Titel
Volwassene op zoek naar vorig leven
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Als we nu gewoon eens aannemen dat er een of andere vorm van reïncarnatie of wedergeboorte bestaat, hoe kunnen we dan aan informatie over onze vorige levens komen?
Tekst

Volwassene op zoek naar vorig leven

door Titus Rivas

Geleerden debatteren al duizenden jaren over de vraag of er zoiets als reïncarnatie bestaat. Degenen die die notie verwerpen, stellen uiteraard dat schijnbare herinneringen aan vorige levens in werkelijkheid op illusie berusten. Maar ook onder aanhangers van vorige levens komen grote levensbeschouwelijke verschillen voor. Zo gaan boeddhisten doorgaans alleen uit van wedergeboorte van ‘karmische’ mentale kenmerken en niet van een intrinsieke psychische eenheid.
Zelf hoor ik bij een kamp dat reïncarnatie juist wel opvat als terugkeer van een persoonlijke ziel in een nieuw biologisch lichaam. Ik heb in Koorddanser al eerder stilgestaan bij verschillende opvattingen over het bestaan van een onstoffelijk ‘zelf’ en zijn mogelijke bestemming na de dood. Dat zal ik misschien nog wel een keer doen, maar niet in dit stuk.
Bij deze gelegenheid hou ik me bezig met een ander vraagstuk. Als we nu gewoon eens aannemen dat er een of andere vorm van reïncarnatie of wedergeboorte bestaat, hoe kunnen we dan aan informatie over onze vorige levens komen? Ook voor mensen die niet geloven dat ze letterlijk voorafgaand aan hun huidige bestaan zelf al eens op aarde hebben rondgelopen, kan die vraag relevant zijn. Want hoe ze ‘vorige levens’ verder ook precies opvatten, die levens moeten in ieder geval wel iets met hun huidige bestaan te maken hebben. Anders heeft het immers totaal geen zin om nog van wedergeboorte te spreken.

Spontane herinneringen
De beste wetenschappelijke aanwijzingen voor vroegere incarnaties zijn ongetwijfeld te vinden bij jonge kinderen die spontaan over een vorig leven beginnen. Deze peuters en kleuters zijn vaak erg emotioneel betrokken bij hun herinneringen. In de sterkste casussen gaat het om specifieke uitspraken die uiteindelijk overeen blijken te komen met het leven van een overledene, terwijl deze van tevoren nog niet bekend was bij de familie van het kind. Het grote voordeel van spontane gevallen bij jonge kinderen is dat ze vermoedelijk authentiek zijn. Andere verklaringen zoals kinderlijke fantasie zijn meestal bijzonder vergezocht.
Overigens zakken spontane herinneringen in veel gevallen weer weg vanaf het moment dat de kinderen naar school beginnen te gaan. Toch zijn er ook casussen waarin een kind de herinneringen nog jaren vast weet te houden. We moeten dan wel onderscheid maken tussen het behoud van de oorspronkelijke herinneringen zelf en het vasthouden van herinneringen aan de uitspraken die men destijds heeft gedaan. Wat dit betreft is er geen wezenlijk verschil met herinnering aan gebeurtenissen uit je (huidige) jeugd.
Sommige mensen krijgen pas op volwassen leeftijd voor het eerst beelden en gevoelens uit een vorig leven door. Bijvoorbeeld in de vorm van een repeteerdroom die extra realistisch aandoet en steeds weer hetzelfde grondpatroon vertoont. Maar ook door middel van déjà-vu ervaringen waarbij iemand een specifieke locatie of omgeving herkent zonder dat dit op normale voorkennis kan berusten.
Zelfs tijdens een meditatie of een vorm van therapie kun je – zonder daarop aan te sturen – beelden uit een vroegere incarnatie te zien krijgen. Net als bij dromen is er dan sprake van een veranderde bewustzijnstoestand die als het ware een ‘poort’ naar het verleden openzet.
Spontane herinneringen zijn ook bij volwassenen volgens mij de meest waardevolle bron van informatie over voorgaande incarnaties. Er is namelijk geen reden om ze bij voorbaat af te doen als het product van iemands verbeelding.

Opgewekte herinneringen
Dit laatste geldt helaas niet voor herinneringen waar men doelbewust naar gezocht heeft. Bijvoorbeeld door middel van hypnose of een andere regressietechniek. Zonder concrete, verifieerbare details is het heel moeilijk om een onderscheid te maken tussen fantasie en echte ervaringen van vroeger. Sterker nog, in veel gevallen ligt het zelfs voor de hand dat wat iemand als herinnering beleeft in werkelijkheid op onbewuste verbeelding berust. Er bestaan zelfs favoriete ‘narratieve thema’s’ op dit gebied. Bijvoorbeeld een leven aan het Franse of oud-Egyptische hof, ten tijde van Atlantis of als tijdgenoot van Jezus van Nazareth. Als je zo’n incarnatie opdiept, wordt het erg moeilijk om vast te stellen of zij wel authentiek is.
Het wordt anders als er details in de regressie voorkomen die correct zijn zonder dat ze berusten op normale voorkennis. Zulke casussen lijken relatief zeldzaam, maar ze bestaan wel degelijk. Mijn conclusie is dan ook dat het misschien moeilijk, maar wel degelijk mogelijk is om door middel van regressietechnieken informatie over een vorig leven naar boven te halen.
Overigens bevatten veel regressies te weinig verifieerbare informatie om te mogen concluderen dat het daadwerkelijk om vroegere incarnaties gaat. Maar dat betekent niet dat ze ‘dus’ ook automatisch op fantasie moeten berusten. Veel herinneringen uit ons huidige bestaan zijn immers ook niet heel specifiek of verifieerbaar. Het is dus legitiem om hierin op de eerste plaats je intuïtie te volgen.

Readings
Er is nog een derde bron van informatie over vorige levens, namelijk zogeheten readings van paragnosten of (via) mediums. Ook hierbij zie je dat veel uitspraken in principe op fantasie kunnen berusten. Er zijn echter wel gevallen bekend waarin de informatie zo specifiek was dat een verificatie mogelijk werd. Zonder dat het om beroemdheden gaat, blijken de uitspraken dan daadwerkelijk overeen te komen met een historisch persoon. Dit duidt er dus op dat je bij gebrek aan spontane herinneringen en succesvolle regressies ook nog je toevlucht zou kunnen nemen tot een reading. Alleen kan er wel een complicatie bijkomen die bij regressie heel zeldzaam lijkt, namelijk boerenbedrog. De paragnost of het medium kan voorafgaand aan een sessie gegevens hebben verzameld (bijvoorbeeld via internet) en die dan vervolgens presenteren als ‘paranormaal’. Het is dus belangrijk om kritisch te blijven.

—————————–

Klok uit Wereldoorlog II
De Canadees Bruce Whittier kreeg in 1991 een aangrijpende repeteerdroom over de Tweede Wereldoorlog waarin hij als Nederlandse Jood met zijn gezin ondergedoken was voor de nazi’s. Het hele gezin werd volgens de droom uiteindelijk vermoord in Auschwitz. Whittier zag echter ook rustgevende, huiselijke beelden van een klok. Hij vernam in de droom dat deze klok zich inmiddels in een specifieke antiekzaak in een Canadese plaats bevond. Hij besloot de winkel te bezoeken en trof er inderdaad net zo’n uurwerk aan. Whittier wilde uiteraard meer weten over de klok en de antiquair vertelde hem dat hij uit Nederland kwam en in de oorlog gestolen was van Joden. Ook al bleek het niet mogelijk de vorige eigenaar te achterhalen, de overeenkomst tussen droom en werkelijkheid lijkt in dit geval te groot om op louter toeval te berusten.

—————————–

Rechercheur was schilder
De sceptische Amerikaanse rechercheur Robert Snow werd uitgedaagd om een keer een hypnotische regressie te proberen. Hij geloofde zeker niet in reïncarnatie toen hij de uitdaging aannam. Tot Snows verbazing bleken de beelden die hij te zien kreeg veel realistischer dan hij had verwacht. Uiteindelijk kwam hij uit bij een incarnatie als relatief onbekende schilder. Hij wist allerlei details te noemen over het leven van deze man. Zoals dat hij een keer een schilderij had gemaakt van een vrouw met een bochel. Of dat hij voor geld veel portretten schilderde zonder dat hij daar echt plezier aan beleefde. Alles bij elkaar deed Snow onder hypnose maar liefst 28 specifieke uitspraken. Door een merkwaardig toeval kwam de rechercheur pas een hele tijd later oog in oog te staan met het schilderij van de vrouw met de bochel dat hij tijdens de regressie had gezien. Zo werd het opeens mogelijk om de naam van de schilder te achterhalen: J. Carrol Beckwith. Het kostte Snow buitengewoon veel moeite om zijn indrukken te verifiëren. Uiteindelijk lukt het hem 26 van zijn uitspraken direct in verband te brengen met het leven van Beckwith. Eén uitspraak bleek onverifieerbaar, terwijl slechts één van de herinneringen onjuist was. Hoeveel moeite het de sceptische Snow ook kostte, hij moest toegeven dat zijn eigen herinneringen een sterke aanwijzing voor reïncarnatie vormden.

—————————–

Valkuilen bij readings en regressies
Zoals bij elke zoektocht is het ook in dit geval zaak om het hoofd koel te houden. Hier een paar tips:

Ga er niet van uit dat je een grote beroemdheid geweest bent in een vroegere incarnatie.
De kans daarop is weliswaar aanwezig, maar niet bijster groot. Veruit de meeste mensen waren (en zijn) niet beroemd. Vroeger had men bijvoorbeeld nog geen internet of televisie zodat ook ‘a few minutes of fame’ een zeldzaam verschijnsel vormde!
De kans dat je een familielid of naaste bekende van een beroemdheid bent geweest, is eveneens erg klein.
Een wrede dood kwam vroeger vaker voor dan tegenwoordig, maar het is niet zo aannemelijk dat je elke keer op zo’n manier aan je eind bent gekomen.
Wees in het algemeen kritisch met betrekking tot onverifieerbare informatie.
Dit geldt des te meer bij uitspraken over ‘cliché’-settings zoals het oude Egypte, Atlantis en een of ander Europees hof.
Negeer uitspraken over een leven op een andere planeet (althans zolang dit volstrekt onverifieerbaar blijft).
Betaal geen hoge bedragen voor een reading of regressie, ook niet als men ’100% resultaat’ belooft.
Trek bij voorgenomen readings van tevoren even de reputatie van een medium of paragnost na. Verspil geen tijd of geld aan iemand die reeds op bedrog betrapt is.
Als uitspraken tijdens een reading ingaan tegen eventuele spontane indrukken, geef dan voorrang aan die oorspronkelijke indrukken. Die leggen altijd meer gewicht in de schaal.

De bekende reïncarnatieonderzoeker Ian Stevenson had weinig op met readings omdat de paragnosten die hij testte elkaar allemaal tegenspraken. De meeste hypnotische regressies berustten volgens Stevenson op fantasie. Er zijn echter gevallen bekend waarin uitspraken echt ‘paranormaal’ lijken te zijn. Mits goed voorbereid kan het dus de moeite waard zijn om een poging te wagen.
Verwacht er alleen niet te veel van.

Literatuur
– Cockell, J. (1996). Mijn kinderen uit een vorig leven. Baarn: De Kern.
– Gershom, Y. (1998). Onverklaarbaar verdriet: de verwerking van trauma’s uit een vorig leven. Zeist: Indigo.
– Rawat, K.S., & Rivas, T. (2006). Reincarnation: The Scientific Evidence is Building. Vancouver: Writers Publisher.
– Rivas, T. (2000). Parapsychologisch onderzoek naar reïncarnatie en leven na de dood. Deventer: Ankh-Hermes.
– Snow, R.L (1999). Looking for Carroll Beckwith: The True Story of a Detective’s Search for His Past Life. St. Martin’s Press.
– Stevenson, I. (2000).Children Who Remember Previous Lives: A Question of Reincarnation. Charlottesville: University Press of Virginia.
– Stevenson. I. (2003). European Cases of the Reincarnation Type. Jefferson/London: McFarland & Company

Dit artikel werd eerst gepubliceerd in een tijdschrift en in 2013 op txtxs.nl gezet.

Contact: titusrivas@hotmail.com
Gebruikte steekwoorden
ian stevenson, reïncarnatie, hypnose, case of the reincarnation type, regressie, reïncarnatieherinneringen, volwassene, reading
printversie
auteur mailen
sluiten