Titel
Illusory Souls van Gerald Woerlee (recensie)
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Boekbespreking door Titus Rivas van Illusory Souls van Gerald Woerlee.
Tekst

Boekbespreking
Gerald M. Woerlee. Illusory Souls. Leiden: G.M Woerlee, 2013.

Anesthesioloog Gerald Woerlee is voor de gemiddelde lezer van Terugkeer waarschijnlijk geen onbekende meer. Woerlee heeft zich namelijk de afgelopen jaren ontpopt tot een zeer ijverige auteur die zich verzet tegen niet-materialistische verklaringen van bijna-doodervaringen en aanverwante verschijnselen.
In het boek Illusory Souls, dat alleen al qua titel doet denken aan zijn eerdere publicatie Mortal Minds, bindt de skeptische anesthesioloog de strijd aan met het lichaam-geest dualisme. Hij legt daarbij de nadruk op wetenschappelijk bewijsmateriaal dat zou aantonen dat de theorie van een onstoffelijke persoonlijke ziel niet houdbaar is. Zo staat hij stil bij de somatogene effecten van diverse soorten drugs, en biedt hij een overzicht van technieken binnen zijn vakgebied en hun uitwerking op het bewustzijn. Dit gebeurt telkens in een heldere stijl die zijn boek zelfs voor lezers zonder wetenschappelijke achtergrond grotendeels leesbaar maakt. Soms wordt Woerlee zelfs poëtisch, zoals wanneer hij de ziel een 'oude succubus' noemt die ons mentaal in een verstikkende greep houdt, en zijn hoop uitspreekt dat hij zijn lezers zal kunnen verlossen van die demon. De auteur is daarbij overigens hoffelijk genoeg om zijn intellectuele tegenstanders te bedanken voor hun inspiratie.
Als bonus geeft hij ook nog een soort korte historische inleiding tot de ontwikkeling van de anesthesiologie, ook al wordt niet altijd duidelijk waarom hij over bepaalde onderwerpen uitweidt om tot slot te concluderen dat ze geen doorslaggevende argumenten voor of tegen het dualisme opleveren.

Karikatuur van het lichaam-geest dualisme
Uitgaande van de inhoud van Mortal Minds, blijkt Woerlee in dit nieuwe boek niet of nauwelijks met nieuwe inzichten te komen. Hij is nog steeds een bevlogen voorvechter van wat je een 'humanistisch materialisme' zou kunnen noemen. En hij houdt er nog steeds erg grote misvattingen opna waar het gaat om de vraag wat (substantialistisch) lichaam-geest dualisme volgens aanhangers zoal inhoudt. Zo stelt hij dat het lichaam-geest dualisme impliceert dat de ziel op geen enkele manier beďnvloed of aangetast zou kunnen worden door processen in de hersenen. Deze visie komt volgens mij alleen bij zogeheten 'parallellistische' dualisten voor, die geloven dat hersenprocessen en geestelijke processen parallel aan elkaar verlopen zonder invloed op elkaar uit te oefenen. Alle interactionistische dualisten gaan wel degelijk uit van een wisselwerking tussen brein en psyche. We hebben hier dus te maken met een uitgesproken karikatuur van het dualisme, oftewel met wat men in het Engels een 'strawman' noemt.
Elke functie die dualisten aan de ziel toeschrijven, zoals waarneming en herinnering, zou volgens Woerlee dus (wetenschappelijk aantoonbaar) niet verstoord kunnen raken door fysiologische processen in de hersenen. Zodra blijkt dat een functie wel degelijk beďnvloed kan worden door wat er in het brein gebeurt, is daarmee voor Woerlee bewezen dat die functie zich niet in de ziel maar alleen in de hersenen kan bevinden. Dit leidt bijvoorbeeld tot de merkwaardige uitspraak dat bewezen zou zijn dat de ziel kennelijk geen eigen geheugen bezit en dus ook geen herinneringen aan een spirituele wereld of vorige levens kan hebben.
Of Woerlee opzettelijk dit type karikatuur hanteert in zijn strijd tegen de ziel, is trouwens maar de vraag. Het lijkt er eerder op dat hij nog steeds niet inziet dat zijn beeld van de 'vijand' sterk vertekend is.
Een ander voorbeeld betreft zijn bewering dat alle dualisten ervan uitgaan dat de ziel voortdurend bewust is en dat er dus geen droomloze slaap bestaat. Dit is domweg onjuist, want in werkelijkheid vormt het onderwerp een serieus punt van discussie onder dualisten. In dit verband probeert Woerlee ook nog aan te tonen dat het vergeten van dromen moeilijk verenigbaar is met het dualistische model, terwijl zelfs orthodoxe psychologen dit verschijnsel doorgaans verklaren door het bestaan van een verband tussen geheugenfuncties en diverse bewustzijnstoestanden. Wanneer iemand wakker wordt, verkeert hij al snel in een andere bewustzijnstoestand dan tijdens zijn droom, en dat kan van invloed zijn op het vermogen de inhoud van de droom vast te houden.

Denkfouten
Net als in Mortal Minds is er op talloze punten weer sprake van grove denkfouten. Woerlee meent bijvoorbeeld serieus dat er geen helderziendheid kan bestaan, omdat anders alle blinden er wel op terug zouden vallen. En als er echt precognitieve waarnemingen waren, zouden mensen daar allang financieel van hebben geprofiteerd.
Nog moeilijker invoelbaar vind ik het beschamende hinken op meerdere gedachten waar deze auteur ook in Illusory Souls herhaaldelijk blijk van geeft. Zo erkent hij in bepaalde hoofdstukken dat er naast materialistische verklaringen voor bepaalde verschijnselen ook dualistische alternatieven zijn. Hij beweert dan 'slechts' dat deze verklaringen in termen van een ziel verder gezocht oftewel 'minder zuinig' zijn dan de materialistische varianten. Maar voor vergelijkbare bevindingen stelt hij opeens dat een dualistische hypothese uiterst onwaarschijnlijk is of zelfs dat de fenomenen in kwestie aantonen dat er (zeker) geen ziel is! Misschien ben ik nogal pietluttig, maar 'minder zuinig' is voor mij nog altijd iets anders dan 'uiterst onwaarschijnlijk' en het is voor mij al helemaal geen synoniem voor '(overtuigend) weerlegd'. Dit soort onzorgvuldige formuleringen maakt het voor mij eerlijk gezegd bijzonder moeilijk om een auteur als Gerald Woerlee in theoretisch opzicht serieus te nemen.

Bijna-doodervaringen
Uit dit boek wordt meer dan ooit duidelijk dat Woerlee alle bijna-doodervaringen bij voorbaat beschouwt als producten van de hersenen, met andere woorden: als een soort illusies of hallucinaties. Om dit kracht bij te zetten neemt hij allerlei vergelijkingen tussen de fenomenologie van BDE's met allerlei symptomen bij (vooral kunstmatige) neuropsychologische bewustzijnstoestanden extra serieus.
Ook voor BDE's tijdens een klinische dood denkt Woerlee uiteraard een bevredigende verklaring te hebben. Bewustzijn dat schijnbaar tijdens een hartstilstand optreedt, vindt volgens de auteur in werkelijkheid altijd tijdens de eerste tientallen seconden van de hartstilstand, tijdens een hartmassage na de hartstilstand, of anders tijdens het ontwaken na een geslaagde reanimatie plaats. Vanzelfsprekend besteedt hij geen serieuze aandacht aan casussen die niet in dit model passen. Dit geldt overigens in het algemeen als Woerlee bepaalde fenomenen niet materialistisch kan 'weg'verklaren. Hij beperkt zich dan tot dooddoeners die allang door zijn opponenten zijn aangevallen zonder serieus in te gaan op hun argumenten (Rivas, Dirven & Smit, 2013). Dit geldt bijvoorbeeld voor de behandeling van de Man met het Gebit, Pam Reynolds en voor terminale luciditeit. Maar ook voor extreme neurologische bevindingen zoals de casussen van de waterhoofden van John Lorber waarvoor hij – zonder deugdelijke onderbouwing – stelt dat die natuurlijk niet op een ziel wijzen. Ook herhaalt hij een paar keer dat niemand ooit een ziel uit haar lichaam heeft zien treden, terwijl hier wel degelijk allerlei meldingen van zo'n verschijnsel bestaan, bijvoorbeeld in verband met de zogeheten Shared Death Experiences. Ook het helderdere bewustzijn van BDE'ers zou, hoe kan het ook anders, niet meer dan een illusie zijn.
Welhaast origineel te noemen is de redenering die de auteur tot de overtuiging heeft gebracht dat bijna-doodervaringen altijd door het brein gegenereerd moeten zijn. Volgens Woerlee toont de beďnvloeding van geheugenprocessen door de hersenen aan, dat er geen psychisch geheugen kán bestaan. (Dit baseert hij op genoemde misvatting dat dualisten doorgaans niet uitgaan van een interactie tussen de ziel en het brein.) Elke herinnering aan een bijna-doodervaring moet dus direct in het brein zelf zijn aangemaakt tijdens die ervaring zelf. Dat kan alleen als de hersenen op dat moment nog voldoende functioneren. Dit is niet het geval tijdens een hartstilstand en dus vinden bijna-doodervaringen nooit tijdens een klinische dood plaats.
Ook het feit dat mensen allerlei correcte waarnemingen kunnen doen tijdens hun bijna-doodervaring geeft volgens hem aan dat die waarnemingen niet door de ziel gedaan kunnen zijn. In hoofdstuk 13 'bewijst' hij namelijk dat er naar alle waarschijnlijkheid geen paranormale indrukken bestaan, omdat hier anders wel onweerlegbaar en oncontroversieel bewijsmateriaal voor zou zijn gevonden. Buitenzintuiglijke waarneming wordt dus totaal niet serieus genomen door de auteur, en daarmee moeten alle waarnemingen bij BDE's automatisch berusten op lichamelijke, zintuiglijke indrukken.

Filosofische verdieping
Over het geheel genomen is Illusory Souls best een onderhoudend boek dat ons bovenal een goede indruk verschaft van de hersenspinsels van een hedendaagse humanistische materialist. Toch denk ik dat het geen overbodige luxe zou zijn als Gerald Woerlee zich eens wat beter verdiepte in de analytische filosofie van de geest (philosophy of mind). Dan zou hij alleen al het zogeheten hard problem en het binding problem kunnen tegenkomen en wie weet zelfs beseffen dat nu juist het materialisme bij voorbaat onhoudbaar is! Maar misschien behoedt zijn militante tunnelvisie hem nu juist voor dit ondraaglijke inzicht. Wellicht verklaart dit ook zijn aanval op filosofen die volgens hem wetenschappelijke gegevens domweg zouden negeren. Alsof het loze opsommen van empirische feiten de rationele interpretatie ervan op een magische manier overbodig zou kunnen maken.

Titus Rivas

Referentie
– Rivas, T., Dirven, A., & Smit, R.H. (2013). Wat een stervend brein niet kan. Leeuwarden: Elikser.

Deze recensie werd gepubliceerd in Terugkeer 25(1), voorjaar 2014, blz. 18-19.

Contact: titusrivas@hotmail.com
Gebruikte steekwoorden
filosofie, dualisme, materialisme, ziel, philosophy of mind, substantie-dualisme, illusory souls, denkfouten
printversie
auteur mailen
sluiten