234.
- Rivas, E. & Rivas, T. (1992). Zijn mensen de enige dieren met bewustzijn? Prana, 72, 83-88.
- Rivas, T. (1993). De mysterieuze relatie tussen hersenen en geest. Prana, 78, 69-74.
- Wade, J. (1996). Changes of mind: A holonomic theory of the evolution of consciousness. Albany: State University of New York Press.

Dit artikel verscheen eerder in een Engelse versie op de site Kritisch van Titus Rivas.

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
dieren, subjectieve ervaringen, bewustzijn, dierpsychologie, pijn, ethologie, bob bermond, analogie postulaat
printversie
auteur mailen
sluiten