Titel
‘Toevallig’ teruggevonden voorwerpen
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Een minder bekend deelgebied van het parapsychologisch onderzoek naar coïncidenties en synchroniciteit is het terrein van de uitzonderlijk ‘toevallige’ gebeurtenissen waarbij verloren voorwerpen teruggevonden worden door de eigenaar.
Tekst

‘Toevallig’ teruggevonden voorwerpen

door Titus Rivas

Als niemand ooit iets kwijt zou raken, zou er ook nooit iemand toevallig andermans eigendom tegen kunnen komen. Dat zou jammer zijn voor archeologen en andere gelukkige vinders. Ikzelf zou bijvoorbeeld nooit een muntje uit 1898 gevonden hebben tijdens een boswandeling zo’n kleine negentig jaar later.
Veel verloren voorwerpen vormen geen groot gemis voor de eigenaar; ze waren anders toch wel binnenkort bij het vuilnis beland. Je hoeft echter geen materialist te zijn om te beseffen dat sommige objecten niet zomaar horen te eindigen als oude troep. Bijvoorbeeld vanwege hun historische, esthetische of intellectuele belang. Voor sommige voorwerpen geldt dit zelfs bijna automatisch, zoals boeken of kunstvoorwerpen. Daarnaast kunnen dingen ook een persoonlijke waarde vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld als souvenir, persoonlijk aandenken of blijk van vriendschap of liefde. Zulke dingen verschillen van gebruiksvoorwerpen die we zomaar kunnen vervangen door iets met een vergelijkbare fysieke functie. Ze zijn niet alleen handig maar hebben een betekenis die verder reikt dan hun zuiver praktische nut. We kunnen er daarom ook aan gehecht zijn op een manier die niet te herleiden valt tot hun bruikbaarheid of geldelijke waarde.

De Union Oxford Sport
Een minder bekend deelgebied van het parapsychologisch onderzoek naar coïncidenties en synchroniciteit haakt hierop in. Namelijk het terrein van de uitzonderlijk ‘toevallige’ gebeurtenissen waarbij verloren voorwerpen niet bij derden belanden, maar teruggevonden worden door de eigenaar zelf. Ze wijzen erop dat de betekenis die bepaalde dingen voor ons hebben, ertoe kan leiden dat ze fysiek bij ons terugkeren.
Een voorbeeld uit mijn eigen vriendenkring is afkomstig van psycholoog en webmaster Bert Stoop. Hij schreef er een blog over, getiteld: “Fiets neemt recht in eigen handen”. Voor zijn vijftiende verjaardag kreeg Bert van zijn vader een Union Oxford Sportfiets met terugtraprem zodat hij dagelijks naar school kon fietsen. Toen hij uiteindelijk ging studeren in Groningen, gebruikte hij zijn rijwiel als stadsfiets. Eind jaren zeventig bleef hij tijdens het uitgaan ergens een hele nacht dansen. De ochtend daarop betrapte hij een groepje mensen die zijn fiets probeerde te stelen. In de jaren negentig haalde hij een keer Chinees en zag dat zijn fiets weg was toen hij buiten kwam.
Omdat hij honger had, besloot hij eerst naar huis te gaan om te eten en dan vervolgens de fiets als gestolen aan te geven bij de politie. Om de een of andere reden koos hij ervoor een omweg te nemen en kwam zo zijn fiets tegen bij een huisdeur, nog op slot. De dief had de fiets slechts honderd meter verder getild en wilde deze blijkbaar op een rustig moment verder open breken. Begin deze eeuw ging Bert een frietje halen na een avond dansen en zette daarbij zijn fiets in een steeg. Opnieuw was hij daarna verdwenen. Bert moest dus wel naar huis lopen en nam de kortste weg… die hem wederom naar zijn fiets leidde. De fietsendief had het slot geforceerd maar verder was het rijwiel onbeheerd. Bij nog een andere gelegenheid liet Bert per ongeluk de sleutels in een slot van zijn fiets zitten en concludeerde dat hij hem nu dan definitief kwijt was. Toch vond hij hem ook nu weer terug, dit keer op slot. In zijn eigen stukje concludeert Bert: “Moraal van het verhaal? Ik heb geen idee, maar zou u volgende keer mijn fiets willen laten staan, ook al heb ik deze niet op slot gedaan?”
Kennelijk werd Bert Stoop keer op keer naar de fiets geleid zodat hij zijn vertrouwde eigendom, hoe onwaarschijnlijk ook, telkens weer terugvond.

Puur toeval?
Wat moeten we van dit soort ervaringen denken? Puur toeval? Dat lijkt niet bijster waarschijnlijk, omdat het niet slechts één keer gebeurde, maar herhaaldelijk. Bovendien zijn er meer verhalen als dat van Bert. De Duitse schrijver Wilhelm von Scholz (1874-1969) maakte er reeds melding van in zijn boeiende boek Der Zufall und das Schicksal. Hij besprak bijvoorbeeld het geval van een Duitse kunsthandelaar die een familielid in Amerika een gouden ketting van zijn moeder cadeau had gedaan had. De ketting werd beschermd door een blauw, zijden lint. Op een kwade dag werd er ingebroken bij de Amerikaanse familie en daarbij nam men ook de ketting mee. Vijfentwintig jaar later bood iemand dezelfde kunsthandelaar de ketting persoonlijk aan in een hotel, samen met andere voorwerpen. Er waren nog steeds resten van het zijden lint te zien.
Een andere casus van Von Scholz betreft de Oostenrijkse kunstschilder Moritz von Schwind. Tijdens een wandeling met zijn vrouw merkte zij dat haar trouwring verdwenen was. Het echtpaar maakte rechtsomkeert en zocht de ring in alle hoeken en gaten, maar zonder hem te vinden. Een jaar later bezoeken ze dezelfde omgeving en mevrouw Von Schwind herinnerde haar man eraan dat de ring ongeveer op die locatie zoek was geraakt. Ze zagen daarop hoe de ring zich op de stengel van een koningskaars, een gele bloem, bevond! Je zou bijna denken aan de bekende Friese sage van de ring van het Vrouwtje van Stavoren, hoewel daarin een vis centraal staat…

Helderziendheid of ‘karma’
Als het niet om toeval gaat, hoe kunnen we dit soort gevallen dan wel verklaren? Je kunt allereerst denken aan een vorm van onbewuste helderziendheid. De eigenaar weet onbewust waar het voorwerp zich bevindt en creëert (eveneens onbewust) een situatie waardoor het weer bij hem of haar terugkomt.
Daarnaast ligt een vorm van ‘karma’ of magie op basis van een soort positieve hechting ook best wel voor de hand. Door de waarde die iemand aan een concreet voorwerp hecht, ontstaat er een aantrekking tussen beide die zelfs fysieke gevolgen kan hebben. Zoals bij de ring om de stengel van de koningskaars. Volgens de Indonesische goena goena bestaat er ook een negatieve variant van dit fenomeen. Bijvoorbeeld in het geval van krissen die terugkeren bij hun eigenaren, ook als dat niet de bedoeling is, en hen straffen met allerlei narigheid als ze ‘verwaarloosd’ worden.
Het is te hopen dat men veel meer van dit soort ervaringen weet te verzamelen zodat duidelijk wordt welke hypothese het meest aannemelijk is. Voorwerpen die terugkeren bij de eigenaar zonder dat daar een triviale verklaring voor is, passen zeker niet in het dominante westerse wereldbeeld.  

De wederkomst van de knuffel Didi
Het van oorsprong Macedonische gezin M. maakte mij deelgenoot van een merkwaardige ervaring. De jongste dochter van dit gezin kreeg op haar derde een knuffelbeer, Didi genaamd, waar ze erg gehecht aan raakte. Ze beleefde Didi als een bezield, levend wezen dat haar beschermde, een bekend verschijnsel onder jonge kinderen. Enkele jaren later raakte het meisje de knuffel kwijt doordat hij tijdens een vakantiereis naar Macedonië uit het raam van de auto waaide. Vanaf dat moment verkeerden het meisje en haar oudere zus in de veronderstelling dat Didi ooit nog teruggevonden kon worden.
Na verloop van tijd probeerde het zusje de eigenares van Didi te troosten door haar voor onbepaalde tijd een eigen knuffel, Strijkje, te lenen. Ze kreeg daar echter spijt van. Haar vader stelde vervolgens voor dat ze de dag erna op zoek zouden gaan naar een nieuwe knuffel en voegde eraan toe: “Misschien vinden we Didi wel.” Merkwaardig genoeg waren vader en dochters er opeens alle drie gevoelsmatig van overtuigd dat ze hem terug zouden vinden.
Die nacht droomde Didi’s beschermelinge dat hij in een put viel met een heleboel andere knuffelbeesten daar bovenop. Ze droomde dat Didi terugkwam en dat ze dat vierden. Haar vader bekrachtigde deze droom de volgende morgen.
Diezelfde dag nog ging het drietal op zoek naar Didi. Toen ze al diverse winkels hadden bezochten, troffen ze in een speelgoedwinkel een grote doos met knuffels aan. De vader graaide met zijn handen in de doos, in de zekerheid dat hij Didi zou vinden. Het knuffelbeest bleek helemaal onderop in de doos te zitten. De eigenares geloofde hierbij dat de knuffel werkelijk terug was gekomen en naar de speelgoedwinkel was gelopen. Ze geloofde dus dat ze niet eenzelfde soort knuffeldier hadden teruggevonden, maar exact dezelfde Didi. Ook als we deze interpretatie verwerpen, blijft staan dat er een merkwaardige overeenkomst bestaat tussen de voorgevoelens en droom enerzijds en de ‘terugkeer van Didi’ anderzijds.

De ketting van Leora
Een Nederlandse vrouw, Pauli, vertelde me hoe ze in 1968 met haar opa over een Amsterdamse vlooienmarkt liep. Ze werd aangesproken door een oude man die haar een ketting met de davidster aanbood. Hij zei: “Die is voor jou, je moet hem bewaren maar niet houden. Als de tijd rijp is zul je weten aan wie je hem moet geven.” Daarna verdween hij weer in de menigte.
Jaren later raakte Pauli bevriend met een Amerikaanse vrouw, een jodin, Leora. Toen ze haar de ketting overhandigde, kreeg Leora een vreemde gewaarwording. Alsof ze van binnen “Ik heb hem eindelijk terug!” schreeuwde. Leora gaat ervan uit dat de ketting al in een vorig leven bij haar hoorde.

Dierbaar goud
Auteur, onderzoekster en paranormaal genezeres Anny Stevens-Dirven heeft een bijzondere band met twee gouden sieraden. Ze bezit een kleine, gouden Indonesische kris die je als spel of broche kunt dragen. In 1944 was ze in haar woonplaats Breda als meisje getuige geweest van de aftocht van gewonde Duitse militairen. Ze marcheerden niet langer in het gelid, maar strompelden ordeloos voort en kwamen daarbij ook langs haar straat. Op een goed moment liep een van de gewonde soldaten zwijgend op Anny en een vriendin af. Haar vriendin kreeg zomaar een zegelring van hem en Anny het gouden krisje. Ze weet nog steeds niet waarom hij dit deed. Wellicht was het om te voorkomen dat (geroofde?) spullen in handen van de geallieerden zouden vallen. Ze bewaarde de kris, die je als speld of broche kon dragen, in een schoenendoos. Pas in 1957 vroeg haar man Wim Stevens haar de kris te laten taxeren door een juwelier. Het bleek om een sieraad van 18 karaat goud te gaan. De juwelier was bereid haar er maar liefst negenhonderd gulden voor geven. Maar Anny wilde de kris niet van de hand doen. Iets zei haar dat hij echt bij haar hoorde, ook al droeg ze hem in de loop der jaren maar een keer of drie. Daarbij is hij ook driemaal zoek geraakt. Een keer bleek hij onder haar matras te hebben gezeten. De tweede keer bleek hij zomaar op het zand in haar voortuin te liggen toen ze er aan het schoffelen was. De derde keer ontdekte ze hem onverwachts in het filter van haar wasmachine. Wat dit extra opmerkelijk maakt, is dat er traditionele Indonesische verhalen bestaan over krissen die terugkeren bij hun eigenaar.
Een gouden ring die haar overleden man Wim voor Anny kocht vond ‘slechts’ twee keer de weg naar haar terug. Op nieuwjaarsdag 2008 ontdekte ze dat de ring kwijt was. Heel vervelend omdat hij een grote gevoelswaarde voor haar heeft. Ze keek onder andere in haar droogtrommel en wasmachine, draaide al haar washandjes binnenstebuiten en doorzocht al haar wasgoed. Op 23 januari zag ze de ring opeens midden op de vloer liggen, in de kamer waar haar wasmachine staat. Dit was heel merkwaardig, want Anny is altijd erg netjes en proper geweest. Ze poetste, stofzuigde en dweilde deze kamer iedere week en gelooft niet dat ze de ring over het hoofd kan hebben gezien…
Bij een andere gelegenheid was ze dezelfde ring al maanden kwijt geweest. Ze had opnieuw haar hele huis afgezocht naar het sieraad. Op een dag stond ze in de badkamer toen ze iets hard op de vloer hoorde vallen. De gouden ring bleek zomaar op de vloer van de badkamer te liggen, ook al wordt die elke dag gedweild en afgestoft.

Meer lezen: Vaughan, A. (1979). Incredible Coincidence. Signet Book; Rivas, T. (2000). Parapsychologisch onderzoek naar reïncarnatie en leven na de dood. Deventer: Ankh-Hermes; Rivas, T. (2011).
Het verhaal van de knuffel Didi: Animisme bij kinderen en precognitie; Scholz, W. Von (1983). Der Zufall und das Schicksal. Freiburg im Breisgau: Herder;
Stoop, B. (2011). Fiets neemt recht in eigen handen.


Dit artikel werd in 2012 gepubliceerd in een tijdschrift en in 2013 op txtxs.nl gezet.

Contact: titusrivas@hotmail.com
Gebruikte steekwoorden
paranormaal, animisme, parapsychologie, synchroniciteit, coïncidentie, toeval, toevalligheid, teruggevonden voorwerpen
printversie
auteur mailen
sluiten