Titel
Parapsychologische aanwijzingen voor daadwerkelijke uittredingen
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Er bestaat overtuigend parapsychologisch bewijsmateriaal voor paranormale verschijnselen tijdens buitenlichamelijke ervaringen (BLE's).
Tekst

Parapsychologische aanwijzingen voor daadwerkelijke uittredingen

door drs. Titus Rivas en Anny Dirven(1)

Samenvatting
Er bestaat overtuigend parapsychologisch bewijsmateriaal voor paranormale verschijnselen tijdens buitenlichamelijke ervaringen (BLE's). Casussen waarin de BLE tijdens een hartstilstand optreedt, geven aan dat dergelijke ervaringen in sommige gevallen neerkomen op een letterlijke uittreding uit het fysieke lichaam....

Buitenlichamelijke ervaringen (BLE's) bestaan, dat is zeker. Mensen kunnen hoe dan ook de ervaring hebben dat ze zich mentaal, met hun bewustzijn buiten hun eigen lichaam bevinden. Maar mensen beleven natuurlijk van alles en ervaringen zijn lang niet altijd zo zinvol als de ervaarder zelf denkt. Sommige dromen zijn bedrog en de meeste psychiatrische patiënten die denken dat ze Jezus Christus zijn hebben echt ongelijk (Gerritsma & Rivas, 2007).

Verbeelding en werkelijkheid
De parapsychologie en de studie van 'exceptional experiences' overlappen elkaar voor een deel, zoals alleen al blijkt uit de huidige naam van het voormalige Tijdschrift voor Parapsychologie. Het zo zorgvuldig mogelijk in kaart brengen van de fenomenologie van buitengewone ervaringen vormt daarbij een gezamenlijke doelstelling. Daarnaast is specifiek de parapsychologie – zeker in de ruime, oorspronkelijke betekenis van psychical research – ook nog geïnteresseerd in de herkomst van buitengewone ervaringen. Hebben we uitsluitend te maken met hallucinaties of dromen die in de kern voortkomen uit de eigen psyche? Of is er meer aan de hand en zo ja, wat dan wel? Voorvechters van respect voor de persoonlijke subjectieve beleving kunnen dergelijke vragen als aanmatigend of zelfs bedreigend beschouwen. Zoiets is alleen aan de orde als men het respecteren van ervaringen koppelt aan de aantoonbaarheid van iemands eigen interpretatie. Respect voor buitengewone ervaringen dient volgens ons onvoorwaardelijk te zijn, ook als men intellectueel niet kan instemmen met de overtuigingen van de persoon in kwestie. Wij gaan uit van een gelijkwaardigheid van onderzoekers en respondenten die impliceert dat beide partijen altijd hun eigen conclusies mogen trekken.
In het geval van buitenlichamelijke ervaringen kunnen we ons bij voorbaat voorstellen dat een deel van deze ervaringen een zuiver psychologische oorsprong kent. Zowel in onze waakfantasieën als in ons droomleven komen overschrijdingen van alledaagse grenzen veelvuldig voor. De meeste mensen beleven zichzelf in het leven van alledag onwillekeurig als subjectieve wezens met een fysiek lichaam en het ligt voor de hand dat ze beeldend kunnen fantaseren over het tijdelijk verlaten van dat lichaam. Alleen op grond van de levendigheid of overtuigingskracht van een ervaring kunnen we daarom nog niet vaststellen hoe men deze het beste kan interpreteren. We hebben ook nog andere soorten aanwijzingen nodig.

Buitenzintuiglijke waarneming tijdens BLE's
In zekere zin is elke buitenzintuiglijke waarneming een 'buitenlichamelijke' waarneming. Men maakt bij ESP geen gebruik van de lichamelijke zintuigen maar treedt geestelijk rechtstreeks, buiten het eigen lichaam om, in wisselwerking met anderen of de fysieke werkelijkheid. Bij remote viewing of travelling clairvoyance kan de buitenzintuiglijke waarneming ook in een ander opzicht buitenlichamelijk zijn. De proefpersoon kan het gevoel krijgen een bepaalde situatie van bovenaf helderziend gade te slaan en zich in perceptuele zin zelf ook boven het geobserveerde tafereel te bevinden. Men 'reist' geestelijk als het ware naar de target-locatie toe, ook al communiceert men hierover tijdens de ervaring zelf normaliter via de fysieke stembanden.
Toch is dit niet wat men doorgaans onder een 'echte' uittreding verstaat. Om daarvan te mogen spreken hoort niet alleen het perspectief buitenlichamelijk te zijn. Iemands gehele bewustzijn dient het lichaam te hebben verlaten. Wellicht kunnen we dit enigszins vergelijken met het verschil tussen de virtuele 'aanwezigheid' bij oorlogvoering op afstand en de tastbare aanwezigheid van manschappen ter plekke.
Buitenzintuiglijke waarnemingen kunnen in tal van bewustzijnstoestanden optreden, dus het is te verwachten dat ze ook voorkomen tijdens buitenlichamelijke ervaringen. Er bestaat inderdaad empirisch bewijsmateriaal dat hierop duidt. Het bekendste succesvolle experiment op dit gebied werd uitgevoerd door Charles Tart. Hij onderzocht een begaafde proefpersoon, Miss Z., gedurende vier nachten in zijn slaaplaboratorium. Zodra Miss Z. aanstalten maakte om te gaan slapen, stelde Tart op basis van toeval een willekeurig getal van vijf cijfers vast. Hij schreef dit getal op een stukje papier, deed hier een ondoorzichtig mapje omheen en bracht dit de ruimte binnen waar Miss Z. lag te slapen. Zonder dat ze het getal kon zien, haalde hij het stukje papier uit de map en legde het op een hoge plank. Dit gebeurde op zo'n manier dat iemand het getal alleen vanaf een hoogte van minimaal twee meter duidelijk zou kunnen zien. Tijdens de nachten in het laboratorium beleefde de proefpersoon onder meer twee volledige BLE's. Pas in de vierde nacht vertelde Miss Z. dat ze het getal 25132 had waargenomen, hetgeen inderdaad overeenkwam met het papiertje op de plank. De kans dat ze dit getal slechts had geraden bedraagt 1 op 100.000. Tart benadrukt dat normale verklaringen voldoende uitgesloten zijn en stelt daarom dat een vorm van buitenzintuiglijke waarneming de aannemelijkste bron van dit resultaat vormt. Helaas is Miss Z. na afloop van het experiment verhuisd en Tart is er niet in geslaagd haar te traceren voor vervolgexperimenten (Tart, 1968).
Karlis Osis (1972) voerde vergelijkbaar onderzoek uit met Ingo Swann. De resultaten waren significant, maar minder spectaculair dan van het experiment met miss Z.
Overigens hadden er al aan het begin van de 20e eeuw informele proeven plaatsgevonden met de Poolse paragnost Stefan Ossowiecki. Stanislaw Byszewski schreef een verslag van een van deze proeven, uit 1921. We citeren A World in a Grain of Sand (Barrington et al., 2005): “Bij één van de openbare bijeenkomsten [met Ossowiecki], brachten we wat tijd met hem door, en mijn vrouw had de gelegenheid om even nader in te gaan op helderziendheid, een onderwerp waar zij belangstelling voor had. Nadat we weer naar huis waren gegaan, werd ik ’s nachts plotseling wakker van het geschreeuw van mijn vrouw, die me vertelde dat ze net tevoren wakker was geworden omdat ze iemands aanwezigheid in de kamer voelde. Zij beweerde dat ze dhr. Ossowiecki zag.
We zouden geen aandacht besteed hebben aan deze droomhallucinatie als dhr. Ossowiecki ons de volgende dag niet had ontmoet in Hotel Europejski, waarbij hij zei: ‘Ik heb jullie gisteren een bezoekje gebracht.’ Hij beschreef vervolgens in detail onze hele flat, de slaapkamer, het meubilair, de lamp en andere kleinere zaken, en ik moet benadrukken dat hij ons nog nooit eerder had bezocht. ik bevestig de authenticiteit van deze onverklaarbare gebeurtenis met mijn handtekening.”
Er bestaan talloze onverifieerbare 'anekdotische' verhalen over paranormale BLE's. Gelukkig blijft het niet altijd bij zulke anekdotes. Er zijn goed gedocumenteerde casussen waarin derden de juistheid van waarnemingen bevestigen, net als bij bovengenoemde proef met Ossowiecki. Samen met experimenten vormen dergelijke spontane casussen de kern van het parapsychologische onderzoek naar buitenlichamelijke ervaringen.
Een voorbeeld van een bewijskrachtig spontaan geval dat wij zelf hebben onderzocht, betreft de Nederlandse auteur Sylvia Lucia. Zij beleefde een uittreding waarbij zij uiteindelijk belandde in de huidige woonplaats van een oude schoolvriendin die ze al jaren niet had gezien. Daarbij nam ze met name de woning en de directe omgeving van haar vriendin gedetailleerd waar, alsmede het uiterlijk van haar zoon. Ons onderzoek wees uit dat de waarnemingen van Sylvia Lucia in diverse opzichten specifiek overeenkwamen met de werkelijkheid. Dit werd tegenover ons bevestigd door de schoolvriendin zelf en haar zoon, die verzekerden dat de details te specifiek waren om op louter toeval te kunnen berusten (Rivas & Dirven, 2010).
Paranormale verschijnselen tijdens BLE's beperken zich overigens niet tot helderziendheid. Er komen bijvoorbeeld ook casussen voor waarin sprake is van telepathisch contact, verschijningen met paranormale informatie, en zelfs psychokinetische beïnvloeding van objecten.

Buitenlichamelijke ervaringen tijdens een hartstilstand
Een bijzonder type BLE's doet zich alleen voor tijdens bijna-doodervaringen. We doelen op uittredingen die gemeld worden door patiënten die rond het moment van de ervaring klinisch dood waren. Het staat volgens ons vast dat ook dergelijke BLE's gepaard kunnen gaan met correcte buitenzintuiglijke waarnemingen. Een mooi voorbeeld van een casus van dit type betreft de Amerikaanse chauffeur Al Sullivan (Cook et al, 1998; Rivas & Dirven, 2010). Hij had op 56-jarige leeftijd een spoedoperatie ondergaan in het Hartford Ziekenhuis te Connecticut. Tijdens de operatie voelde Sullivan hoe hij zijn lichaam verliet. Daarbij zag hij dat lichaam op een tafel liggen, bedekt met lichtblauwe lakens. Hij nam waar hoe hij opengesneden werd om zijn borstkas bloot te leggen en hij kon zijn hart zien. Bovendien zag hij de hartchirurg die hem voor de operatie had uitgelegd wat hij zou gaan doen, dr. Hiroyoshi Takata. Het leek wel alsof deze chirurg met zijn armen ‘klapperde’ en probeerde te vliegen. (De andere aspecten van zijn klassieke bijna-doodervaring laten we hier verder buiten beschouwing.) Naderhand deelde Sullivan zijn ervaringen tijdens de operatie met zijn cardioloog, dr. Anthony LaSala. Toen de patiënt beschreef hoe dr. Takata 'klapperde' met zijn armen, vroeg LaSala zich af wie Sullivan hierover verteld kon hebben, aangezien het om een persoonlijke gewoonte van dr. Takata ging. Om voorafgaand aan een operatie niets meer aan te hoeven raken met zijn handen, legde Takata zijn handpalmen plat tegen zijn borst aan en gaf hij zijn assistenten instructies door dingen aan te wijzen met zijn ellebogen. Op leken kon dit overkomen als een soort geklapper met de armen. Onderzoeker Bruce Greyson interviewde zowel dr. LaSala als dr. Takata in de herfst van 1997. Daarbij bevestigde Takata dat hij de waargenomen gewoonte inderdaad bezat. Greyson stelde samen met Emily Williams Cook en Ian Stevenson vast dat Sullivan hoogstwaarschijnlijk buiten bewustzijn en onder volledige verdoving had verkeerd tijdens de BLE. Dit maakt een normale verklaring voor zijn ervaringen bijzonder vergezocht.
In 2009 deelde de Japanse geleerde dr. Masayuki Ohkado ons mede dat Takata in een Japans boek onder meer het volgende had verklaart: “Ik heb andere artsen vaak horen vertellen over een casus waarin de verdoving uitgewerkt raakt tijdens de operatie zodat de patiënt kan horen wat de artsen tegen elkaar zeggen en ik heb zelf ook zulke patiënten gehad. Maar ik ben nog nooit een geval tegengekomen waarin de patiënt dergelijke details van de operatie beschrijft alsof hij of zij gezien heeft wat er gebeurde. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe je deze casus kunt verklaren. Maar omdat dit echt gebeurd is, moet ik het als een feit aanvaarden.”

Anomaal bewustzijn
De aanwezigheid van helderziende waarnemingen en andere paranormale verschijnselen tijdens BLE's geeft aan dat deze in bepaalde gevallen een probleem vormen voor een materialistisch mensbeeld. Bij dergelijke BLE's overschrijdt men geestelijk de grenzen van het eigen lichaam. Dit impliceert echter nog niet dat de interpretatie van een buitenlichamelijke ervaring met buitenzintuiglijke waarneming als een 'echte uittreding' automatisch correct is. Misschien gaat het toch alleen om een bijzondere vorm van remote viewing zonder dat men werkelijk het lichaam verlaat. Er kunnen wat dit betreft zelfs ontologisch verschillende soorten BLE's bestaan. Bij bijna-doodervaringen tijdens een klinische dood komt er echter een bijzonder aspect bij. Het type corticale hersenactiviteit dat volgens materialisten verantwoordelijk zou zijn voor menselijk bewustzijn ontbreekt bij een hartstilstand reeds na 4 tot 20 seconden, wat met name blijkt uit een 'vlak EEG'. Uiteraard proberen parapsychologen met een 'naturalistisch' wereldbeeld alle BLE's met veridieke waarnemingen te herleiden tot BLE's die plaatsvinden tijdens een toestand waarin er alsnog 'voldoende' hersenactiviteit zou zijn. Zij stellen dat zelfs de hypothesen van precognitie en retrocognitie van gebeurtenissen tijdens de hartstilstand, met adequate neurologische ondersteuning, nog aannemelijker zijn dan de hypothese van 'real time' helderziende waarneming tijdens de hartstilstand zelf. Hierin lijken zij op skeptici zoals Gerald Woerlee die aan de meest onwaarschijnlijke normale verklaringen de voorkeur geven boven de erkenning dat er werkelijk sterke aanwijzingen voor psi gevonden zijn (Woerlee, 2003). Aangezien het materialisme filosofisch beschouwd geen partij is voor het lichaam-geest dualisme (Rivas, 2012) hebben we hier o.i. te maken met intellectueel conformisme zonder rationeel fundament.
Eerder hebben wij reeds uitvoerig stilgestaan bij de discussie rond twee bekende casussen op dit gebied, de 'Man met het Gebit' en Pam Reynolds (Rivas & Dirven, 2010; Smit, 2003; Smit & Rivas, 2010; Van Lommel, 2007). Daarom hier een paar andere voorbeelden van bevestigde gevallen:
– Op de mailing-list van de Society of Scientific Exploration stuitten we eind 2010 op een bericht van dr. Dominique Surel uit Denver. Haar ex-partner was medio jaren 70 klinisch dood geweest. Hij wist nadat hij weer bijgekomen was te beschrijven hoe de artsen hem probeerden te reanimeren, maar ook wat er in de ruimte ernaast gebeurd was en wat men daarbij zoal gezegd had. We verzochten dr. Surel per mail om meer details. Zij antwoordde ons dat zowel de artsen als de verpleegkundigen verifieerden wat haar ex-partner tijdens de klinische dood in beide ruimten had gezien en gehoord. Ze herinnert zich nog hoe een verpleegkundige in haar bijzijn praatte over de BDE. Hieruit bleek dat haar ex werkelijk bepaalde situaties had gadegeslagen en getuige was geweest van gesprekken die zich in de aangrenzende ruimte hadden voorgedaan. Het is volgens dr. Surel uitgesloten dat de patiënt dit alles op een normale manier had kunnen waarnemen.
– Dr. Melvin Morse vertelde onlangs tijdens een uitgebreid online interview met Alex Tsakiris hoe hij in de plaats Pocatello (Idaho) geconfronteerd werd met een meisje dat bijna verdronken was in een zwembad. Ze was minstens 17 minuten onder water geweest. De reanimatie in het ziekenhuis verliep moeizaam en volgens Morse was ze in feite al 'dood'. Hij vertelde haar familie dat ze maar beter afscheid van haar konden nemen. Het meisje werd uiteindelijk overgebracht naar Salt Lake City en tegen elke verwachting in bleek ze toch weer bij te komen en zelfs volledig te herstellen. Enige tijd later kwam Morse het meisje toevallig tegen toen het ze voor controle naar het ziekenhuis was gekomen. Het meisje herkende hem daarbij als “de man die een buisje in een mijn neus deed”. Toen hij vroeg waar ze het over had, voegde ze eraan toe dat Morse haar naar een andere ruimte had gebracht die er uitzag als een doughnut. Ook wist ze nog dat hij iemand had opgebeld om te vragen wat hij verder nog moest doen. Ze beschreef dat verpleegkundigen gepraat hadden over het overlijden van een kat. Aangezien deze details correct waren, vormde de ontmoeting een belangrijke omslag voor Morse. [Online toevoeging: Deze casus betreft een meisje dat Kristle Merzlock heet, maar ook bekend staat onder de pseudoniem 'Katie'.]
– Naar aanleiding van een interview in de Gelderlander ontvingen we onder andere een reactie van een medewerker op de ICU van een ziekenhuis die anoniem wilde blijven. Hij schreef ons over een bijna-doodervaring waar hij zelf bij betrokken was geweest:
“Direct na een geslaagde reanimatie kon de patiënt, een fotograaf met een verse dwarslaesie en hartritmestoornis, een gedetailleerd verslag geven van de handelingen die men in de minuten ervoor had verricht en hij wist daarbij precies aan te geven wie welke handeling had uitgevoerd. Dit zag hij vanuit een hoek boven in de kamer. Aangezien hij volstrekt buiten kennis was, heeft hij het hele team, een anesthesist en drie of vier verpleegkundigen, erg doen verbazen. Er is daarna nog veel over gesproken, schaamteloos, niet als een taboe, maar als een opmerkelijk verhaal.
De waarnemingen destijds waren haarscherp. Vanuit een hoek bovenin de kamer zag hij ieder duidelijk met activiteiten bezig. Bijvoorbeeld iemand met een zwarte ballon bij zijn hoofd. Dit was de beademingsballon. Iemand die op zijn borst drukte. En verder veel gedoe om zijn bed, veel mensen. Hij noemde de personen ook bij naam en noemde de plaats waar ze stonden in de kamer. Aangezien iemand met ventrikelfibrilleren geen bloedcirculatie heeft in zijn hersenen en daardoor buiten kennis raakt, acht ik het niet waarschijnlijk dat hij zintuiglijk nog kon waarnemen.”
Voor nog meer voorbeelden verwijzen we graag naar Holden (2009), Sartori (2008), Sabom (1982, 1998), Rivas et al. (2010), Moody & Perry (1988) en Rawlings (1991).
De zogeheten 'AWARE Study' onder leiding van dr. Sam Parnia, Peter Fenwick en anderen probeert wereldwijd door middel van vernuftige tests [online versie, in het gepubliceerde artikel staat: 'vernuftige tests met random beelden op computerschermen', maar helaas bleek deze inderdaad door de onderzoekers beoogde methode vooralsnog te duur te zijn] experimenteel bewijsmateriaal te leveren voor dit type BLE's, vergelijkbaar met de veridieke waarneming van Tarts proefpersoon Miss Z. Hier is uiteraard niets op tegen, zolang het niet gepaard gaat met een onderschatting van de wetenschappelijke waarde van resultaten van casuïstisch onderzoek.
Hoe dan ook is er nu reeds serieus bewijsmateriaal verzameld dat wijst op de realiteit van echte 'uittredingen' in die zin dat de bewuste geest of ziel gedurende de ervaring onafhankelijk van het brein opereert. De anomalie beperkt zich hierbij niet tot de buitenzintuiglijke waarneming of andere paranormale verschijnselen, maar omvat in feite elke bewuste psychische activiteit tijdens de BLE (Nahm, 2012).

Eindnoot
(1). Met dank aan Rudolf Smit, Inge Manussen, Masayuki Ohkado en Corrie Rivas-Wols.

Literatuur
- Barrington, M.R., Stevenson, & Weaver, Z. (2005). A World in a Grain of Sand. Jefferson/Londen: Mc Farland & Co.
- Cook, E.W., Greyson, B., & Stevenson, I. (1998). Do any Near-Death Experiences provide evidence for the survival of human personality after death?Journal of Scientific Exploration, 12, 3, 377-406.
- Gerritsma, T., & Rivas, T. (2007). Gek genoeg gewoon. Deventer: Ankh-Hermes.
- Holden, J.M., Greyson, B., & James, J. (Eds.) (2009). The handbook of near-death experiences. Santa Barbara, CA: Praeger.
- Lommel, P. van (2007). Eindeloos bewustzijn. Kampen: Uitgeverij Ten Have.
- Moody, M., & Perry, P. (1988). The Light Beyond. New York, NY: Bantam Books.
- Nahm, M. (2012). Wenn die Dunkelheit ein Einde findet. Crotona Verlag.
- Osis, K. (1972). New ASPR Search on Out-of-the Body Experiences, ASPR Newsletter, 14, 2.
- Rawlings, M.S. (1991). Beyond Death's Door. Bantam Books.
- Rivas, T. (2012). Geesten met of zonder lichaam. Lulu.com.
- Rivas, T., & Dirven, A. (2010). Van en naar het Licht. Leeuwarden: Elikser.
- Rivas, T., Dirven, A., & Manussen, I. (2010). Drie minder bekende casussen van bewustzijn tijdens een vlak EEG met bevestiging. Terugkeer, 21, 4, 28-29.
- Sabom, M. (1982). Recollections of Death. New York: Harper & Row.
- Sabom, M.B. (1998). Light and Death. Grand Rapids: Zondervan Publishing House, 1998.
- Sartori, P. (2008). The Near-Death Experiences of Hospitalized Intensive Care Patients. Lewiston/Queenston/Lampeter: The Edwin Mellen Press.
- Smit, R.H. (2003). De unieke BDE van Pamela Reynolds (Uit de BBC-documentaire "The Day I Died"). Terugkeer, 14(2), 6-10.
- Smit, R.H. (2008). Corroboration of the Dentures Anecdote Involving Veridical Perception in a Near-Death Experience. Journal of Near-Death Studies, 27, 47-61.
- Smit, R.H., & Rivas, T. (2010). Rejoinder to “Response to 'Corroboration of the Dentures Anecdote Involving Veridical Perception in a Near-Death Experience.'” Journal of Near-Death Studies, 28(4), 193-205.
- Sylvia Lucia. (2008). Verlangen naar mijn tweelingziel. Leeuwarden: Elikser.
- Tart, C. (1968). A psychophysiological study of out-of-the-body experiences in a selected subject. Journal of the American Society for Psychical Research, 62, 3-27.
- The AWARE Study: http://www.horizonresearch.org/main_page.php?cat_id=38.
- Woerlee, G.R. (2003). Mortal Minds. Uitgeverij De Tijdstroom.

Correspondentie: titusrivas@hotmail.com

English Abstract
There is convincing parapsychological evidence for paranormal aspects of Out-of-the-Body Experiences (OBEs). Cases in which the experience occurs during a cardiac arrest, suggest that OBEs may sometimes amount to real extra-corporeal phenomena.

Dit artikel werd gepubliceerd in het Tijdschrift voor Parapsychologie & Bewustzijnsonderzoek, nr. 2, 2012, blz. 12-16.

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
paranormaal, parapsychologie, uittredingen, buitenlichamelijk, buitenlichamelijke ervaring, bewijsmateriaal, ble's, out-of-the-body experience
printversie
auteur mailen
sluiten