Titel
Enkele opmerkingen over “Occam's Chainsaw”
Geplaatst door
T. Rivas
Samenvatting
Commentaar van Titus Rivas op het artikel "Occam's Chainsaw" van Jason J. Braithwaite en Hayley Dewe.
Tekst

Enkele opmerkingen over “Occam's Chainsaw”

door Titus Rivas

Dr. Jason J. Braithwaite en Hayley Dewe, verbonden aan de Universiteit van Birmingham, publiceerden in 2014 een gezamenlijk artikel in het Britse tijdschrift The Skeptic (magazine). In dit artikel, Occam's Chainsaw: Neuroscientific Nails in the Coffin of Dualist Notions of the Near-death Experience pretenderen ze voor eens en voor altijd af te rekenen met dualistische verklaringen van bijna-doodervaringen. Dualistische verklaringen gaan ervan uit dat het bewustzijn of de geest niet te herleiden is tot een product van de hersenen en dat dit mede verklaart hoe bijna-doodervaringen mogelijk zijn. De auteurs stellen dat recente bevindingen van neurologisch onderzoek duidelijk maken dat BDE's volledig materialistisch (weg) verklaard kunnen worden. Zo beweren ze bijvoorbeeld dat alle onderdelen van bijna-doodervaringen al bekend zijn uit onderzoek naar de gevolgen van diverse neurologische condities. Braithwaite en Dewe blijken dus overtuigde voorstanders van de theorie dat BDE's het product zijn van verwarde, stervende hersenen. Bijna-doodervaringen worden opgevat als: “hallucinatoire ervaringen, laatste stuiptrekkingen van een in hoge mate ontremd brein.” Ik ben een van de auteurs van een boek met de titel Wat een stervend brein niet kan, en dus ben ik het uiteraard oneens met deze centrale stelling. Hier daarom een paar aanmerkingen op Occam's Chainsaw.

1. De auteurs van het artikel doen alsof alle serieuze hedendaagse neurologen het met hen eens zijn dat bewustzijn een 'emergente' eigenschap is, een soort product van de hersenen. Daarmee ontkennen ze in feite dat er (serieuze) neurologen bestaan die een dualistische theorie over de relatie tussen hersenen en bewustzijn aanhangen. Drie voorbeelden van dergelijke neurologen, die nota bene erg bekend zijn binnen het BDE-onderzoek, zijn: Peter Fenwick, Eben Alexander en Mario Beauregard.

2. Volgens de auteurs is een niet-materialistische verklaring van BDE's gebaseerd op een 'explanatory gap'. Ze bedoelen hiermee dat dualisten materialistische verklaringen afwijzen omdat de bestaande materialistische theorievorming nog niet alle aspecten van BDE's lijkt te kunnen verklaren. Er zou slechts sprake zijn van een voorlopige 'gap', een leemte of hiaat, die opgevuld wordt door een in feite onwetenschappelijke theorie, aldus de auteurs. Dit is echter een onjuiste voorstelling van zaken. Dualisten wijzen neurologische verklaringen niet af omdat deze nog niet alle details kunnen verdisconteren. Er is iets anders aan de hand: sommige details zijn niet alleen nóg niet verklaard, maar principieel onverklaarbaar door (en onverenigbaar met) een materialistische theorie. Ze passen bij voorbaat niet in een materialistisch wereldbeeld. Het zijn toetsstenen voor het materialisme, in die zin dat ze, als ze echt blijken te bestaan, de materialistische theorie falsifiëren (weerleggen).

3. De auteurs beweren dat er geen enkel betrouwbaar wetenschappelijk bewijsmateriaal bestaat voor paranormale aspecten van BDE's die de materialistische theorie kunnen weerleggen. Naar mijn bescheiden mening bestaat er meer dan genoeg bewijsmateriaal op dit gebied. Samen met Anny Dirven en Rudolf Smit heb ik het proberen te bundelen in ons boek Wat een stervend brein niet kan.

4. Tot dusverre zou er bovendien geen enkele casus zijn waarin sprake is van buitenzintuiglijke waarneming zonder (voldoende) ondersteunende corticale activiteit. Zoals we aantonen in ons boek, is dit opnieuw incorrect. Duidelijke voorbeelden zien we bij de casussen van de patiënten van Lloyd Rudy, Richard Mansfield en Tom Aufderheide, en bij de Man met het Gebit. Het is overigens erg belangrijk voor Braithwaite en Dewe dat dit type casussen niet bestaat, omdat ze goed beseffen dat de te verwachten activiteit in de hersenschors tijdens een hartstilstand onvoldoende zou zijn voor heldere subjectieve ervaringen. Ze gaan er daarom vanuit dat BDE's altijd optreden vóór het uitvallen van de corticale activiteit of anders tijdens de herstelfase, vlak voor het ontwaken. BDE's die optreden tijdens de hartstilstand zelf zijn al na gemiddeld 15 seconden domweg onmogelijk, omdat de corticale activiteit volgens materialisten niet zou volstaan om een helder bewustzijn te verklaren. Mijn conclusie luidt dan ook dat de materialistische theorie van het stervende brein afhankelijk is van het negeren van de bewijskracht van dit soort casussen.

Overigens hebben bepaalde Facebook-vrienden mij gevraagd waarom ik de auteurs niet confronteer met deze kritiek. Mijn antwoord luidt dat ik al zoveel negatieve ervaringen heb gehad met respectloze pseudo-skeptici, dat ik niet langer opensta voor zinloze discussies. Ik heb dus stellig de indruk dat zij in die categorie thuishoren.

Referenties
– Braithwaite, J.J. & Dewe, H. (2014). Occam's Chainsaw: Neuroscientific Nails in the Coffin of Dualist Notions of the Near-death Experience. The [UK] Skeptic magazine, (25) 2, 24-31.
– Rivas, T., Dirven, A., & Smit, R. (2013). Wat een stervend brein niet kan. Leeuwarden: Elikser.

Dit artikel werd geplaatst in Terugkeer 26(1), voorjaar 2015, blz. 22, en Levenslicht 42, voorjaar 2015, blz. 15.

Contact: titusrivas@hotmail.com
Gebruikte steekwoorden
dualisme, materialisme, bewustzijn, bijna-doodervaringen, parsimony, nabij-de-doodervaringen, occam, scheermes
printversie
auteur mailen
sluiten