Titel
A Rat Is a Pig Is a Dog Is a Boy van Wesley J. Smith (recensie)
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Boekbespreking door Titus Rivas van 'A Rat Is a Pig Is a Dog Is a Boy: The Human Cost of the Animal Rights Movement' van Wesley J. Smith voor Vegan Magazine.
Tekst

Boekbespreking

Wesley J. Smith. A Rat Is a Pig Is a Dog Is a Boy: The Human Cost of the Animal Rights Movement. New York/Londen: Encounter Books, 2012. ISBN 978-1549403614-9.

Veel mensen maken zich nog steeds onvoldoende druk om het lot van dieren. Ze staan bijvoorbeeld te weinig te stil bij wat hun carnivore eetgedrag in de praktijk teweegbrengt. Er zijn echter ook 'bewuste vleeseters' die trachten hun leefwijze rationeel te verdedigen tegen de argumentatie van vegetariërs en veganisten. Het boek A Rat Is a Pig Is a Dog Is A Boy is geschreven door zo iemand. Het gaat om Wesley J. Smith, een jurist, verbonden aan de afdeling 'Human Rights and Bioethics' van het zogeheten 'Discovery Institute'. Dit instituut is vooral bekend geworden door alternatief biologisch onderzoek vanuit de Intelligent Design-theorie. Hierbij gaat men uit van de gedachte dat er weliswaar een biologische evolutie plaatsvindt, maar dan onder de voortdurende leiding van een (bovennatuurlijke) 'ontwerper'. Het 'Discovery Institute' vertegenwoordigt duidelijk de (joods-)christelijke tak van deze theorie. Dat blijkt onder meer uit het feit dat men sterk de nadruk legt op de uniciteit van de menselijke soort, een positie die in het Engels bekend staat als 'human exceptionalism'.
Zoals wordt aangegeven door de ondertitel van het boek, is Smith een uitgesproken tegenstander van dierenrechten. Dit betekent niet dat hij vindt dat je letterlijk alles met dieren mag uithalen, want hij is bijvoorbeeld gekant tegen stierenvechten. De auteur stelt dat mensen dieren op een 'humane' manier mogen gebruiken en wijst er terecht op dat diergebruik moeilijk of helemaal niet verenigbaar is met een concept van onvervreemdbare dierenrechten.
Smith levert uiteraard de gebruikelijke antropocentrische kritiek op dierenrechten, zoals dat het toekennen van onvervreemdbare rechten aan dieren strijdig is met het eerbiedigen van de menselijke waardigheid. Of dat het impliceert dat men belangen van dieren niet mag opofferen aan menselijke belangen. Dit laatste zou vooral funest zijn voor de vooruitgang van de geneeskunde die in de optiek van de auteur afhankelijk is van ingrijpende dierproeven. Maar bijvoorbeeld ook voor de veeteelt en visserij, waardoor bovendien talloze mensen werkloos zouden worden. Opvallend is dat het ter discussie stellen van diergebruik en het daaraan gekoppelde speciësisme voor Smith gewoon geen optie is. Nu kun je gezien zijn religieuze achtergrond nog enigszins begrip voor deze visie opbrengen, omdat hij nu eenmaal uitgaat van een schepping waarin mensen volledig centraal staan. Bij dat wereldbeeld hoort ook de waan dat dieren primair geschapen zijn voor de mens. Hieraan tornen betekent voor Smith dat je ingaat tegen een natuurlijke scheppingsorde zoals die door God bedoeld is.
Smith verdient echter zeker minder begrip wanneer hij een karikatuur maakt van de dierenrechtenbeweging. Zo beweert de auteur dat voorstanders van dierenrechten per definitie tegen het houden van huisdieren zijn. Bovendien blijken rechten voor dieren in de ogen van Smith onverenigbaar met het verdedigen van mensenrechten. In feite mag je aanhangers van dierenrechten beschouwen als zeer gevaarlijke, 'anti-humanistische' mensenhaters die hun eigen menselijkheid verloochenen. Door dieren als wezens met individuele rechten te beschouwen zou je de mens namelijk van zijn voetstuk stoten en degraderen tot 'gewoon maar een ander dier in het woud'. Kennelijk is het antropocentrisme van de auteur zo diepgeworteld dat hij zich niet kan voorstellen dat de meeste voorvechters van dierenrechten niet de mens willen degraderen, maar juist de status van het individuele dier willen opwaarderen. Niet door dieren iets toe te schrijven wat ze niet hebben of door mensen iets te ontnemen, maar door te onderkennen dat dieren in moreel relevante opzichten zoals subjectieve beleving ('sentience') overeenkomen met mensen. Dit is uiteraard ook wat bedoeld wordt met de uitspraak van Ingrid Newkirk van PETA “een rat is een varken is een hond is een jongen”, die Smith als titel van zijn boek gebruikt heeft.
De auteur wordt bij tijden echt hatelijk in zijn kruistocht tegen dierenrechten. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat voorstanders die de vee-industrie vergelijken met de Holocaust zichzelf moreel buiten spel zetten. Die vergelijking zou zo weerzinwekkend en misantropisch zijn dat men geen recht van spreken meer zou hebben. Ook is de auteur woedend over initiatieven om mensapen rechten te geven omdat dit gruwelijke medische proeven op zulke dieren voortaan onmogelijk maakt.
Ik heb wel eens vaker boeken gelezen waarin een pleidooi werd gehouden tegen dierenrechten, maar zelden kostte me dit zoveel moeite als bij deze schaamteloze tirade van Wesley J. Smith. Tot voor kort voelde ik enige sympathie voor de Intelligent Design-beweging, maar nu ik dit werk heb doorgenomen, is die in het geval van de christelijke variant voorgoed verdwenen.
Een van mijn aantekeningen bij het hoofdstuk 'Meat is not Murder' luidt: “Lees dit boek en word nog gemotiveerder in de strijd tegen dit onrecht!” Want zo kwaadaardig is de boodschap van Smith wel.

Titus Rivas

Deze recensie werd gepubliceerd in Vegan Magazine, herfst 2013, nummer 98, blz. 26.

Hier een bizarre clip van een YouTube-account van Wesley J. Smith:



Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
vegetarisme, antropocentrisme, veganisme, dierethiek, dierenrechten, dierproeven, wesley j. smith, misantropisch
printversie
auteur mailen
sluiten