Titel
Geen geest zonder subject
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Kort personalistisch essay gericht tegen de impersonalistische gedachte dat een subject of persoon voortkomt uit een van tevoren onpersoonlijke geest.
Tekst

Geen geest zonder subject

door Titus Rivas

Inleiding
In de filosofie van de geest bestaan nogal wat posities die uitgaan van een subjectloze geest. Het subject of de persoon zou volgens deze posities niet de ontologische voorwaarde zijn voor een geestelijk leven, maar het geestelijk leven zou op een bepaald niveau van complexiteit vanzelf een persoon creŽren. In dit korte artikel een eenvoudige weerlegging van de hoofdclaim van het impersonalisme.

Varianten
Eťn van de oudste stromingen die het impersonalisme verkondigen is het boeddhisme. Dit huldigt de zogeheten anattatheorie, letterlijk de theorie dat er geen ziel bestaat. Personen bestaan in uiteindelijke zin niet, personen zijn ficties en behoren als zodanig slechts tot de "conventionele" visie op de werkelijkheid. In feite zijn wat mensen ten onrechte als personen of subjecten beschouwen niets meer dan verzamelingen karma. Een bekende uitspraak is wat dat betreft dat de verlichting (in boeddhistische zin) te maken heeft met het inzien van je eigen illusoire identiteit. Het boeddhisme heeft invloed gehad op westerse bewegingen zoals de theosofie, en vandaaruit ook op de New Age beweging.
De bekendste westerse verkondiger van het impersonalisme was ongetwijfeld David Hume. Hij beweerde dat introspectie uitwijst dat alles wat we in ons innerlijk waarnemingen gewaarwordingen en ideeŽn zijn, en nooit een ik of zelf. Daarmee, zo concludeert hij, is er ook niets anders dan onze indrukken en ideeŽn, een zelf of subject (subjectieve instantie) is een fictie.
Binnen de psychologie bestaat bij velen een beeld van het subject als iets dat pas later in iemands ontwikkeling voortkomt uit onpersoonlijke processen. Dit zien we bijvoorbeeld bij Sigmund Freud. Maar ook in de hedendaagse cognitieve psychologie is dit idee populair. Het subject is iets wat gecreŽerd wordt door de onpersoonlijke geest, als hoger niveau van complexiteit waarop een cognitief systeem naar zichzelf verwijst. Dit klinkt ook door in de "harde" artificiŽle intelligentie waarin men probeert een persoon te scheppen door het simuleren van afzonderlijke geestelijke processen.

Subjectiviteit
Het impersonalisme lijkt 'sophisticated' en dit zal wel zijn populariteit verklaren. Maar als men het goed beschouwt, is het impersonalisme geen houdbare positie. Als we het namelijk over geestelijke indrukken en ideeŽn hebben zoals Hume, dan bedoelen we al direct indrukken en ideeŽn in iemands geest. Niet in de banale zin van "in de geest die hoort bij iemands hersenen", maar in die zin dat indrukken en ideeŽn subjectief zijn, horen bij iemands ervaringsveld. Zonder iemand die iets ervaart, zonder een subject heeft het geen zin om over geest te praten, want een subjectloze geest is geen geest zoals we die kennen. Een subjectloze geest is op zijn best een simulatie (nabootsing) van een geest in een materieel systeem, zoals in het geval van computers. Een geest zonder iemand (van wie die geest is), kan niet denken, voelen of willen, dat kan alleen een subject. Het depersonaliseren van de geest staat dus gelijk aan het desubjectiveren daarvan, het ontgeesten dus.
Zo kunnen personen ook geen illusie zijn, zoals het boeddhisme het wil, omdat voor illusies personen nodig zijn, namelijk als subject ervan. Een subjectloze illusie is een al even onzinnig begrip als een subjectloze pijn of subjectloos geluk. Andersom ligt de verhouding anders: een persoon of subject (deze termen worden hier gebruikt als synoniemen) is niet afhankelijk van deze of gene concrete subjectieve ervaring, maar hij (of zij) ondergaat er talloze, die allemaal afhankelijk zijn van het bestaan van ťťn en dezelfde persoon. Een persoon vergaat niet doordat hij de ene subjectieve ervaring na de andere doorloopt, terwijl die subjectieve ervaringen zelf opkomen en weer verdwijnen.
Een persoon of subject is dus geen fictie of illusie of abstractie, een persoon is de voorwaarde voor alle onderdelen van zijn geestelijk leven. Zonder persoon geen geest, terwijl de persoon steeds zichzelf (d.w.z. dezelfde persoon of hetzelfde subject en niet iemand anders) blijft ondanks alle veranderingen in zijn geestelijke leven. Het impersonalisme is niet houdbaar.

Personalisme
Het is best schokkend om zich te realiseren dat het impersonalisme heel eenvoudig te weerleggen is en toch zoveel invloed heeft gehad en nog steeds heeft. Het impersonalisme is daarbij geen bijster positieve visie. Het sluit persoonlijke waardigheid uit, want die is immers een illusie. Hetzelfde geldt voor persoonlijke identiteit en persoonlijke relaties. Allemaal illusies of op zijn best producten van onpersoonlijke processen, als een soort epifenomeen. En van een leven na de dood kan natuurlijk al helemaal geen sprake zijn volgens het impersonalisme, een reden waarom (de meeste) geleerde boeddhisten wel in een wedergeboorte van onpersoonlijk karma geloven, maar niet in persoonlijke reÔncarnatie.
Voorts kan het impersonalisme onsmakelijke gevolgen hebben op ethisch en politiek gebied, het past bijvoorbeeld griezelig goed bij een totalitaire staat en het opofferen van individuen. Overigens beweer ik niet dat het impersonalisme doorgaans zo uitpakt onder boeddhisten. Zij kennen namelijk een principe van mededogen, ook al laat men dit strikt genomen gelden jegens 'illusoire zelven'.
Het is dan ook zaak om het personalisme, dat bijvoorbeeld altijd is verkondigd door het christendom, vormen van hindoeÔsme en het cartesianisme (althans met betrekking tot mensen), in ere te herstellen. Alleen het personalisme maakt duidelijk dat de geest niet kan bestaan zonder een subject, dat een subjectloze geest conceptueel een absurditeit is, en dus ook de bron niet kan zijn van het subject. Dit inzicht zou meer aanhang moeten krijgen onder filosofen van de geest en psychologen. Het impersonalisme is een obstakel voor tal van inzichten in de werkelijkheid. Bijvoorbeeld ook in de dierpsychologie waar sommigen het hebben over dieren die wel allerlei subjectieve gevoelens kunnen hebben, maar zonder daarmee een subject te zijn.

Een goede inleiding op de personalistische filosofie van de geest is geschreven door T.K. ÷sterreich. Het betreft het 8e hoofdstuk van zijn Die Phšnomenologie des Ich in ihren Grundproblemen uit 1910, eenvoudig getiteld "Das Ich". In navolging van Leibniz stond deze veelzijdige denker een subjectgerichte psychologie voor.
Dit essay werd in de jaren '90 geschreven en is niet eerder gepubliceerd.

Nijmegen, september 2006.

Zie ook: Geesten met of zonder lichaam

Contact: titusrivas@hotmail.com

Gebruikte steekwoorden
boeddhisme, geest, ontologie, personalisme, impersonalisme, psychologie, t.k. oesterreich, david hume
printversie
auteur mailen
sluiten